Verlaagde suïcidaliteit na ECT-behandeling - Hoe ECT ook na behandeling blijft beschermen

analog clock at 12 am

Introductie

Electroconvulsietherapie (ECT) is een zeer effectieve behandeling voor met name ernstige depressies en voor katatonie. Hoe ernstiger de depressie, hoe beter het effect: psychotische depressies, die kunnen worden beschouwd als het verre uiteinde van het ernst-spectrum, reageren zelfs het beste (Van Diermen et al. 2018). Ook leeftijd is positief gecorreleerd aan effectiviteit, oftewel hoe ouder, hoe groter de kans op een goed resultaat.

 

Dit zijn belangrijke klinische bevindingen, niet alleen omdat patiënten met zeer ernstige depressies een torenhoge lijdensdruk hebben, maar ook omdat het risico op suïcide in deze groep groot is. Dit risico kan zelfs zo groot zijn dat de richtlijn adviseert in dit geval alle voorgaande behandelstappen over te slaan en meteen te beginnen met ECT (Multidisciplinaire Richtlijn Depressie). Interessant genoeg lijkt ECT op twee verschillende manieren effectief om suïcidaliteit tegen te gaan. Ten eerste wordt suïcidaliteit vaak gezien als depressief symptoom, en bij het behandelen van de depressie verdwijnt dit symptoom dan ook. Maar uit onderzoeken blijkt ook dat de suïcidaliteit zelf zeer snel verdwijnt na ECT-behandeling, sneller zelfs dan de rest van de depressieve symptomen (Kellner et al. 2005).

 

Omdat het verbeteren van suïcidaliteit dus niet gelijk loopt met de andere depressieve symptomen tijdens behandeling, vroegen Kaster et al. (2022) zich af of dit ook geldt voor het terugval-patroon.

Terugvalpercentages na een ernstige depressie zijn een groot probleem. Bijna 80% van de patiënten krijgt binnen een jaar een terugval in hun depressie als zij geen enkele nabehandeling krijgen. Medicamenteuze nabehandeling na ECT, de meest gekozen vorm, heeft een terugvalrisico van 50% (Prudic et al. 2013). Of dit ook voor suïcidaliteit geldt hebben Kaster et al. (2022) onderzocht.

 

 

Hoe werd dit onderzocht?

In een retrospectieve cohortstudie werden dossiers onderzocht van alle volwassen patiënten die in één van de 84 psychiatrische afdelingen in Ontario, Canada, tussen 2007 en 2017 waren opgenomen, en waarbij sprake was van een diagnose depressie (unipolair of bipolair). Patiënten die ECT voor een andere diagnose (zoals een primair psychotische stoornissen) hadden gekregen werden geëxcludeerd. De primaire uitkomstmaat was dood door suicide binnen 365 dagen na ontslag, waarbij gebruik werd gemaakt van survivalanalyses. Omdat niet voor elke depressie ECT een geschikte behandeling is, werd bovendien gebruik gemaakt van de zogeheten ‘average treatment effect on the treated’ (ATT), die rekening houdt met hoe geschikt iemand is voor ECT en dus naar verwachting zou moeten profiteren. Hierbij werd ook gekeken naar de ‘propensity-score’, waarbij de waarschijnlijkheid voor ECT-behandeling wordt berekend middels de karakteristieken op baseline van elke patiënt. Op deze manier kan de suïcidaliteit bij klinisch zeer verschillende depressies toch worden vergeleken.

 

 

Wat kwam eruit?

Het cohort bestond uit 67.327 patiënten, waarvan 4982 patiënten ECT hadden gehad. De leeftijd varieerde van 18-103 jaar. Van de groep ECT-patiënten was 66% vrouw, en de gemiddelde leeftijd was 57.1 (SD 16.8). Van de groep niet-ECT-patiënten was 59% vrouw, en de gemiddelde leeftijd was 44.2 (SD 16.5).

 

450 mensen hadden zich binnen een jaar na ontslag gesuïcideerd. Dit betrof 27 mensen in de ECT-groep en 423 mensen in de niet-ECT-groep. Na correctie voor de bovengenoemde propensity score was de hazard ratio 0.53 (95% betrouwbaarheidsinterval 0.31-0.92). Dit betekent dat het verwachte risico in de ECT-groep significant lager was. Er was geen verschil in sterfte in natuurlijke doodsoorzaken tussen beide groepen.

 

 

Klinische betekenis

Dit onderzoek verstevigt de belangrijke plaats van ECT bij ernstige depressies verder, en legt meer nadruk op ernstige suïcidaliteit als reden om meteen tot ECT over te gaan.

 

Suïcidaliteit heeft een interessante positie in het symptoomcomplex dat wij depressie noemen. Vaak wordt suïcidaliteit door patiënten en clinici geïnterpreteerd als logische uitkomst van de lijdensdruk die alle andere symptomen geven. Maar onderzoek laat zien dat suïcidaliteit zich anders gedraagt dan de meeste andere depressieve symptomen, soms langer blijft hangen, maar met ECT ook veel sneller opknapt dan de rest. De klinische betekenis hiervan kan niet onderschat worden. Snel starten met ECT kan dus levensreddend werken en geeft behandelaren de tijd om de overige symptomen grondig te behandelen.

 

Dit onderzoek beschrijft niet de mentale staat van de patiënten die tot zelfdoding overgingen, op het moment dat zij dat deden. Het is dus onduidelijk of dit een groep betreft die een terugval ervoer, of dat de zelfdoding andere oorzaken had. Interessant is wel dat de groep patiënten die ECT kreeg, gemiddeld 10 jaar ouder was dan de groep mensen die geen ECT kreeg. Leeftijd is zoals gezegd een positieve voorspeller voor respons, maar hogere leeftijd is óók geassocieerd met hogere suïcidaliteit én een hogere slagingskans (1:5 pogingen slaagt, tegenover 1:25 pogingen bij jongere volwassenen (Wiktorsson et al. 2021). Het is dus van groot belang om suïcidaliteit bij oudere patiënten goed te behandelen, en ECT lijkt hier bij uitstek geschikt voor.

 

ECT kent met name cognitieve bijwerkingen, maar wordt bij ouderen als veiliger beschouwd dan medicatie, omdat het minder lichamelijke bijwerkingen en medicamenteuze interacties heeft. Dit onderzoek lijkt dat verder te bevestigen, doordat beide groepen niet verschillen in overlijdensrisico door natuurlijke doodsoorzaken.

 

Concluderend is er al veel bekend over de hoge effectiviteit van ECT bij de juiste indicatie, en dat ECT suïcidaliteit snel doet verdwijnen. Dit onderzoek voegt hieraan toe dat ECT dit risico blijvend verkleint binnen het eerste jaar na behandeling, en het algehele overlijdensrisico door andere oorzaken ook niet verhoogt.

 

 

Referenties

Van Diermen L, Van den Ameele S, Kamperman AM, et al. Prediction of ECT response and remission in major depression: a meta-analysis. Br J Psychiatry. 2018;212(2):71-80.

Kaster TS, Blumberger DM, Gomes T, et al. Risk of suicide death following electroconvulsive therapy treatment for depression: a propensity-score weighted, retrospective cohort study in Canada. Lancet Psychiatry 2022; 9:435-446.

Kellner CH, Fink M, Knapp R, et al. Relief of expressed suicidal intent by ECT: a consortium for research in ECT study. Am J Psychiatry 2005; 162:977-82.

Multidisciplinaire Richtlijn Depressieve Stoornissen, 2013.

Wiktorsson S et al. Clinical characteristics in older, middle-aged and young adults who present with suicide attempts at psychiatric emergency departments: a multisite study. Am J Ger Psychiatry 2021, available at https://www.ajgponline.org/article/S1064-7481(21)00419-X/fulltext


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy