Vogels van waanzin

Boekrecensie ‘Vogels van waanzin

Aanrader! Prachtig verzamelwerk en gegarandeerde garnering voor al je referaten en voordrachten.

‘Blinde dove rodmoordenaar van al wat ik bezit, ik waarschuw je. Crisofeen & manisch, zoals jij beweert. Maak dat manisch en crisofeen maar eens duidelijk waar; en schrijf mij de sympthonen eens op papier, stuk verdriet & Leugenaar.’ Het zijn de eerste zinnen van een woedende brief die een gedwongen opgenomen patiënt schreef aan zijn psychiater. Dichter Menno Wegman kreeg de brief te lezen tijdens zijn verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis als writer in residence en maakte er een gedicht van door de brief op te delen in strofen. Dit gedicht, getiteld ‘Godverdedomme’, is een machteloos gesprek één richting, waarin de gedwongen opgenomen patiënt en zijn psychiater elkaar niet bereiken. Hovius nam het gedicht op in hoofdstuk 4, getiteld ‘berichten uit de inrichting’. Daar is het in gezelschap van onder andere citaten uit de boeken van Renate Rubinstein, Geerten Meijsing en Hans Dorrestijn; allen zelf op een bepaald moment psychiatrisch patiënt. De geselecteerde fragmenten zijn raak gekozen op troostende of juist vermakelijke wijze herkenbaar voor iedereen met (werk)ervaring in de GGZ.

Het boek van Hovius is intussen veel meer dan fragmenten die de hedendaagse psychiatrie karakteriseren. Wellicht nog interessanter, want onbekender, beschrijft het hoe de waanzin vanaf de 19e eeuw voet aan de grond kreeg in Nederlandse boeken en gedichten, variërend van op het noodlot afstormende gekte tot vrij nauwkeurige casusbeschrijvingen die de laatste inzichten van de psychiatrie uit een bepaalde tijdsperiode weerspiegelen. Het soms ouderwetse taalgebruik in de citaten, waaruit desondanks het ziektebeeld direct uit gedestilleerd kan worden, spreekt tot de verbeelding. Bijvoorbeeld in Frederik van Eedens in Van koele meren des doods uit 1900, waarin de psychose van hoofdpersoon Hedwig wordt beschreven: ‘Hedwig was lange tijd stiller en kalmer geweest[…] maar in de trein werd zij wederom drukker en onrustiger, nu vooral op verliefde en zinnelijke wijze […] Hedwig, steeds driftiger en meer opgewonden, hield uit het portiekraam, voor het donkere, lege station, lange reden, waarin alle talen die zij kende, tot zelfs latijn, gemengd waren.’

Tenslotte besteedt ‘Vogels van waanzin’ aandacht aan de relatie tussen waanzin en creativiteit. Bestaat die relatie? Verkeren krankzinnigheid en creativiteit in elkaars nabijheid? Of hindert gekte juist het kunstenaarschap? Ook de moeite waard is de wijze waarop Hovius toont hoe intrigerend een verhaal wordt op het moment dat in het midden gelaten wordt of de hoofdpersoon geestesziek is, of dat juist de omgeving niet deugt… (denk aan De donkere kamer van Damokles).

Kortom, ‘Vogels van waanzin’ is een aanrader. Een leesbaar en knap geselecteerde verzameling die een must-read is voor iedere jonge psychiater (in opleiding). Los van dat het boek bijdraagt aan je algemene vorming als beroepsbeoefenaar, leent de nieuw verworven kennis zich uitstekend als (historisch) intermezzo in al je praatjes, voordrachten en referaten.

En als de vaderlandse gekte door de eeuwen heen de honger naar de geschiedenis van de psychiatrie nog niet gestild heeft, lees dan ook Hovius’ ‘De eenzaamheid van de waanzin’, een vergelijkbaar format waarin de nadruk niet ligt op Nederland, maar op de schrijvers uit de landen waar de psychiatrie tot ontwikkeling kwam.

Uitgeverij: Nieuwezijds.