Herstellen doe je niet op de sofa

(Leestijd: 3 - 5 minuten)
woman wearing blue jacket and black pants walking on grass field pathway photo

Onlangs schreven we op DJP over het bewijs voor leefstijlpsychiatrie. Over bewegen kwam kort gezegd naar voren dat meta-analyses laten zien dat beweeginterventies een aanvullende en effectieve behandeling zijn voor depressie, angst- en stressorgerelateerde stoornissen, psychotische stoornissen en ADHD. Voldoende bewijs dus om in de klinische praktijk mee aan de slag te gaan. In dit artikel geven we je hiervoor wat handvatten.

 

Welke beweeginterventies zijn effectief?

Eerst een korte uitleg over de verschillende beweegvormen.. Bewegen kan uiteraard in verschillende vormen en op een verschillende intensiteit. Bij licht intensief bewegen is er geen verhoging van hartslag en ademhaling, voorbeelden zijn rustig wandelen en opruimen. Bij matig intensieve beweging is er een verhoging van de hartslag en ademhaling, voorbeelden zijn stevig doorwandelen en met een goed tempo fietsen. Bij zwaar intensieve beweging zweet men en raakt men buiten adem, voorbeelden zijn hardlopen en wielrennen. De Nederlandse beweegnorm schrijft minstens 150 minuten matig intensieve beweging en twee keer bot- en spierversterkende oefeningen per week voor. 1

Een meta-review van Stubbs et al. 2 laat zien dat beweeginterventies met een hogere intensiteit in vergelijking met beweeginterventies met een lage en matige intensiteit effectiever zijn bij schizofrenie en depressieve stoornissen. Ook waren beweeginterventies die werden gegeven door gekwalificeerde professionals (dus niet een GGz verpleegkundige die naast haar werk de beweeginterventie moest geven) effectiever en dit zorgde tegelijkertijd voor minder uitval. Hetzelfde onderzoek laat zien dat er minimaal 90 minuten matig tot zwaar intensieve fysieke activiteit per week moet worden gedaan om effect te zien bij mensen met schizofrenie. Daarnaast vonden de auteurs dat bewegen met een lage intensiteit niet effectief was in het reduceren van depressieve symptomen. Dit onderzoek laat dus zien dat je geen topsporter hoeft te maken van al je patiënten om symptoomreductie te bewerkstelligen, maar wel dat het bewegen van voldoende intensiteit en duur moet zijn en onder supervisie van een beweegprofessional.

Men hoeft niet direct in topconditie te zijn om het risico op cardiovasculaire mortaliteit te verlagen. Onderzoek 3 in de algemene populatie toont namelijk aan dat grote gezondheidswinst geboekt kan worden door van een inactieve leefstijl met een lage cardiorespiratoire fitheid naar een gemiddelde cardiorespiratoire fitheid te gaan.

 

Barrières

Toch is voor een groot deel van onze doelgroep 90 minuten matig tot zwaar intensieve beweging per week veel te hoog gegrepen en heeft een groot deel een sedentaire leefstijl 4. Door iemand te verwijzen naar een beweegspecialist kom er je vaak helaas niet uit omdat veel mensen uit onze doelgroep allerlei barrières ervaren om te gaan bewegen. Een deel van deze barrières heeft met de aandoening en behandeling te maken zoals negatieve symptomen, gebrek aan energie, vermoeidheid, initiatiefverlies en bijwerkingen van medicatie zoals secundaire negatieve symptomen, extrapiramidale bijwerkingen, gewichtstoename en dufheid. Een ander deel is psychologisch en sociaalmaatschappelijk van aard zoals (zelf)stigma, weinig sociale steun, weinig zelfvertrouwen en een gebrek aan financiële middelen. 5,6 Wanneer je iemand verwijst naar een beweegprofessional is het daarom belangrijk om de ervaren barrières te bespreken of te laten bespreken door de beweegprofessional.

 

Tips voor in de dagelijkse praktijk

Bespreek allereerst wat iemand qua beweging leuk vindt om te doen, dingen die leuk zijn, zijn namelijk makkelijker vol te houden. Qua beweegvorm is het daarnaast dus goed om te kiezen voor iets van matig tot hoge intensiteit, dit kan van dansen tot stevig doorwandelen zijn. Ook is het belangrijk om de doelen niet te hoog te maken, beter kleine stapjes die lukken, dan grote die mislukken. Een dagelijks wandelingetje van 5 minuten of vaker de trap nemen is echt al een mooi begin.

De meeste GGz instellingen en psychiatrische klinieken in ziekenhuizen hebben een psychomotore therapeut of beweegagoog in dienst, hier kun je dan vaak makkelijk naar verwijzen. Wanneer je verwijst naar een psychomotore therapeut is het ook mooi om een behandeldoel te koppelen aan het bewegen zoals bijvoorbeeld spanningsreductie of het leren aangeven van grenzen. Daarnaast worden in de meeste gemeenten sportactiviteiten aangeboden via de buurtsportcoaches. Deze activiteiten zijn vaak gratis of niet duur en de buurtsportcoaches weten meestal hoe ze iemand op een laagdrempelige manier kunnen laten kennis maken met bewegen. Uiteraard is het natuurlijk ook mogelijk dat iemand deelneemt aan het reguliere sportaanbod in de wijk. Wanneer deze drempel te hoog is, is het goed om te kijken hoe deze drempel verlaagt kan worden door bijvoorbeeld het inzetten van het systeem of een beweegmaatje (een vrijwilliger die gaat bewegen met iemand). Een mooie manier om meteen zelf ook wat beweging te krijgen tijdens je werkdag is om het consult wandelend te doen. Daarnaast kan als ondersteuning ook gebruik worden gemaakt van e-Health met apps als Ommetje en Muva (speciaal ontwikkelt voor mensen met een psychische kwetsbaarheid).

 

Dit artikel is onderdeel van de DJP Leefstijlreeks.

 

Referenties

1. Kenniscentrum Sport en Bewegen. Infographic Beweegrichtlijnen.; 2017.

2. Stubbs B, Vancampfort D, Hallgren M, et al. EPA guidance on physical activity as a treatment for severe mental illness: a meta-review of the evidence and Position Statement from the European Psychiatric Association (EPA), supported by the International Organization of Physical Therapists in Mental . Eur Psychiatry. 2018;54:124-144.

3. Imboden MT, Harber MP, Whaley MH, Finch WH, Bishop DL, Kaminsky LA. Cardiorespiratory Fitness and Mortality in Healthy Men and Women. J Am Coll Cardiol. 2018;72(19):2283-2292.

4. Stubbs B, Williams J, Gaughran F, Craig T. How sedentary are people with psychosis? A systematic review and meta-analysis. Schizophr Res. 2016;171(1-3):103-109. doi:10.1016/j.schres.2016.01.034

5. J. Firth, S. Rosenbaum, B. Stubbs, P. Gorczynskim ARY and DV. Motivating factors and barriers towards exercise in severe mental illness: a systematic review and meta-analysis. Psychol Med. 2016;46(14):2869-2881.

6. Rastad C, Martin C, Åsenlo P. Barriers, Benefits, and Strategies for Physical Activity in Patients With Schizophrenia. Phys Ther. 2014;94(10):1467-1479.


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy