Artikelbespreking: Wie valt er terug na staken antidepressiva?

(Leestijd: 2 - 3 minuten)
Falling male trees

Reactiesnelheid en hang naar beloning als voorspellers voor een terugval

Introductie

Dokters weten over het algemeen beter wanneer ze moeten starten met antidepressiva, dan wanneer ze weer kunnen stoppen met voorschrijven. Bijna een derde van de patiënten die remissie bereikt middels antidepressiva, valt terug binnen 6 maanden na staken van het middel. Dokters en patiënten doen hun best, maar er is nog onvoldoende kennis om te voorspellen wie een terugval krijgt. Berwian et al. vragen zich dit ook af, en kijken hierbij naar de depressieve symptomen ‘moeheid en energieverlies’ en ‘het niet kunnen/ willen verwerven van beloning’ als mogelijke voorspellers. Bijna alle depressieve patiënten ervaren deze symptomen, en ze zijn dan ook één van de eerste aangrijpingspunten bij cognitieve gedragstherapie voor depressie (het ondernemen van activiteiten die als positief of in ieder geval neutraal worden ervaren). Berwian et al. hypothetiseren dat patiënten bij wie de depressie in remissie is onder medicatie, maar die nog wel deze klachten hebben, sneller terugvallen na het staken van medicatie.

 

Hoe werd dit onderzocht?

Er werden initieel 101 patiënten geïncludeerd, van wie uiteindelijk 88 de volledige studie hebben afgemaakt. De patiënten kwamen uit Duitsland en Zwitserland, met een gemiddelde leeftijd van 34 jaar. 23% was man. De patiënten waren gematcht met 55 gezonde controles. Alle patiënten moesten minimaal één episode van major depressive disorder (MDD) hebben doorgemaakt, nu stabiel in remissie zijn, en zelf de medicatie al willen afbouwen. Er werd een baseline-interview gehouden over depressieve symptomen, en vervolgens werd de medicatie in 18 weken afgebouwd. Gedurende week 2, 4, 6, 8, 12, 16 en 21 werden nogmaals depressieve symptomen uitgevraagd, en patiënten werden tot 6 maanden na het staken van de antidepressiva vervolgd om te kijken of zij een terugval kregen.

Om energieverlies en de drang naar beloning te meten, werd tevens op week 0 en week 26 (of eerder bij een terugval) een computertest gedaan, waarbij deelnemers konden kiezen tussen een high-effort-high-reward optie (vaak klikken in de taak maar een hogere beloning), of een low-effort-low-reward optie.

 

Wat kwam eruit?

Patiënten kozen minder vaak de high-effort optie vergeleken met de gezonde controles (respectievelijk 50.1% en 69.3%, p<.001) op het eerste meetmoment, dus wanneer de depressie stabiel in remissie was onder antidepressiva. Ook waren patiënten trager dan gezonde controles in het besluiten welke optie ze zouden kiezen (respectievelijk gemiddeld 1.77 seconden en 1.61 seconden, p=0.02). Patiënten die later een terugval zouden krijgen, besloten op T0 al het traagst van alle geïncludeerden (relapsers 1.95 seconden, non-relapsers 1.67 seconden, p<.001).

 

Klinische betekenis

De bevindingen passen bij het idee dat depressieve patiënten een belonende activiteit teveel inspanning vinden, alsmede de bekende twijfelzucht waardoor besluiten trager of helemaal niet worden genomen. Bovendien wordt dit niet genormaliseerd door antidepressiva, maar blijven verschillen bestaan tussen patiënten in remissie en gezonde controles. De studie geeft zelf al aan dat de groepen klein zijn en dat er op individueel niveau (nog?) niet naar beslistijd kan worden gekeken als voorspeller voor terugval. Tegelijkertijd kan het objectief meten van depressieve symptomen door computational technieken, een hulpmiddel worden om een beslissing te nemen over de antidepressieve medicatie.

 

Referenties

Berwian IM et al. Computational mechanisms of effort and reward decisions in patients with depression and their association with relapse after antidepressant discontinuation. JAMA Psychiatry 2020 Feb 19; [e-pub]. (https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2019.4971)


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy