Good clinical practice

Clinical practice

Laatst werd ik in consult geroepen door een physician assistant van de medium care over een patiënt met een septic shock. De patiënt was aanvankelijk gepland voor opname op de short stay voor een electieve ingreep door de nurse practitioner. Patiënt raakte echter kort na de ingreep onwel en begon spontaan te gaspen. Met behulp van de crash car werd patiënt uiteindelijk via de intensive care op de medium care opgenomen waar hij werd behandeld door een swypende clinical officer. Stepped care, volgens die officer en hij twitterde de ontslagbrief naar zijn general practitioner. Care as usual, little flute from a cent, dacht iedereen.

Ik kwam pas into play nadat patiënt ging gaspen op de medium care. De chef de clinique dacht aan een excited delier. Bovendien was er geen informed consent. Psychiatrisch had hij via de local mental health institution (GGZ) jaren geleden intensive home treatment (IHT), een E-health module en Assertive Community Treatment (ACT) gehad zonder evident resultaat. Mogelijk was er sprake van mild cognitive impairment.
Anyway, without a recent psychiatric history it was not very probable that the patient had early signs and symptoms of an excited delirium that could be verklaard by his current mental status.

In de medische wereld draait het meer en meer om anglicismen en amerikanismen. Dit zijn ‘lui vertaalde’ woorden, zinsconstructies en uitdrukkingen die ontleend zijn aan het Engels-Amerikaans, maar niet als correct Nederlandse beschouwd worden. Het is een irritante ontwikkeling die maar moeilijk is te stoppen. Engelse woorden hebben de neiging om zich hipper te gedragen dan ze werkelijk zijn. Zo klinkt phycisian assistant hyperig en professioneel, maar is de letterlijke vertaling gewoon assistent van de dokter. Net zoals een doktersassistent.

Waarom hebben we in de medische wereld de neiging om alles te veramerikaniseren? Willen we lijken op onze westerse bondgenoten aan de andere kant van ‘the Atlantic’? Is het misschien de wetenschap die zijn wortels in de Engelse taal heeft gepland en zo ons evidence-based handelen heeft beïnvloed? Of is werken in health care gewoon tof en willen we ‘show-off ’en met allemaal Amerikaanse woorden?

Ik vraag me af of de zorg daadwerkelijk beter en mooier wordt door de ‘americanisation’ van het medisch jargon. Ik denk het niet. Want waarom heet de IC niet gewoon IZ (intensieve zorg). En is gaspen niet gewoon naar adem happen of agonaal ademhalen? Dan is het duidelijk voor iedereen; voor de patiënt, dokter en voor de verpleegkundig specialist.

Daarmee kom ik bij mijn wens voor 2015. Probeer de verleidingen van je collega’s te weerstaan en herintroduceer mooie Nederlandse woorden. Kwajongens, zwiepen, kwetteren. Spit, verpleegkundige, geneesheer. Hoog-intensieve zorg en goede klinische praktijkvoering, Uitslag, blinde en twaalfvingerige darm, kwaddels, jicht en ja, zelfs het lelijke woord pustels. Allemaal uitstekende woorden. Niets mis mee. Omarm het Nederlands-medisch jargon. Lang leve de Nederlandse taal.
En ik roep u op om misbruik van Amerikaanse woorden bij mij te melden. Dan ga ik ermee aan de slag. Uitroeien die handel. At your service!