15de editie van Shared Care: interview met Aartjan Beekman

(Leestijd: 2 - 4 minuten)

Prof. Dr. Aartjan Beekman heeft 15 jaar het voorzitterschap gedragen van het Shared care congres. Op dit congres worden de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen in vogelvlucht doorgenomen en werd door velen gezien als een belangrijke informatiebron om geïnformeerd te worden over de meest recente wetenschappelijke ontwikkelingen in de psychiatrie. Vanaf dit jaar draagt hij het stokje over aan 3 nieuwe voorzitters, te weten Christiaan Vinkers, Joeri Tijdink en Iris Sommer. Die zullen op 2 februari het voorzitterschap op zich nemen en komen met een uitdagend en uiterst actueel programma waarin de meest recente ontwikkelingen in de psychiatrie naar voren komen. Voor het volledige programma en inschrijfgegevens, zie hier.

Hoog tijd om aan de scheidend dagvoorzitter zijn ervaringen met Shared Care te bevragen.

 

Waarom vond je Shared Care zo’n leuk en belangrijk congres om te organiseren?

We hebben een groot vak en het ontwikkelt zich behoorlijk snel. Het is voor de collega’s (inclusief mijzelf) helemaal niet mogelijk om alles bij te houden. Wat is er leuker dan een dag verwend te worden door uitstekende sprekers, die je meenemen in de nieuwe ontwikkelingen op hun gebied? Shared Care is een ‘up-tempo’ formule, met veel interactie onder collega’s. Ik hou daar enorm van en leer er net zoveel van als de deelnemers. Wat we proberen over te dragen, is liefde en respect voor het onderzoek en voor onze dagelijkse praktijk.

 

 

Waarom heb je afscheid genomen van je voorzittersrol?

Na 15 jaar is het tijd voor een nieuw gezicht. De formule werkte prima, maar het is goed als Shared Care zichzelf opnieuw kan uitvinden. Lastig overigens in tijden van Corona!

 

Congres SharedCare15 640

 

 

Wat zijn voor jou de interessantste ontwikkelingen de afgelopen 10 jaar in de psychiatrie?

Het denken over psychiatrische aandoeningen verandert. Dat lijkt langzaam te gaan, maar als ik vergelijk met mijn opleidingstijd, dan is er echt veel veranderd. Dat zie je terug op allerlei gebieden. Ik noem een paar dingen:

  • We zijn veel zelfbewuster als het gaat om de effectiviteit van behandelingen: voor een deel is dat ‘sadder but wiser’, maar dat geldt voor de gehele geneeskunde. 
  • We weten nu dat preventie echt mogelijk is - dat was voorheen een utopie. Preventie is echt een ‘game-changer’. 
  • We weten veel meer over het natuurlijk beloop van stoornissen. Dat heeft ons denken en ook de voorlichting aan patiënten over schizofrenie en persoonlijkheidsstoornissen definitief veranderd.
  • Onze opvattingen over classificatie en diagnostiek zijn behoorlijk veranderd - kijk daarvoor naar de Richtlijn Psychiatrische Diagnostiek en naar ‘Personalised Psychiatry’.
  • Netwerktheorie over psychopathologie en netwerkzorg.

Dit is een greep uit heel veel dingen die zijn veranderd en die ook impact hebben op onze dagelijkse praktijk. Ik denk dat het perspectief voor patiënten duidelijker is geworden en dat het grosso modo een stuk beter is dan pakweg 30 jaar geleden. Dat is echt heel mooi.

 

 

Wat zijn de meest waardevolle ontwikkelingen in de psychiatrie in de laatste jaren wat je zelf niet verwachtte en je verwachtingen heeft overtroffen? En welke hebben hun belofte niet ingelost?

Op gebied van preventie is er veel meer mogelijk dan ik had verwacht. Dat gaat niet alleen over de primaire preventie (vermijden dat mensen ziek worden), maar ook over het proactief vermijden van schade door psychiatrische ziekte (bv op gebied van dwang en drang, suïcide, of metabool syndroom) en het vermijden van chroniciteit en sociale exclusie. 

Vooralsnog blijven de neurowetenschappen en de genetica enorm achter als het gaat om inlossen van hun belofte. Wetenschappelijk gebeurt hier heel veel en de belofte wordt eerder groter dan kleiner. In de praktijk merken we er alleen nog maar weinig van. 

 

 

Welke adviezen heb je voor de huidige en vooral toekomstige generatie psychiaters?

Je hebt alle reden om trots te zijn op je vak. Laat je niet ontmoedigen door de negatieve beeldvorming en oude discussies die steeds maar gerecycled worden in de media. Het moeilijkst vind ik dat we nogal wat prominente collega’s hebben die over elkaar buitelen in de media, met negatieve en vaak uitgesproken pejoratieve en diskwalificerende berichten over ons vak en over onze patiënten. Het zou fijn zijn als er vanuit de jonge collega’s een fris en ferm tegengeluid kwam

Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy