Vrouwen in de wetenschap

Jose van Dijck

De discussie over vrouwen in de wetenschap bestaat al honderd jaar. Niet alleen is het 100 jaar geleden dat de eerste vrouwelijke hoogleraar werd benoemd, ook is er al tientallen jaren ontevredenheid dat er te weinig vrouwen in de wetenschap doorbreken.

José van Dijk, voorzitter van de KNAW, vertelde -ietwat onnatuurlijk- bij DWDD dat er meer vrouwen in de top van de wetenschap nodig zijn. Ze somde trots een lijstje jonge vrouwelijke onderzoekers op die de stap naar de toga hadden gemaakt.

 

Gelijkwaardigheid

Om eerlijk te zijn, ik word een beetje moe van deze discussie en dat is niet omdat ik “vrouwenmoe” ben. Integendeel. De vrouw is op ontelbaar vlakken het beste wat God en dus de wetenschap heeft voortgebracht. Ze zijn op veel gebieden completer dan de man en geschikter voor de wetenschap. Ze zijn slimmer en eerlijker, ze zijn punctueel en precies, ze hebben een minder groot ego. Ook zijn vrouwen altruïstischer en houden ze van teamwerk. Ze uiten zich genuanceerd en eloquent en zijn ontzettend zorgzaam voor hun promovendi. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Allemaal eigenschappen waar mannen nog wat van zouden moeten leren.

 

Toch wil het maar niet vlotten met vrouwen op hoge posities. En dat in een land waar iedereen gelijk móet zijn. En daar wordt een denkfout gemaakt. Het lijkt alsof we gelijkheid en gelijkwaardigheid met elkaar hebben verward. Want we zijn niet gelijk, en gelukkig maar. We zitten anders in elkaar en hebben andere doelen in het leven. Mannen en vrouwen zijn verschillend. Op heel veel vlakken. Bijvoorbeeld; mannen werken liever met geld, vrouwen werken liever in de zorg. En dus zijn er meer vrouwen tegenwoordig dokter, en meer mannen boekhouder (in die branches hoor je meestal niemand klagen over ongelijkheid).

 

Dromen en verlangens

En ga nu niet zeuren dat ik dat niet kan zeggen omdat jij vindt dat iedereen gelijk moet zijn; dat is precies mijn punt. Het lijkt erop dat we in dit land niet verschillend mogen zijn. Alles móet gelijk. Juist omdat mannen en vrouwen zo anders in elkaar zitten hebben ze andere verlangens en andere dromen.

Ik zal u verklappen waar mannen van dromen. Schrik niet, het zijn redelijk infantiele en narcistische dromen. Mannen dromen van individuele glorie en succes. Mannen dromen van aanzien en respect. Mannen houden van auto’s en geld verdienen. Mannen houden ervan als er tegen ze op wordt gekeken. Mannen houden er van om hoge posities te bekleden. Het interesseert ze weinig wat voor posities, als het maar hoge posities zijn.

Vrouwen dromen van hele andere dingen. Die dromen van een stabiele relatie. Die dromen van een hecht gezin. Die dromen van een baan die goed is te combineren met het familieleven. Vrouwen dromen van stabiliteit en een leuk en zorgeloos leven. Natuurlijk, er zijn ontelbaar veel uitzonderingen, maar zonder enorm te generaliseren lossen we dit artificiële gelijkheidsprincipe nooit op.

Als ik die totaal verschillende dromen eens naast elkaar leg, dan is het niet meer dan logisch dat er meer mannen hoogleraar zijn. En het lijkt erop dat vrouwen helemaal geen hoogleraar willen worden. En geef ze eens ongelijk. Want om hoogleraar te worden moet je de ballen uit je broek en de tieten uit je trui werken. Dat is geen pretje. Voor mannen niet en voor vrouwen niet. Dan moet je wel heel graag willen. Bovendien heb je dan een baan die je uitput, die je al je vrijheid ontneemt, die ervoor zorgt dat je kinderen niet meer ziet. Hoogleraar ben je dag en nacht. Zo werkt de wetenschap. Helaas pindakaas.  

 

Voorstel

Mijn voorstel zou zijn om het allemaal op zijn beloop te laten. Anders krijg je positieve discriminatie. En dat is in essentie paradoxaal als je zo vurig streeft naar gelijkheid. Laten we niet meer moeilijk doen over geslachten of met quota. Omarm de verschillen tussen de seksen. Omarm het vrouw-zijn. Omarm zelfs het man-zijn. Alleen zo ontstaat er oprechte diversiteit en gelijkwaardigheid. Want in de toekomst zullen vanzelf de vrouwen de mannen domineren. Ik kijk er naar uit.