Rijgeschiktheid bij psychiatrische aandoeningen: een praktisch Nederlands overzicht

autorijden

Vragen over autorijden en psychofarmaca behoren tot onze dagelijkse praktijk. We kennen allemaal de site www.rijveiligmetmedicijnen.nl waar adviezen gegeven worden t.a.v. autorijden en medicatie. Minder bekend is dat iemands psychiatrische aandoening, nog los van de psychofarmaca, ervoor kan zorgen dat iemand als niet rijgeschikt wordt geacht. De opmerking 'Dokter, ik wil stoppen met de pillen want dan kan ik weer autorijden' gaat vaak niet op. In 2016 is de wetgeving rondom rijgeschiktheid voor een aantal psychiatrische aandoeningen aangepast; daarom volgt nu een beknopt overzicht van de wetgeving rondom rijgeschiktheid en psychiatrische aandoeningen.

 

Dit artikel werd nagelezen en gecheckt door CBR. Een Vlaamse versie van dit artikel is hier te vinden.

 

 

Rijgeschiktheid
Een rijbewijs stoelt op twee pijlers: de rijvaardigheid en de rijgeschiktheid. Rijvaardigheid betekent dat iemand de vaardigheid heeft om een motorvoertuig te besturen. Dit wordt getest in het theoretisch en praktisch rijexamen. Rijgeschiktheid is wanneer iemand lichamelijk en geestelijk voldoende in staat geacht wordt een motorvoertuig te besturen. Rijgeschiktheid wordt beoordeeld door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) voorafgaand aan het rijexamen. Hiervoor vult de (potentiële) bestuurder een vragenlijst in over zijn/haar gezondheid, de zogenaamde Eigen Verklaring (per 1 november 2017 verandert de naam naar Gezondheidsverklaring). Wat betreft psychiatrische stoornissen wordt gevraagd of iemand onder behandeling is (geweest) voor een psychiatrische stoornis; of iemand misbruik maakt/heeft gemaakt van alcohol, drugs of medicatie; en of iemand medicatie gebruikt die de rijvaardigheid kan beïnvloeden.

Aan de hand van de Eigen verklaring onderzoekt het CBR of iemand rijgeschikt is. Wanneer iemand een of meer vragen met ‘ja’ heeft beantwoord, is een aantekening van een (behandelend) arts nodig. Hiervoor schrijft een (behandelend) arts informatie over de aard en ernst van de aandoening op de Eigen verklaring. Een arts kan hiervoor gebruik maken van een speciale psychiatrievragenlijst (cbr.nl/voorartsen). Op basis van deze aantekening en de wettelijke Regeling Eisen Geschiktheid 2000, beslist het CBR of aanvullende informatie nodig is. Dit kan verkregen worden via een onafhankelijk specialistisch rapport en/of een rijtest. Een specialistisch rapport bevat recente, feitelijke informatie over iemands aandoening opgesteld door een onafhankelijk specialist. Van de beoordelend psychiater wordt een oordeel over de rijgeschiktheid gevraagd. De kosten van een rapport door een onafhankelijk psychiater hangen af van de tijd die nodig is voor het onderzoek (deze bedragen meestal rond de tweehonderd euro) en zijn voor rekening van de patiënt. De (maximum) tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit.

 

Verandering rijgeschiktheid
Wanneer er een verandering optreedt in de lichamelijke of psychische gezondheid waarvan iemand logischerwijs kan verwachten dat dit invloed heeft op zijn rijgeschiktheid, dan hoort de bestuurder een nieuwe Eigen verklaring aan het CBR te leveren. Het CBR beoordeelt dan opnieuw iemands rijgeschiktheid. Het melden van dergelijke veranderingen in de gezondheid aan het CBR is geen wettelijke verplichting. Er wordt naar verwezen als 'een morele plicht' van de bestuurder. Hoe werkt dit in de praktijk? Het CBR is dus grotendeels afhankelijk van de kennis, het verantwoordelijkheidsgevoel en de eerlijkheid van de bestuurder. Als arts wijs je je patiënt op de wetgeving, en het is aan de voorgelichte patiënt of hij zichzelf meldt bij het CBR. Er wordt dus niet van artsen verwacht dat ze patiënten melden bij het CBR tenzij in geval van een conflict van plichten. De beslissing of iemand nog rijgeschikt is, ligt bij het CBR en niet bij artsen.

