10 Nieuwigheden voor de klinische praktijk in 2022

2022

Vier keer per jaar verschijnt er op De Jonge Psychiater een artikelselectie van de meest in het oog springende wetenschappelijke bevindingen. Eens per jaar kijken Jurjen Luykx en Angela Carlier terug op het afgelopen jaar en maken een overzicht gemaakt van bevindingen gepubliceerd in het vorige jaar die volgens hen (subjectief dus) het klinisch handelen van psychiaters kunnen gaan veranderen. Hieronder zijn deze 10 nieuwigheden voor 2021 in willekeurige volgorde genoemd. De selectie is onderverdeeld in de onderstaande tien thema’s. Per thema worden steeds de bevinding(en) genoemd en de manier waarop het klinisch handelen door de bevinding(en) mogelijk zal veranderen.

 

 

 

1) Net als vorig jaar stond 2021 stond in het teken van studies naar associaties tussen COVID-19 en de psychiatrie. Graag willen we de lezers wijzen op enkele onzes inziens lezenswaardige stukken:
Mensen die een SSRI gebruiken hebben een kleinere kans op verslechtering van COVID-19 na een positieve testuitslag mensen zonder SSRI (JAMA en Molecular Psychiatry); Er is geen bewijs voor causale verbanden tussen COVID-19 en psychiatrische aandoeningen (Translational Psychiatry); Ook de pandemie heeft vooralsnog niet geleid tot een toename in suïcides (British J. Psych).

 

2) De effectiviteit van esketamine in het verminderen van depressieve symptomen is de laatste jaren steeds duidelijker geworden (Pharm. Reports/Psychopharmacology). Sinds 1 september dit jaar wordt esketamine neusspray vergoed binnen de basisverzekering bij patienten met een therapieresistente depressieve stoornis. Zorgaanbieders die de behandeling met esketamine neusspray willen bieden kunnen hierover afspraken maken met de zorgverzekeraar. Hiermee wordt ketamine toegankelijk voor alle patiënten met therapie resistente depressie.

 

3) Ook goed nieuws voor de behandeling van ernstige PTSS. Uit een fase 3 klinische trial komt naar voren dat drie doseringen MDMA effectief zijn als toevoeging bij twaalf sessies psychotherapie (Nature Medicine). Het is op dit moment nog niet mogelijk om MDMA-additie toe te passen zonder studieverband.

 

4) Zuranalone, een middel dat de GABA-A receptor moduleert, lijkt effectief in de behandeling van depressie (meta-analyse van fase 2 studiedata; J Affect Disord.) en in de behandeling van postpartum depressie (RCT, fase 3 studie, JAMA Psychiatry). In 2022 proberen de makers goedkeuring te krijgen (in eerste instantie bij de FDA) voor het gebruik van dit middel voor de bovengenoemde stoornissen. Het is belangrijk om nieuwe medicatie te onderzoeken, omdat er nog steeds veel patiënten last blijven houden van depressieve klachten na behandeling.

 

5) Een klinische trial uit 2021 laat zien dat pimavanserine, een atypisch antipsychoticum dat gebruikt wordt in de behandeling van psychotische symptomen bij de Ziekte van Parkinson, ook effectief is in het behandelen van psychose bij patiënten met verschillende vormen van dementie (New England .J.Med). Hopelijk komt het middel (thans een horizonscangeneesmiddel), snel beschikbaar op de Nederlandse markt om zo patiënten met dementie en psychotische symptomen effectiever te kunnen behandelen.

 

6) Over afbouwen van antidepressiva is nu met preciezere schatting bekend geworden wat het risico is op terugval bij patiënten in de eerste lijn met een depressie na stoppen met antidepressiva, namelijk ongeveer twee keer zo groot als onder patiënten die doorgingen met antidepressiva (NEJM). Consequentie voor de klinische praktijk is wat ons betreft niet om altijd door te gaan met antidepressiva maar wel alert te zijn op dit risico en na voorlichting over dit risico met een patiënt tot een afweging te komen.

 

7) De duur van onbehandelde psychose blijkt een belangrijke prognostische indicator voor een minder gunstig ziektebeloop (World Psychiatry). Het is dus belangrijk dit als overweging mee te nemen in de klinische praktijk door ervoor te proberen te zorgen dat de duur van onbehandelde psychose zo kort mogelijk is.

 

8) Methylfenidaat werd regelmatig voorgeschreven aan patiënten met apathie bij M. Alzheimer, zonder goed bewijs. Vanaf dit jaar kunnen we dankzij een grote studie stellen dat er voldoende bewijs is voor de effectiviteit en de relatief lage kans op bijwerkingen van 2dd10mg methylfenidaat voor deze indicatie (ongeveer twee keer zoveel kans op algehele verbetering t.o.v. placebo; JAMA Neurology).

 

9) Het was lange tijd onduidelijk in hoeverre cholinesteraseremmers en antipsychotica het risico op vallen bij patiënten ouder dan 65 verhogen. Een grote studie toont aan dat factoren die los staan van dergelijke medicatie een hoger risico geven op vallen dan de middelen zelf en dat dergelijke patiënten al voor de start van medicatie vaak vallen (BMJ). De implicatie is dus dat je als clinicus breder kijkt dan alleen dergelijke medicatie en onderzoekt hoe vaak een patiënt al viel voordat het antipsychoticum of de cholinesteraseremmer werd gestart, om te weten of een patiënt daadwerkelijk vaker valt na starten van dergelijke medicatie.

 

10) Voor patiënten met dementie en depressieve klachten (zonder depressie) blijken uit een meta-analyse niet-medicamenteuze therapieën effectiever dan medicatie (BMJ). Overweeg vooral cognitieve stimulering als behandeling voor dergelijke patiënten.


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy