One disorder fits tons of assessments questionnaires

(Leestijd: 2 - 3 minuten)
Survey

Het aantal stoornis-specifieke vragenlijsten treedt uit zijn voegen. Zo zijn er meer dan 280 vragenlijsten die screenen naar de aanwezigheid van een depressief toestandsbeeld. De clinicus dreigt zich in het aanbod te verliezen en de researcher wordt verleid een vragenlijst te kiezen die het beste aansluit bij het beoogde doel van de studie. The more the merrier? Niet dus. 

Het gebruik van verschillende (diagnostische) vragenlijsten tussen clinici leidt tot een grote mate van variabiliteit in de gestelde diagnoses. Verder zijn de meeste vragenlijsten stoornis-specifiek, waardoor het gebruik van vragenlijst X bij het vermoeden diagnose Y in de richting stuurt van deze diagnose Y en dus de diagnostiek beïnvloedt. In de onderzoekssetting heeft een verschillende keuze van beoordelingsinstrumenten nefaste gevolgen voor de reproduceerbaarheid en de vergelijkbaarheid tussen studies onderling.  

Hoewel elk van deze instrumenten afzonderlijk werden onderzocht en als betrouwbare en valide maten werden bevonden, ontbreekt het aan onderzoek dat deze vragenlijsten, zowel syndroom-specifieke als transdiagnostische, met elkaar vergelijkt. Bevragen ze de aanwezigheid van dezelfde groep symptomen? En wordt een welbepaald symptoom op basis van dezelfde kenmerken bevraagd?

 


Hoe werd dit onderzocht? 

126 verschillende vragenlijsten en interviews die gericht zijn op diagnostiek (of screening) van 10 verschillende psychiatrische aandoeningen (depressie, angst, OCD, PTSD, ADHD, ASS, verslaving, bipolaire stoornis, eetstoornissen en schizofrenie) alsook 16 transdiagnostische vragenlijsten werden met elkaar vergeleken. De individuele vragen werden verdeeld over 43 symptoom categorieën (op basis van de inhoud) en in 7 thema’s (emotie, cognitie, gedrag, fysiek, trigger, gevolg, behandeling). Hiernaast werd in kaart gebracht of duur, ernst, frequentie al dan niet werd bevraagd. Een “symptoomoverlap score” werd bepaald voor elk duo vragenlijsten (zowel binnen de syndroom-specifieke vragenlijst groep als de transdiagnostische groep). 

 

 

Wat kwam eruit? 

De symptoombevraging binnen syndroom-specifieke vragenlijsten varieert sterk onderling: zo varieert de symptoomoverlap van 29% voor BD vragenlijsten tot 58% voor OCD vragenlijsten. Tussen verschillende syndroom-specifieke vragenlijsten zien we een groot verschil in overwicht van het thema symptomen dat bevraagd wordt (bv. voor depressie: HAMD, QIDS, IDS: meer fysieke symptomen dan emotionele; CES-D: meer emotionele symptomen). 

Hiernaast is er een grote overlap wanneer we de syndroom-specifieke vragenlijsten met elkaar vergelijken: 60% van de symptomen werd bevraagd in de helft van de psychiatrische aandoeningen. Tot slot is er een grote variatie tussen vragenlijsten in de bevraging van de tijdsduur en frequentie waarop de symptomen aanwezig moeten zijn. 

Deze bevindingen sluiten aan bij wat we al langer weten: de grenzen tussen psychiatrische aandoeningen (volgens de huidige DSM diagnostiek) zijn wazig. Dit sluit ook aan bij de RDoC initiatieven om psychiatrische aandoeningen niet meer binnen het DSM kader te conceptualiseren maar ze te benaderen vanuit een neurowetenschappelijke hoek. Symptomen worden hierbij onafhankelijk van elkaar geïdentificeerd en teruggevoerd op hun neurobiologisch ontstaansmechanisme. 

 

 

Besluit

De veranderende kijk op psychiatrische aandoeningen noodzaakt de ontwikkeling van nieuwe, gestandaardiseerde beoordelingsinstrumenten die de volledige dimensie van mentaal functioneren inschatten.

Een advies aan elke onderzoeker/clinicus die preferentieel werkt met welbepaalde vragenlijsten: gooi ze nog niet direct overboord. Weet wat je meet en wees op de hoogte van de consequenties hiervan! Een uitweiding hierover kan, per psychiatrische diagnose, gevonden worden in het artikel. 

 

 

 

Referentie:

Newson, J.J., Hunter, D., & Thiagarajan, T.C. (2020). The Heterogeneity of Mental Health Assessment. Frontiers in psychiatry, 11, 76.


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy