Antipsychotica bij bipolaire patienten

(Leestijd: 2 - 3 minuten)
MolPsych15

In oktober 2015 stond er een mooie klinische dubbelblinde, multicenter RCT in Molecular Psychiatry (link), een van de meest prestigieuze wetenschappelijke tijdschriften op het gebied van psychiatrie. In het artikel werd een onderzoek beschreven naar een belangrijke klinische vraag: Hoe lang moet ik doorgaan met de behandeling van bipolaire patiënten met een antipsychoticum na een manische episode? Dit is klinisch relevant omdat er vaak langdurig atypische antipsychotica worden voorgeschreven aan bipolaire manische patiënten met alle gevolgen van dien (metabole en cardiovasculaire complicaties, DM type II, gewichtstoename).

 

Er valt veel te zeggen voor behandeling met antipsychotica. Het werkt goed ‘anti manisch’ en er is steeds meer evidentie dat olanzapine en quetiapine depressieve symptomen kunnen verminderen bij bipolaire patiënten: twee vliegen in één klap.

Het doel van het eerdergenoemde onderzoek was om te beoordelen in hoeverre antipsychotica relapse van manische en depressieve symptomen kon beïnvloeden en hoe lang dit dan geslikt dient te worden.

 

Wat is er onderzocht?

159 bipolaire patiënten waarvan net de manische episode in remissie was waren ingesteld op lithium (n=85) of valproïnezuur (n=74) met als additie olanzapine (n=93) of risperidon (n=66). Deze patiënten werden gerandomiseerd in 3 groepen.

In de eerste groep werd het antipsychoticum direct gestaakt en vervangen door placebo (n=52). In de tweede groep werd dit na een half jaar vervangen door placebo (n=54) en de derde groep pas na 1 jaar. Belangrijkste uitkomstmaten waren de tijd tot aan een nieuwe manische of depressieve episode en het vóórkomen van gewichtstoename.

 

Wat waren de resultaten?

De risico’s voor een relapse (uitgedrukt in HR) van een manische of depressieve periode was significant lager in de half jaar en jaar groep ten opzichte van direct staken van het antipsychoticum. Het maakte echter niet uit of er een half jaar of jaar werd gecontinueerd met een antipsychoticum. In een Kaplan-meier curve resulteerde dit dat na een jaar 82% van de patiënten die direct staakten met een antipsychoticum een relapse kregen t.o.v. +/- 65% in de twee andere groepen. Gewichtstoename was enkel aanwezig in de ‘6 maanden groep’ (+0.1kg) en ‘12 maanden’ (+3.2kg) groep.

In subgroep analyses kwam naar voren dat olanzapine gedurende het jaar beter beschermde tegen depressies dan risperidon terwijl risperidon beter beschermde tegen manie. Ondanks dat dit interessante resultaten zijn moeten we dit terughoudend interpreteren en geen harde conclusies uit trekken omdat dit resultaat veroorzaakt kan worden door te kleine subgroepen.

 

Wat betekent dit voor de praktijk?

De resultaten bieden houvast om te bepalen hoe lang je met een antipsychoticum moet continueren na een manische episode. Daarbij is het risico op een episode als je na een half jaar stopt met een antipsychoticum even groot als dat je na een jaar stopt. Bijkomend voordeel is dat dat het minder gewichtstoename geeft.

Toch weten we nog niet alles. Want wat zijn de effecten als je langer dan een jaar doorgaat? En wat gebeurde er met de groep die pas na een jaar stopte? Genoeg reden om na te denken over vervolgonderzoek die deze relevante vragen zou kunnen beantwoorden. De resultaten geven ons in ieder geval een verbeterd klinisch perspectief en herinneren ons aan het feit dat we ook weer het antipsychoticum tijdig moeten stoppen. Nu maar hopen dat de onderzoekers de geïncludeerde patiënten voor langere periode vervolgen.