Waarom aandacht voor depressie wél goed is

(Leestijd: 1 - 2 minuten)
Man depressie

Na het startschot van minister Schippers afgelopen maandag voor de publiekscampagne om kennis rondom depressie te vergroten kwam er ook kritiek. Zo stelt klinisch psycholoog Lex Vendrig in De Volkskrant dat de campagne mogelijk tot meer depressie zal leiden omdat meer mensen zich in de symptomen zullen herkennen.

Soms worden normale schommelingen van de stemming en depressieve klachten verward met een depressie. Toch komt het nog veel te vaak voor dat ernstige depressies niet of te laat onderkend worden. Vaak speelt daarin gebrek aan kennis een rol, maar ook het hardnekkige negatieve stigma dat depressie en andere psychiatrische stoornissen blijft omringen. Er is geen twijfel dat depressie tot één van de grootste gezondheidsproblemen ter wereld behoort. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft becijferd dat depressie in 2030 koploper is qua ziektelast, nog vóór hart- en vaatziekten en kanker. Jaarlijks overlijden wereldwijd meer dan 800.000 mensen door zelfdoding waarbij depressie een belangrijke rol speelt. Sterker nog, zelfdoding is bij 15 tot 29-jarigen de tweede doodsoorzaak.

 

De publiekscampagne over depressie kan een positieve bijdrage leveren. Enerzijds benadrukt de campagne dat er een groot verschil is tussen je af en toe somber voelen en het hebben van een depressie. Iedereen voelt zich af en toe somber, maar daarvoor is geen behandeling nodig. Maar de campagne kan vooral zorgen dat er eerder hulp komt voor patiënten met een ernstige depressie en dat het thema depressie meer bespreekbaar wordt (‘praat erover’).

Het is niet de bedoeling om ‘etiketten’ te plakken. Maar bewustwording over depressie werkt destigmatiserend. Dat is hard nodig voor depressieve patiënten die nog te vaak horen dat iemand zich ‘maar wat aanstelt’. Meer kennis over depressie zal uiteindelijk leiden tot meer begrip, minder stigma en zorgen dat er eerder hulp komt voor depressies voor patiënten en hun omgeving. En daar is het allemaal om te doen.

 

Auteurs: Martijn van Noorden en Raymond Haans, namens de Redactie van dejongepsychiater.nl