Andere routes waardoor mensen herkeurd worden ten aanzien van hun rijgeschiktheid zijn keuringen voor het groot rijbewijs, vanwege de leeftijd en na een melding vanuit de politie. Vrachtauto- en buschauffeurs moeten iedere vijf jaar een nieuwe Eigen Verklaring met een – door een arts ingevulde- Geneeskundig verslag aanleveren. Boven de 75 jaar moeten bestuurders iedere vijf jaar een Eigen verklaring met een –door een arts ingevulde- Geneeskundig verslag aanleveren. Wanneer de politie twijfelt over rijgeschiktheid van een bestuurder, bijvoorbeeld naar aanleiding van een ongeval of melding, kan zij dit melden bij het CBR. Het CBR beoordeelt deze feiten in het kader van de wet- en regelgeving en kan besluiten tot nader onderzoek naar de rijgeschiktheid.

Wat zijn de risico's van autorijden ondanks twijfels over rijgeschiktheid? Los van de morele bezwaren, heeft een patiënt rekening te houden met het juridische kader. De wetgeving geeft aan dat iemand een verstandig bestuurder moet zijn. Als je als bestuurder twijfelt aan je rijgeschiktheid, 'geldt' de eerder afgegeven rijgeschiktheid niet meer. Daarmee vervalt immers een van de twee pijlers van het rijbewijs en kun je stellen dat je rijbewijs niet meer 'geldig' is. In verzekeringsvoorwaarden staat dat iemand in bezit moet zijn van een geldig rijbewijs. Als dus boven water komt dat jij hebt gereden terwijl er twijfels waren over de rijgeschiktheid, dan heb je mogelijk ‘zonder rijbewijs’ gereden en zal een verzekering wellicht ook niet uitkeren. Een verzekeringsmaatschappij kan dit alleen te weten komen als de patiënt zelf meldt dat hij ziek is, of als de politie melding maakt van vermoedens van ongeschiktheid.

 

Rijgeschiktheid per psychiatrische stoornis.
De precieze wetgeving rondom rijgeschiktheid en psychiatrische aandoeningen is te vinden in de 'Regeling Eisen geschiktheid 2000', hoofdstuk 8 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0011362/2017-05-12). Een samenvatting is terug te vinden in tabel 1 hieronder. De overheid stelt strengere eisen ten aanzien van de rijgeschiktheid voor personen met een rijbewijs groep 2 (zware motorvoertuigen; rijbewijs C en D) en beroepschauffeurs, dan aan personen met een rijbewijs groep 1 (het gewone rijbewijs motor en auto; rijbewijs A, B en BE). De Regeling geschiktheid 2000 begint met de opmerking dat “er nog altijd betrekkelijk weinig epidemiologische gegevens zijn over de relatie tussen de gezondheidstoestand van verkeersdeelnemers en het veroorzaken van verkeersongevallen.” Dat betekent dat de medische geschiktheidseisen grotendeels opgesteld zijn vanuit common sense in plaats van wetenschap.

