Problemen in de KJP, struisvogelpolitiek

In de aflevering van nieuwsuur op 21-06-2017 was er een item over de zorgen binnen de jeugdpsychiatrie. Jeugdpsychiaters luiden de noodklok en volgens de NVVP zouden er momenteel 20 kinderen met ernstige psychiatrische aandoeningen zijn waarover grote zorgen zijn. De voornaamste problemen zijn dat het moeilijk is om kinderen klinisch te plaatsen, door te verwijzen en dat er geen crisisplekken beschikbaar zijn. Volgens het expertise netwerk KJP is er een substantieel tekort aan intensieve behandeling voor jongeren met ernstige problemen. Hilmar Backer (kinder- en jeugdpsychiater) geeft aan dat het een structureel probleem is wat voort is gekomen uit de decentralisatie van de jeugdzorg. Vanuit het veld zijn al langer signalen van onvrede te horen. Er is teveel administratie en er zijn te veel beperkingen vanuit de gemeente. De hoge werkdruk en het dragen van de verantwoordelijkheid voor (noodzakelijke) zorg die niet geleverd kan worden maakt werken in de sector onaantrekkelijk met nog grotere (personeels)tekorten als gevolg.

 

Victor Everhardt schoof in de uitzending aan bij presentator bij Twan Huys. Everhardt is wethouder in Utrecht en voorzitter van de subvereniging jeugd van de vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) die o.a. als taak heeft om de knelpunten in de jeugdzorg te signaleren. Volgens Everhardt zit de oplossing van het probleem in de samenwerking tussen de verschillende partijen (gemeente, zorgaanbieder, professional etc). Hij zegt dat het contact tussen de partijen erg goed is maar stelt dat de gemeentes desondanks niet op de hoogte waren van de problemen omdat zij daarvan niet door de professionals op de hoogte zijn gebracht.

 

Wat mij verbaast is dat de gemeentes niets van de problemen zouden weten. Stel, al zou het contact tussen de verschillende partijen geheel afwezig zijn, dan nog is het, zelfs voor een struisvogel, ontzettend moeilijk om niet van de problemen op de hoogte te zijn. Zowel hulpverleners als patiënten en hun familie klagen al lange tijd en hebben hun zorgen uitgebreid via diverse (social) media gedeeld. Recent was er de moeder van Emma die 60.000 likes op haar Facebook post kreeg en vervolgens bij RTL late night werd uitgenodigd maar ook andere media, zoals nieuwsuur, berichten al jaren over de problemen. Daardoor is het moeilijk te geloven dat de wethouders niet op de hoogte zijn van de problematiek. Ook de subcommissie jeugd moet op de hoogte zijn geweest, anders kan deze subcommissie net zo goed opgeheven worden.

Aan de ene kant wil ik Everhardt geloven, in dat de gemeentes inderdaad niet op de hoogte zijn. De oplossing zou dan behoorlijk simpel zijn, namelijk de bezem door de colleges van B&W halen en de betrokken wethouders vervangen. Maar zoals uit de noodkreten blijkt, kun je dit zelfs een kind niet wijsmaken. Zo simpel als een communicatieprobleem zal het ook niet zijn. Zo'n decentralisatie gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot. Zo bleek bijvoorbeeld uit onderzoek van de NOS in 2016 dat veel gemeentes niet uitkwamen met hun budget voor de jeugdzorg terwijl andere gemeentes tonnen, of zelfs miljoenen, overhielden.

 

Vanuit het interview kwam bij mij het ouderwetse gevoel naar boven van de bestuurder die te ver van de maatschappij verwijderd is om goed te zien wat er daadwerkelijk in gebeurd. Ik denk daarom dat de oplossing er vooral in zit om die kloof te dichten en niet door als politicus je stropdas af te doen maar door de mouwen af te stropen. Inderdaad af te stropen. Geef de hulpverleners zelf meer invloed in de verdeling van het budget zodat de lijnen korter en minder bureaucratisch worden. Creëer meer conformiteit tussen de gemeentes t.a.v. aanvraagprocedures en -formulieren etc. Minder bureaucratie kost minder tijd en minder geld. Tijd en het geld dat dan weer besteed kan worden aan meer en betere patiëntenzorg. Door meer en betere patiëntenzorg zullen er minder crises zijn, zijn de aanwezige crises beter te beteugelen en worden patiënten sneller geholpen waardoor de kansen op goed herstel verbeteren. Daardoor hebben ze uiteindelijk minder zorg nodig wat uiteraard minder tijd en geld kost en zo is het cirkeltje rond. Overheid blij, hulpverlener blij, maar bovenal, patiënt gezond.