Second-hand Soul

Second-hand Soul

Ik leg net de laatste hand aan een recept venlafaxine, stop met schrijven en kijk mijn patiënt indringend aan. ‘Wat bedoel je?’
Mijn 44-jarige depressieve patiënt draait zijn hoofd weg en kijkt naar buiten.
‘Ik bedoel, denkt u dat er leven is na de dood?' 'Worden we dan weer opnieuw geboren?'

Ik heb deze patiënt nu 4 maanden in behandeling. Na uitgebreide homeopathische behandeling met Bach druppels en ‘cats claw’ door een kruidige collega zijn we toch gestart met een regulier middel.  Mijn patiënt en ik dachten eerst dat hij kon genezen met fluitenkruid (en vooral een granieten geloof in de werkzaamheid van het frivole kruid). Het reguliere werkt nu ontzettend goed. Gelukkig.

Reïncarnatie (latijn: caro = vlees, re = opnieuw) is een wonderlijke gedachte. Afstammend uit het hindoeïstisch en boeddhistisch geloof bestaat er een idee dat bij het sterven je niet volledig verdwijnt maar dat je ziel terugkomt in een nieuw levend schepsel. Dat kan een neusaapje zijn, maar ook een mens of zelfs Justin Bieber.
Het zou betekenen dat Flippo, mijn cavia een reïncarnatie zou kunnen zijn van Sigmund Freud en mijn vriendin een afstammeling van Cleopatra. Het lijkt me schier onwaarschijnlijk (alhoewel mijn cavia ook alles probeert te herleiden tot seks).

Ik denk eerder dat het idee-fixe is geboren uit angst voor de dood. Angst om te sterven. Deze existentiële angst werd verdragen door de gedachte dat je ziel niet doodgaat maar voortleeft in een nieuw lichaam. Dat klinkt geruststellend en aantrekkelijk; niet alleen voor jezelf maar ook voor nabestaanden. Immers, je gaat niet dood, maar je komt terug op aarde.  Dit is geruststellender dan de hemel, waar je alleen naar toe mag als je braaf en zoet bent geweest, of het islamitische hiernamaals, waar 40 naakte maagden op je zitten te wachten als je je hebt opgeofferd voor de heilige strijd.

Wat is de mens toch goedgelovig. Hoe makkelijk we deze postmortale gedachte aannemen is verwonderlijk en bedenkelijk. Zijn we dan zo bang voor de dood dat ieder mooi verhaal als zoet peertje wordt verorberd? Kunnen we onze doodsangst zo makkelijk om de tuin leiden met een onrijpe, ondoordachte gedachte als reïncarnatie?

Daarnaast is het logisch gezien onmogelijk dat iedereen reïncarneert. De wereldbevolking is de afgelopen eeuwen enorm toegenomen (zie figuur). Als we reïncarnatie mogen geloven dan zijn er dus enorm veel nieuwe menselijke zielen bijgekomen? Waar komen deze zielen dan vandaan?

Bovendien vind ik het idee weerzinwekkend. Het zou betekenen dat mijn ziel een kopie is van een voorganger. De illusie dat ik uniek ben als mens moet ik dan laten varen. Daar pas ik voor. Ik geloof liever dat ik uniek ben dan dat ik een kopie ben van een of andere grotbewonersziel. Daarnaast wil ik mijn ziel bij mijn sterven helemaal niet afstaan aan iemand anders. Die is van mij. Geen gerecycle van mijn ziel. Aan mijn ziel geen polonaise.

Terug naar mijn patiënt. Ik speelde de vraag terug, iets wat psychiaters vaker doen. Een simpele en doeltreffende gesprekstechniek.
‘Reïncarnatie, ik weet het niet. Wat denk je zelf?’ vraag ik afwachtend.
‘ik denk dat ik een oude ziel heb en daardoor depressief’ ‘Ik heb teveel meegemaakt’
‘dan geloof ik ook in reïncarnatie’ vervolg ik. ‘Ik denk inderdaad dat je veel hebt meegemaakt. Dit heeft je veel wijsheid gebracht. Wijsheid om venlafaxine te gaan gebruiken’.

Inmiddels heb ik mijn donorcodiZiel aangepast.  Het bijschrift luidt: Neem al mijn organen maar laat mijn ziel links liggen. Ik raad u aan dat ook te doen.