30-er 4-ever

Op het afgelopen voorjaarscongres (het incrowd psychiaterfeestje wat ieder jaar in Maastricht wordt gevierd) zat ik in de filmzaal bij de documentaire allweeverwanted.nl. Dat is een documentaire over het dertigers dilemma. Er werden 5 jonge mensen gefilmd van 25-30 jaar die succesvol waren geweest in beroepen in de creatieve sector maar na dit succes vastliepen in het concert des levens. Vast op het ideaalbeeld van zichzelf; van wat zij dachten dat de maatschappij van hen verlangde. En dit kwam bij hen tot uiting in psychiatrische klachten.

Een jongen met OCD, een meisje met een depressie en een getatoeëerde gast die zich uitgaf als free lance director die paniekaanvallen had gekregen. Ze legden de link met het ontstaan van hun klachten met de huidige tijdsgeest; zien en gezien worden als succesvol in de nieuwe digitale media. Geliked, gespot, gepord of geswyped worden op Twitter, Facebook, Linkedin, Lickr, Grinder, Snapshot, Instagram, Meerkat, Dr. Zhivago, en Tinder. Het imago van succesvol zijn was voor de gedocumenteerde dertigers de heilige graal. Alles in het werk stellen om dat beeld naar te buitenwereld uit te dragen.
Maar door hun eigen ogen zagen ze iets heel anders.
De documentaire was vermakelijk en in de nabeschouwing met een zaal vol psychiaters probeerde men een link te leggen met het voorkomen van psychiatrische klachten en de huidige tijdsgeest.

Het is de vraag wat deze n=5 studie ons daadwerkelijk vertelt over voorkomen van psychiatrische klachten als gevolg van sociale media en het dertigers dilemma. Zijn niet alle dertigers per definitie aan het worstelen met hun eigen bestaansrecht in een maatschappij waarin de kans op falen vele malen groter is dan de kans op succes? Is een dertiger niet gemaakt om te piekeren over zijn eigen ik, omdat de wereld om hem heen veel groter lijkt dan zijn eigen ego? En houdt dat gepieker over jezelf niet vanzelf op als je een kind op de wereld zet en de evolutie je op een hele andere manier dwingt tot bezinning?

Ik, als dertiger bleef vooral piekeren over die vragen. Ik keek om me heen. Opvallend was ook het grote aantal grijze psychiaters in de zaal (die op een wel heel ontspannen manier nascholingspunten aan het vergaren waren). Type 60+ en slecht gekleed (als uiterlijk een representatie zou moeten zijn van het innerlijk zijn er veel psychiaters behoorlijk de kluts kwijt) .
In de nabeschouwing waren vooral die oudjes aan het woord. Enigszins verongelijkt bestookten ze de zaal met zurige commentaren over hoe zwaar het narcisme zich huisvest in de dertiger en de dertiger niet is opgewassen tegen de harde wetten van de maatschappij. Er werd instemmend gehumd. Daarna kwamen de grijze psychiaters een voor een met voorbeelden (meestal hun eigen kinderen) over welke fouten de dertigers maken in de omgang met psychische klachten. De tendens was dat ze beter geen medicatie moesten gebruiken maar er zelf uit moesten proberen te komen. ‘daar word je sterker en wijzer van’. Er werd weer instemmend gehumd (iets waar psychiaters blijkbaar patent op hebben).
Met goedbedoelde adviezen over hoe het allemaal vroeger beter was werd de sessie afgesloten. Ik bleef beteuterd achter.

Pas later drong het tot me door hoe paradoxaal het advies is van de oude garde. Door te stellen dat je er zelf uit moet komen, geen hulp moet krijgen van medicatie omdat je er ‘sterker en wijzer van wordt’ als je door de klachten ‘heengaat’, bekrachtig je het verkeerde imago. Namelijk, je moet sterk zijn (imago) en het zelf oplossen (buitenwereld). Dat hadden deze dertigers in de docu geprobeerd, maar die coping had geen soelaas geboden.

Het commentaar in de nabeschouwing zegt waarschijnlijk meer iets over die grijze generatie babyboomer. Blijkbaar vind deze generatie stiekem dat de dertiger sterker en wijzer moet worden, en dat liever zonder hulp van medicatie (sic). Net zoals vroeger.

Ik bleef na afloop in de zaal een beetje katatoon voor me uitstaren. Alle schakeringen van de emotieboog had ik ervaren. Van piekeren, via beteutering en ongeloof naar katatonie. Deze hartvochtige les van de grijze slecht geklede zestigers (“please, doe iets aan je imago’) verdween retrospectief in mijn verkeerde keelgat en bleef daar nog een tijdje steken.