Suïcidaliteit bij asielzoekers: wanneer grijp je in?

Asielzoekers

In de crisisdienst kreeg ik er laatst opnieuw mee te maken: een uitgeprocedeerde asielzoeker die een ernstige tentamen suïcide (TS) deed. Middels verstikking. Zijn dochter kon nog net op tijd alarm slaan, patiënt was toen al buiten bewustzijn, en deze 54-jarige man uit Syrië werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. De man werd gestabiliseerd en somatisch vrijgegeven. Vervolgens werd de crisisdienst in consult geroepen voor een beoordeling suïcidaliteit.

Het kostte enige tijd om de context rondom deze patiënt te verzamelen. Helder werd dat de ochtend voor zijn TS van zijn advocaat te horen had gekregen dat zijn asielverzoek definitief was afgewezen, wat inhield dat hij terug zou moeten naar Syrië. Patiënt zei hierover –via de telefonische tolk- dat hij ‘er liever zelf een einde aan maakte dan terug te moeten naar het land waar hij meer dan 10 jaar gemarteld is’. In het gesprek was hij mat en afwerend.

 

 

Uit hetero-anamnese bleek dat patiënt al geruime tijd in ambulant in behandeling was bij een psycholoog in verband met PTSS en depressieve klachten. De gesprekken verliepen moeizaam; patiënt toonde vaak weerstand en alle uitwisseling verliep via een tolk. Voor de afwijzing van de advocaat echter, had patiënt nog hoop gehad op een toekomst hier, zo vertelde zijn dochter. De afwijzing betekende niet alleen verlies van toekomstperspectief, maar ook ontkenning van zijn martelingen.

De ongeschreven regel die ik meekreeg vanuit mijn opleiding over dergelijke casus was: indien er geen sprake is van een psychiatrische stoornis in relatie tot de suïcidaliteit, is het niet aan ons hierop te interveniëren. Dat lijkt heel helder, maar is in de praktijk oneindig veel complexer. Want in dit geval is er kennelijk sprake van een psychiatrische stoornis, maar lijkt de directe aanleiding van de TS het negatieve besluit inzake de asielprocedure te zijn. In 35% van de gevallen blijkt de asielprocedure onder asielzoekers overigens de aanleiding voor een suicidepoging1. Soms wordt een TS ingezet als pressiemiddel, met als doel de procedure te beïnvloeden. Maar hier zicht op krijgen is ingewikkeld.

Rene Diekstra, psycholoog met staat van dienst op vlak van suïcidepreventie, zei in Medisch Contact: ‘Mensen die zich suïcideren onder invloed van een psychische aandoening hebben vaak geen goed zicht op alternatieven om hun levensproblemen het hoofd te bieden. Door hun stoornis denken ze soms dat er geen ander antwoord is dan de dood. Wij moeten hen helpen om een andere oplossing dan de dood te vinden.’ Diekstra stelt hier een andere groep tegenover, namelijk de mensen die ‘klaar zijn met leven’. Hij zegt over hen: ‘Zij hebben vaak wel degelijk zicht op dingen die ze zouden kunnen blijven doen. Ze zien wel hoe ze met routines van het leven kunnen doorgaan, maar ze hebben er geen motivatie meer voor.’ De multidisciplinaire richtlijn diagnostiek en behandeling van suïcidaal gedrag besteed cijfermatig wel aandacht aan ‘immigranten’ maar laat bovenbeschreven problematiek achterwege.

Tot welke groep behoort de asielzoeker? Is er een ‘motivatieprobleem’ of ligt er een taak voor de psychiatrie de stoornis te behandelen, met mogelijk verschuiving van perspectief op het vervolg van de procedure of de gevolgen van de uitzetting?

Wij twijfelden: de man deed een zeer ernstige TS en door de aanhoudende stressor in de vorm van de asielprocedure is het risico op herhaling groot. Er is sprake van psychiatrische problematiek in de vorm van depressieve klachten en een PTSS. Ieder ander hadden we waarschijnlijk opgenomen, vrijwillig dan wel gedwongen. Maar de asielprocedure bemoeilijkt alles. Want we hebben geen pil tegen uitzetting, dat ligt voorbij onze macht. Opname betekent daarbij niet per se bescherming tegen suïcidaliteit. Sterker nog, een gesloten afdeling kan bij deze man mogelijk herbelevingen genereren. Daarbij verblijft hij dan op een plek waar niemand zijn taal spreekt.

Uiteindelijk hebben we patiënt na een lange afweging terug laten keren naar zijn tijdelijke verblijfsplek. De volgende dag werd contact gelegd met het regionale team dat specifieke expertise bezit bij deze problematiek en werd hen verzocht ook een beoordeling te doen. Betrokkene werd ook door hen niet opgenomen. Wel werd de ambulante zorg opgeschroefd. Het bleef desondanks wringen, omdat het suïciderisico zo onverminderd is. Blijven we erbij staan en kijken we ernaar?

Ik weet het zeker dat het bij een volgende casus opnieuw een ontzettende ingewikkelde afweging wordt.

 

Literatuur

  1. Suicidepreventie in AZC’s.
  1. E. Nyst. Arts moet naar suïcidale gedachten vragen. Medisch Contact (36);2016;p.14-16