In juli 2016 is de regelgeving rondom rijgeschiktheid bij psychotische stoornissen en stemmingsstoornissen versoepeld. Vóór 2016 gold dat mensen met psychotische stoornissen twee jaar na een doorgemaakte psychose niet rijgeschikt waren; deze termijn is versoepeld naar zes maanden. Daarnaast kunnen mensen met een eenmalige psychose weer rijgeschikt zijn voor beroepsmatig verkeer. Ten aanzien van stemmingsstoornissen werd tot 2016 een termijn van een jaar na volledig herstel gehanteerd voordat iemand weer rijgeschikt was. Deze wetgeving is versoepeld: iemand is direct na remissie van stemmingsstoornis weer rijgeschikt. Wel blijft een specialistisch rapport noodzakelijk indien een patiënt nog psychiatrische behandeling krijgt of persisterende depressieve symptomen heeft.

Een vraag die opkomt is hoe goed de huidige wetgeving in de praktijk wordt nageleefd. Deze vraag blijft helaas onbeantwoord: bij navraag bij CBR blijken geen gegevens beschikbaar over het aantal keuringen per jaar in het kader van een psychiatrische aandoening.

Tabel 1

Samenvatting eisen rijgeschiktheid uit 'Regeling eisen geschiktheid 2000'

Eenmalige, kortdurende psychotische stoornis

Groep 1: zes maanden recidiefvrij en positief specialistisch rapport; rijgeschikt voor max. 5 jaar

Groep 2: twee jaar recidiefvrij, medicatie gestaakt en positief specialistisch rapport: geschikt voor max. 3 jaar

Schizofrenie, schizoaffectieve stoornis, schizofreniforme stoornis

Groep 1: zes maanden recidiefvrij, ziekte-inzicht, geringe negatieve symptomen en positief specialistisch rapport; max. 5 jaar, alleen privégebruik

Groep 2: ongeschikt

Waanstoornis

Groep 1: ernstige waanstoornis: ongeschikt; 'lichte' waanstoornis (dwz: niet interfererend met rijgeschiktheid): max. 5 jaar.

Groep 2: ongeschikt

Depressieve stoornis; bipolaire stoornis

Geschikt voor rijbewijs 1 en 2 indien: geen suïciderisico, adequate behandeling (dwz: geen of lichte symptomen, medicatietrouw) en redelijk ziekte-inzicht.

Diagnose <5jaar gesteld en afgelopen jaar in behandeling bij psychiater: specialistisch rapport is vereist.

Diagnose >5 jaar gesteld en geen symptomen: door een arts ingevulde vragenlijst voldoet.

Angststoornissen

In de regel geen reden voor ongeschiktheidsverklaring.
Uitzonderingen zijn therapieresistente paniekaanvallen en specifieke fobieën die invloed hebben op rijgeschiktheid: een specialistisch rapport is dan vereist.

Dissociatieve stoornissen

Kunnen tot ongeschiktheid leiden indien bij herhaling sprake is van 'psychogene fugue' of ernstige trance in verkeer.

Persoonlijkheidsstoornissen

Mensen met ernstige persoonlijkheidsstoornissen zijn ongeschikt voor elk rijbewijs indien zij duidelijk blijk hebben gegeven van gebrek aan sociale verantwoordelijkheid of geweten en/of miskenning van risico's van rijden onder invloed van alcohol of middelen. Specialistisch rapport is dan vereist.

ADHD

Geschikt mits geen sprake van misbruik psychoactieve middelen, sprake van ziekte-inzicht en therapietrouw, en geen sprake van rijgevaarlijke bijwerkingen van medicatie.

Bij eerste aanvraag rijbewijs: specialistisch rapport en rijtest vereist.

Autismespectrumstoornissen

Geschikt mits comorbide stoornissen (angst, dwang, aandacht, stemming, psychose, epilepsie, genetische afwijkingen) voldoende onder controle zijn.

Bij eerste aanvraag rijbewijs: specialistisch rapport en rijtest vereist.

 

Bronnen:

Rijgeschiktheid bij psychiatrische aandoeningen; literatuuroverzicht en consequenties voor de praktijk. M.M. de Wolf. Tijdschrift voor Psychiatrie 52 (2010)

www.cbr.nl

Regeling eisen geschiktheid 2000