GHB, de hype voorbij en bijzonder hardnekkig

Buisjes met schroefdop

‘Bezint eer ge begint’ zou een advies kunnen zijn bij vele geestverruimende middelen, maar lijkt in het bijzonder van toepassing op gammahydroxybutyraat ofwel GHB. GHB was in de jaren ’90 van de vorige eeuw nog gewoon verkrijgbaar in smartshops als groeihormoon-bevorderende stof voor bodybuilders, en als slaap-ondersteundend middel. Problemen voor de volksgezondheid in verband met het gebruik van deze ‘lichaamseigen stof’ leken er niet of nauwelijks te zijn, waardoor het middel laag scoorde in de risicobeoordeling van het RIVM (1999) (LINK)

Vanaf het moment dat GHB werd opgepikt in de party-scene, eind jaren ’90, begonnen de problemen toe te nemen. Intoxicaties op feesten waren aan de orde van de dag, en spoedeisende hulpen in de grote steden werden vooral in het weekend bedolven onder de comateuze feestgangers (LINK). Het gebruik bleef in die tijd echter vooral beperkt tot feesten.

 

In 2011 voerde het RIVM opnieuw een risicoschatting uit (LINK), waarin de gezondheidsrisico’s van GHB behoorlijk groter werden ingeschat dan in 1999. Het optreden van afhankelijkheid werd nu onderkend. Mede naar aanleiding van dit rapport werd GHB in 2012 op lijst 1 van de opiumwet geplaatst.

Dit leidde niet tot minder gebruik: in de verslavingszorg merkte men dat steeds meer mensen aanklopten vanwege problemen met GHB. Gebruikers slaagden er niet goed in om zelf te stoppen, of vielen steeds weer terug. Er trad een verschuiving op van gebruik op feesten naar thuisgebruik. In Nijmegen werd een methode ontwikkeld om patiënten met GHB afhankelijkheid te detoxificeren door ze eerst in te stellen op farmaceutische GHB en vervolgens af te bouwen. Met deze methode is inmiddels ruime ervaring opgedaan in de verslavingszorg (LINK). Uit de nationale GHB monitor, waarin deze detoxificatiemethode werd onderzocht, bleek dat GHB gebruik sterk verschilde per regio, met beruchte ‘hot-spots’ zoals Noord-Brabant. Ook bleek dat meer dan 80% van de 274 deelnemers één of meerdere coma’s had meegemaakt na GHB gebruik, bijna de helft wel eens op de spoedeisende hulp (SEH) was geweest en 20% op de Intensive Care als gevolg van GHB intoxicatie of onthouding. Een groot gedeelte van de patiënten had psychiatrische comorbiditeit.

In algemene ziekenhuizen kreeg men naast de bekende intoxicatiebeelden ook steeds meer te maken met acute ernstige onthoudingsbeelden van GHB gebruikers die om wat voor reden ook op de SEH kwamen en daar begonnen te onttrekken. Vanuit de GHB monitor zijn  aanbevelingen gemaakt om deze patiënten te stabiliseren (LINK 1, LINK 2).

GHB Figure1

GHB is, kortom, al lang de hype voorbij. Het heeft zich in Nederland stevig genesteld als belangrijke probleemdrug, hoewel het gebruik in absolute zin beperkt is. Relatief gezien is het een gevaarlijke drug: in 2015 was GHB in het spel bij 23% van de in Nederland geregistreerde drugsgerelateerde incidenten (LINK). Omdat goede ketenzorg vaak ontbreekt vallen patiënten vaak tussen wal en schip: betrokken partijen (GGZ, verslavingszorg, politie, GGD en ziekenhuizen) weten niet goed wat ze met heftig ontregelde patiënten aanmoeten en er zijn te weinig geschikte opnameplekken.

Op basis van administratieve data uit de verslavingszorg blijkt ook wat behandelaren al wisten: GHB verslaving is zeer hardnekkig, met grote kans op terugval na behandeling vergeleken met alle andere drugs (gemeten in ‘re-enrollment’: opnieuw in behandeling komen na afgesloten behandeling; (zie figuur en LINK). Preventie, goede ketenzorg en onderzoek naar terugvalpreventie is hard nodig.