Artsen ontvangen grote bedragen van de farmacie

Balans

Recent (3/9/2016) verscheen in de Volkskrant de verslaggeving dat Nederlandse artsen 5.6 miljoen euro ontvangen van de farmaceutische industrie. Hierbij stonden vooral reumatologen, urologen, pneumologen en internisten op kop. Het merendeel van dit geld was bestemd voor deelname aan congressen en verloningen aan sprekers.

 

Beïnvloeding sterkst bij ontkenning ervan

Het werd al meermaals aangetoond dat artsen die financiering of giften ontvangen van de industrie gunstiger gezind zijn tegenover de gesponsorde producten, zich minder aan richtlijnen houden, en duurder voorschrijfgedrag vertonen. Hoewel de meerderheid van artsen die contacten met de industrie heeft aangeeft niet beïnvloed te worden door deze interacties – maar wel overtuigd is dat dit wel voor hun collega’s geldt - toonde een recente Belgische studie aan de Universiteit Antwerpen (Cleymans e.a., submitted) aan dat deze beïnvloeding gezien kan worden in het voorschrijfgedrag van allen en net sterker aanwezig is bij psychiaters en huisartsen die deze invloed ontkenden.

 

Dalende beïnvloeding

Hoewel psychiaters niet vrijuit gaan in de analyse van de Volkskrant (er staat 1 psychiater in de top 20 van meest betaalde artsen), ontvangen we als discipline een stuk minder dan andere takken binnen de geneeskunde. Twee belangrijke redenen kunnen we hiervoor naar voren schuiven: enerzijds zijn de patenten van vele psychofarmaca (voornamelijk de nieuwe generatie antidepressiva en antipsychotica) vervallen. Daardoor zijn er bij de relevante farmaceutische bedrijven maar beperkte budgetten voor marketing binnen het psychiatrische veld voorzien. Vele bedrijven trekken zich zelfs terug uit het psychiatrische veld  wegens de vele doodlopende sporen in de zoektocht naar nieuwe farmaca en bijgevolg een gebrek aan concrete beloftevolle nieuwe molecules. De beperkte middelen voorzien binnen deze bedrijven voor marketing worden vooral geinvesteerd in zogenaamde ‘key figures’ (klinische onderzoekers, docenten, psychiaters op opnameafdelingen).

Anderzijds is er de laatste jaren een toegenomen bewustwording binnen ons veld en ondernemen vele psychiaters en organisaties (zoals de Vlaamse Vereniging Psychiatrie) stappen om financieel minder afhankelijk van de industrie te zijn, wat objectiviteit alleen maar ten goede kan komen. Ook werd er een deontologisch advies geschreven inzake de omgang van psychiaters met de farmaceutische industrie.

 

Beschouwing

Desalniettemin blijft de farmaceutische industrie een belangrijke partner in de zorgverlening en moeten psychiater en farmaceutische industrie op een evenwichtige en constructieve manier met elkaar kunnen omgaan, om zo de vooruitgang van het psychiatrische veld te stimuleren.

 

Dit artikel werd geschreven door Manuel Morrens, professor aan de Universiteit van Antwerpen en werkzaam te PZ Duffel.