Geweld in de psychiatrie: start een artikel 12 procedure!

Pixabay Recht

In november vorig jaar verscheen er een ingezonden brief in de Volkskrant afkomstig van psychiater Valentijn Holländer over zijn eigen ervaring met geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie.1 Holländer vertelt hoe een opgenomen patiënt hem meermaals met de dood bedreigde. Hij schrijft: ‘Ik zou in stukken op de verpleegafdeling worden aangetroffen en mijn hoofd zou van mijn 'kippennekje' worden getrokken.’ Hij deed aangifte van de bedreiging, maar verloor in hoger beroep en de aanvankelijk opgelegde straf van 300 euro en enkele dagen voorwaardelijke gevangenisstraf die de patiënt/verdachte al waren opgelegd waren van de baan.

Geweld in de psychiatrie komt veel voor. Maar uit onderzoek van Joke Harte en collega’s (verbonden aan de VU) in 2012 verrichten, blijkt dat slechts in 704 gevallen van de ruim 2600 geweldsincidenten in de psychiatrie aangifte wordt gedaan.2 Dat is in nog geen derde van alle gevallen. Van die 704 aangiftes leidt slecht 10 procent tot strafvervolging. Vaak ervaren de slachtoffers dit als onbevredigend: ze voelen zich niet serieus genomen en dat kan leiden tot woede. Een psychiatrisch verpleegkundige en slachtoffer van geweld vertelt hierover in de Volkskrant: ‘Mijn aangifte van mishandeling bleek de dag na de aanval al te zijn geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Hierover was ik niet geïnformeerd. En hoezo gebrek aan bewijs? Er waren genoeg getuigen. Geseponeerd! Pardon? Ik was woedend.'3

 

Artikel 12

Wat veel mensen niet weten is dat je als ‘ rechtstreeks belanghebbende’ een klacht kan indienen tegen de beslissing van het Openbaar Ministerie om een klacht NIET te vervolgen. Dat kan via een zogenaamde ‘artikel 12 procedure’.4 De precieze formulering uit het Wetboek van Strafvordering is als volgt:

´Wordt een strafbaar feit niet vervolgd, de vervolging niet voortgezet, of vindt de vervolging plaats door het uitvaardigen van een strafbeschikking, dan kan de rechtstreeks belanghebbende daarover schriftelijk beklag doen bij het gerechtshof, binnen het rechtsgebied waarvan de beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging is genomen, dan wel de strafbeschikking is uitgevaardigd. Indien de beslissing is genomen door een officier van justitie bij het landelijk parket of bij het functioneel parket, is het gerechtshof te ‘s-Gravenhage bevoegd.’

 

Het aantal artikel 12 procedures dit jaarlijks wordt gestart, wordt geschat op ‘duizenden per jaar’.5 In ongeveer 10 procent van de gevallen draait het Hof de beslissing van de officier van justitie terug en moet er dus wél vervolgd worden. Deze tien procent betreft alle artikel 12 procedures en niet alleen op de zaken van geweld in de psychiatrie; het is onduidelijk in welk percentage daar op basis van een artikel 12 procedure toch besloten wordt tot vervolging. En uiteraard is het aan te raden om al in het voortraject van een aangifte contact te leggen met de Officier van Justitie, bijvoorbeeld via de geneesheer-directeur van je instelling, om de achtergrond en belangen rondom de aangifte toe te lichten.

Maar mocht dat allemaal niet baten dan is het starten van een artikel 12 procedure de moeite van het proberen waard! De jurist verbonden aan GGZ-instelling of beroepsvereniging kan je er eventueel bij helpen. Al was het maar om een signaal af te geven dat geweld tegen hulpverleners in de psychiatrie net zo goed straf op straf kan rekenen als geweld buiten de psychiatrie.

 

Referenties

  1. Brief Volkskrant
  2. Onderzoek VUmc
  3. Artikel Volkskrant
  4. Artikel 12 procedure
  5. Artikel BNR