Mindfulness in de klinische praktijk

mindfulness meditatie psychiatrie psychologie

Zonder zweverig te zijn: een down-to-earth handleiding hoe mindfulness te integreren in je psychotherapie (en er zelf iets aan te hebben). Hoe kan mindfulness nuttig zijn binnen een psychotherapie? Dat wordt door de drie auteurs (allen naast hun expertise op vlak van de psychologie/psychotherapie sinds de jaren 80 beoefenaars van mindfulness) in een goed boek in tien zorvuldige hoofdstukken.

Ten eerste heeft de patiënt baat bij een therapeut die mindful is. Zo’n therapeut is bewust en aandachtig, en heeft daarbij ‘een actieve, oordeelloze omarming van de ervaring in het hier en nu’. Daarmee wordt bedoeld dat de therapeut zich flexibel en ontvankelijk op weet te stellen naar de patiënt, zonder te oordelen. Het helpt, met andere woorden, om niet verstrikt te raken in gevoelens van tegenoverdracht.

Ten tweede kunnen op mindfulness gebaseerde oefeningen geïntroduceerd worden binnen de psychotherapie. Deze oefeningen kunnen patiënten helpen zich bewust te worden van emoties, patronen te vinden, gebeurtenissen te accepteren, naar vergeving toe te werken (voor jezelf of de ander) of balans te vinden. Het boek staat vol casus waarin dergelijke oefeningen naar aanleiding van een concreet probleem helder worden geschetst.

Maar hoe word je een mindful therapeut? Want voordat je de patiënt op dit vlak iets te bieden hebt, moet je het eerst zelf in de vingers hebben. De Dalai Lama is er in hoofdstuk 1 helder over dat je dit niet een-twee-drie voor elkaar hebt: ‘sommige bedrijven maken altijd reclame voor iets wat simpel is, of effectief, of heel goedkoop. Mijn reclame is het tegenovergestelde: het is moeilijk en gecompliceerd!’. Stap één is mindfulnessmeditatie: regelmatig de tijd maken om je exclusief te richten op de kernvaardigheden van mindfulness: concentratie, open aandacht en acceptatie. Daarmee begin je door je op niets anders dan je ademhaling te richten en je gedachten hier weer op milde wijze naar terug te brengen op momenten dat je merkt af te dwalen. Dergelijke aandachtsoefeningen kunnen ook minder expliciet, door ze in te bouwen in de taken van het dagelijks leven: concentreer je bijvoorbeeld volledig op de afwas, het koken of het opmaken van je bed. Oefen in ieder geval tenminste acht weken, heb geduld, wees vriendelijk naar jezelf als je afdwaalt met je gedachten en vergelijk je eigen vooruitgang op dit vlak vooral niet met dat van anderen.

Als je jezelf getraind hebt in het vasthouden van je aandacht op je ademhaling, ben je klaar voor het aangaan van confrontaties: je kan proberen te oefenen met het richten van de aandacht op je eigen fysieke of emotionele pijn.

Het boek vervolgt met in complexiteit toenemende oefeningen om als therapeut steeds meer mindful te worden. Daarin is het verfrissend reëel, ook ten aanzien van de mogelijkheden van de (beginnend) psychotherapeut: 'bijna alle therapeuten hebben hetzelfde geheim dat we zelden tegenover onze patiënten toegeven: het grootste deel van de tijd weten we niet wat we doen.’ Het boek biedt vervolgens gelukkig ook bemoedigende quotes van respectabele zenmeesters voor het nodige tegenwicht, in dit geval: ‘De geest van de beginner kent vele mogelijkheden, de geest van de gevorderde slechts weinig’. En dat biedt perspectief. 

Boekgegevens:

Susan M. Pollak, Thomas Pedulla, Ronald D. Siegel

Mindfulness in de klinische praktijk: essentiele vaardigheden

Uitgever Nieuwezijds, 2015. 256 pagina's

ISBN 9789057124310