Woordenboek

De benaming die de meeste patiënten het liefst voor zichzelf zouden gebruiken is… patiënt. Terwijl al jaren in binnen- en buitenland discussie wordt gevoerd over hoe we ‘hen die zorgen ontvangen’ het beste kunnen noemen, blijkt uit verschillende onderzoeken steeds maar weer dat degenen om wie het gaat het eigenlijk prima vinden om patiënt te zijn. Uit een review van Costa et al. in de BMJ Open uit 2019 blijkt het woord patiënt onder patiënten uit uiteenlopende medische vakgebieden de grote voorkeur te hebben. Van de 33 geïncludeerde studies werd men in 27 daarvan het liefst patiënt genoemd.

 

Het woord patiënt legt de nadruk op passiviteit van de persoon in kwestie, suggereert een ongelijkwaardige relatie tussen de zorgverlener en de zorgontvanger en veroorzaakt stigma: dit zijn enkele van de argumenten waarom alternatieven als cliënt, consument, zorggebruiker en zorgvrager steeds vaker worden geopperd. In sommige, voornamelijk Amerikaanse, literatuur wordt er nog een schepje bovenop gedaan en wordt de patiënt getransformeerd in een soort oorlogsheld door gebruik van begrippen als survivor en conqueror. Hoewel deze laatste begrippen vooral in de oncologie gebruikt worden, beschrijven enkele studies binnen de psychiatrie deze benamingen ook.

 

Aan de andere kant in deze discussie staan de mensen die zeggen dat de behandelrelatie tussen een arts en patiënt nu eenmaal per definitie niet gelijkwaardig is (de patiënt is en blijkt afhankelijk van de arts aan wie hij immers hulp vraagt). Die indruk zou dan ook niet moeten worden gewekt door een andere term voor het woord patiënt te bedenken. Ook wordt wel beargumenteerd dat de term cliënt een kille, zakelijke overeenkomst tussen zorgverlener en zorgvrager suggereren, iets wat de meeste artsen toch niet voor ogen hebben op het moment dat zij de eed van Hippocrates uitspreken. Tenslotte vinden sommigen dat het woord cliënt, en in nog grotere mate het woord consument, te veel geassocieerd is met een financiële transactie waarbij “de cliënt zijn gezondheid koopt”.

 

Aan al deze theoretische voors en tegen lijken de patiënten zelf vooralsnog weinig boodschap te hebben. Costa et al. vonden dat het woord patiënt in de meeste medische vakgebieden eenzaam bovenaan het favorietenlijstje staat. Alleen in de oncologie is dit anders, hier rapporteerden de auteurs dat het woord survivor het vaakst gekozen werd. Mogelijk speelt de culturele context hier ook een rol bij, want zeven van de acht studies die hierover gingen werden uitgevoerd in de Verenigde Staten.

 

En hoe zit het binnen de psychiatrie? In veel Nederlandse GGZ-instellingen lijkt het woord cliënt immers steeds populairder. Costa et al. includeerden 15 studies waarin ontvangers van geestelijke gezondheidszorg gevraagd werd naar hun voorkeur. In 11 daarvan was patiënt favoriet, in de andere vier studies was dat cliënt. Ook hier is de taal en cultuur mogelijk relevant. Alle vier de studies die cliënt als favoriet hebben, werden uitgevoerd in Engelstalige landen (VS, Verenigd Koninkrijk en Australië). In de Europese studies (uit Italië, Polen, Kroatië en Israël) werd patiënt het meest gekozen.

 

Een mogelijke verklaring voor de populariteit van de term patiënt is volgens de auteurs het zogenaamde ‘mere exposure effect’, wat wil zeggen dat mensen geneigd zijn om iets te kiezen wat ze nu eenmaal goed kennen. Dit effect wordt bijvoorbeeld ook veel gebruikt in de marketing, waarbij je door herhaalde blootstelling aan Coca Cola-reclames in de supermarkt het liefst voor Coca Cola kiest. Het introduceren van een nieuwe term, zoals cliënt, roept dan onzekerheid op en de vraag of Pepsi of Fritz-kola eigenlijk wel net zo lekker is.

 

In de genoemde review zijn geen Nederlandse studies opgenomen en voor zover wij weten zijn er hierover in Nederland ook geen studies gedaan. Een goede search naar dit onderwerp is overigens lastig, zoals ook Costa et al. beschrijven: de zoektermen ‘patiënt’ en ‘cliënt’ leveren namelijk, niet verrassend, een enorme hoeveelheid niet-relevante artikelen op.

 

Wij namen de proef op de som en deden een niet geheel representatief onderzoekje naar wat onze Twittervolgers hiervan vinden. We kregen antwoord van respectievelijk 38 en 28 volgers op de volgende vragen.

 

Op de vraag ‘Welke term gebruik jij voor degene aan wie jij als psychiater (in opleiding) zorg verleent?’ antwoordde (n=38) 71% patiënt, 21% client, 5% zorgvrager en 3% anders. Op de tweede vraag ‘Hoe denk je dat de persoon aan wie jij als psychiater (in opleiding) zorg verleent het liefst genoemd wordt?’ antwoordde (n=28) 50% patiënt, 21% client, 18% zorgvrager en 11% anders.

 

Ook al zijn het kleine aantallen, ook onder onze volgers komt patiënt dus als winnaar uit de bus. Interessant is overigens nog wel dat een deel van de psychiaters (i.o.) zelf graag het woord patiënt gebruikt, maar dat in sommige gevallen dit tegen de wil van de patiënt zelf in lijkt te gaan, aangezien bij vraag 2 de term patiënt een stuk minder populair is.

 

Voorlopig lijkt ‘patiënt’ dus nog niet verdwenen uit de vocabulaire van de psychiater. En mocht dit nu toch gevoelig liggen voor sommige van onze patiënten: praat er dan over en wees een beetje flexibel. Als iemand zich niet identificeert met patiënt, zoek dan samen naar een term die wel goed voelt. Zij die graag cliënt, zorgvrager, survivor of conqueror genoemd willen worden hebben waarschijnlijk nog een flinke marketingcampagne voor de boeg. Of het ooit verandert is de vraag, de slogan is niet voor niets: “Always Coca Cola…”