Aandacht voor vroegdiagnostiek bij autisme

autisme

Deze week is er op allerlei manieren aandacht voor autisme tijdens de Autismeweek. Hoe belangrijk vroegdiagnostiek is vertellen collega’s die de website autismejongekind starten. Een voorbeeld uit de weerbarstige praktijk is het verhaal van Loek, dat al eerder verscheen als column in Balans Magazine.

 

Vroegdiagnostiek als norm en de weerbarstige praktijk

Psychiatrische stoornissen laten zich niet altijd even gemakkelijk herkennen. Loek is 17 jaar als wij hem voor het eerst zien. Hij is somber, beschadigt zichzelf en presteert niet op school. We stellen een ernstige depressie vast. Loek krijgt cognitieve gedragstherapie en fluoxetine, een antidepressivum. De depressie klaart op, maar Loek kan zich nog steeds niet concentreren. De concentratieproblemen die blijven bestaan passen bij ADHD. We starten methylfenidaat, met positief effect. Loek kan zich weer op zijn schoolwerk richten en haalt goede cijfers voor zijn toetsen.

De moeder van Loek ziet zijn stemming en concentratie verbeteren. Ze snapt alleen niet hoe het komt dat het hem nog steeds niet lukt gewone dagelijkse dingen als douchen gewoon te doen. Ook ziet ze dat hij moeite heeft aan te sluiten bij zijn leeftijdgenoten. Loek is inmiddels 18 jaar. Pas in derde instantie stellen we autisme vast. Een diagnose die eerder verworpen is. Loek is slim, zijn moeder kent hem goed en heeft veel met en voor hem opgelost. Nu Loek steeds meer dingen zelf moet doen en organiseren, valt op hoeveel moeite hij hiermee heeft.

 

Het autisme spectrum is breed. Diagnostiek is niet makkelijk. Dat blijkt ook uit onderzoek van een groep wetenschappers in Amerika. Zij keken naar grote onderzoeken in de algemene bevolking, waarin honderdduizenden gezinnen werden gesproken, naar de tijd tussen geboorte en het stellen van de diagnose autisme. Zij stellen vast dat bij een minderheid van de kinderen met autisme de diagnose voor het derde levensjaar wordt gesteld. Een derde tot de helft van de kinderen krijgt de diagnose pas na het zesde levensjaar. Dit zijn met name kinderen die mildere vormen van autisme hebben. Als het zo snel mogelijk vaststellen van autisme de norm is stellen zij, is er nog veel werk te doen.

Omdat steeds duidelijker wordt dat vroeg diagnosticeren en behandelen van een psychiatrische stoornis loont, is iedereen geïnteresseerd in vroegdiagnostiek en behandeling. Vroeg behandelen heeft zin omdat het brein nog flexibel is en geeft kinderen en gezinnen handvatten in het maken van bijvoorbeeld schoolkeuze. Maar hoe stel je een stoornis vast als die zich zo subtiel uit op jonge leeftijd en waarvan je die signalen vooral op kunt pikken op andere plaatsen dan een psychiatrische polikliniek? Poliklinieken voor ‘infants’ (0-6 jaar) wisselen hiervoor kennis uit met consultatiebureaus, kinderopvang en professionals als logopedisten en fysiotherapeuten. Zo kunnen professionals die veel, zo niet alle, jonge kinderen zien, screenen op de vroege signalen van autisme en doorverwijzen waar nodig.

 

En Loek? Zijn intelligentie en vermogen om goed naar anderen te kijken en van hen te leren, hebben hem ver gebracht. Het talent van zijn moeder om hem op de juiste manier te ondersteunen is van grote waarde geweest. Toch is de vraag van zijn moeder of het eerder vaststellen van autisme hem had kunnen helpen terecht.