Conversiestoornis: neurologie of psychiatrie?

De diagnostische criteria voor een conversiestoornis (ofwel: functioneel-neurologisch-symptoomstoornis) zijn veranderd in de DSM-5. Ten opzichte van de DSM-IV hoeft er niet meer een psychosociale stressor geïdentificeerd te worden in relatie tot de lichamelijke klachten. Daarnaast is een nieuw criterium dat er bij het neurologisch onderzoek positieve aanwijzingen moeten zijn die de diagnose ‘conversiestoornis’ steunen.

 

So far, so good. Sommige neurologen vinden echter dat conversiestoornis daarmee een neurologische stoornis is geworden en noemen het dan bij voorkeur een functionele bewegingsstoornis - hierbij worden conversiestoornissen zoals psychogene non-epileptische aanvallen buiten beschouwing gelaten. In een artikel in het NTvG (Vermeulen e.a., 2014) betogen auteurs dat de diagnostiek en behandeling van patiënten met een conversiestoornis wordt gecoördineerd door de huisarts en in samenwerking met de neuroloog en fysiotherapeut wordt vormgegeven (Vermeulen e.a., 2014). Een rol voor de ggz wordt niet duidelijk omschreven.

Delen