Psychiatrie van de Toekomst

(Leestijd: 2 - 3 minuten)
Psychiatrie van de toekomst

Titel: Een psychiatrische stoornis komt nooit alleen

Deze post maakt deel uit van de rubriek "Psychiatrie van de Toekomst" in het Tijdschrift voor Psychiatrie, in samenwerking met De Jonge Psychiater (pdf versie)

 

Waarom dit onderzoek?

Iedereen is het erover eens dat een psychiatrische stoornis het risico op een tweede verhoogt. Maar hoeveel precies, hoelang zo’n risico verhoogd is en over welke stoornissen het gaat, is niet helemaal duidelijk. Empirische data tot nu toe zijn gebaseerd op een vooraf geselecteerde set aan diagnosen of zijn gericht op de overlap op één moment in de tijd, waardoor de resultaten weinig specifiek zijn.

 

Onderzoeksvraag

Hoe groot is het risico op een comorbide psychiatrische stoornis nadat bij iemand een eerste psychiatrische stoornis gediagnosticeerd wordt? En welke stoornissen zijn dit?

 

Hoe werd dit onderzocht?

Alle mensen die in Denemarken geboren waren (in 1900-2015) of er leefden (in 1900-2016), werden geïncludeerd. Deense gezondheidsregisters werden gebruikt om te identificeren of en wanneer bij iemand een diagnose werd gesteld. Bij de statistische analyse werd behalve met leeftijd en geslacht ook rekening gehouden met de factor tijd.

 

Belangrijkste resultaten

Het cohort betrof bijna 6 miljoen Denen (83,9 miljoen persoonsjaren). Na een eerste psychiatrische diagnose was het risico op een tweede het hoogst in het eerste jaar, maar bleef verhoogd voor ten minste 15 jaar. De risico’s varieerden per stoornis. Mensen met een verstandelijke beperking hadden bijvoorbeeld een twee keer verhoogd risico (hazardratio (hr) 2,0; 95%-bi: 1,7-2,4) op een latere eetstoornis. Maar bij mensen met een ontwikkelingsstoornis was het risico bijna 50 keer verhoogd (hr 48,6; 95%-bi: 46,6-50,7) voor een (later gediagnosticeerde) verstandelijke beperking. Verder kreeg 30,6% (95%-bi: 29,3-32,0%) van de mannen en 38,4% (95%-bi: 908 37,5-39,4%) van de vrouwen met een stemmingsstoornis voor hun 20ste in de 5 jaar daarna ook een neurotische stoornis (angststoornissen, obsessieve-compulsieve stoornissen of somatisch-symptoomstoornissen).

 

Hoe zal dit onderzoek ons vak veranderen?

Deze studie draagt op empirische manier bij aan de precisiepsychiatrie. Door voorlichting over specifieke verhoogde risico’s per stoornis kan deze kennis bijdragen aan het bewust zoeken naar en vroegtijdig herkennen van comorbiditeit, bij zowel patiënten als behandelaars.

 

 

Referentie 

  • Plana-Ripoll O, Bocker Pedersen C, Holtz Y, Benros ME, Dalsgaard S, de Jonge P, e.a. Exploring comorbidity within mental disorders among a Danish national population. JAMA Psychiatry 2019; 786: 259-70

  

Deze post maakt deel uit van de rubriek "Psychiatrie van de Toekomst" in het Tijdschrift voor Psychiatrie, in samenwerking met De Jonge Psychiater (pdf versie)


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy