Proud2bePsy

(Leestijd: 3 - 6 minuten)
Menno Oosterhoff

Negen psychiaters zijn aan het woord geweest en hebben verteld welke verhouding zij hebben tot de psychiatrie. Een veelkleurig pallet, waaruit niet eenvoudig een gemeenschappelijke noemer valt te distilleren. Psychiatrie is een vak met veel facetten.

Proud to be psy is een parafrasering op proud to be me, de website over eetstoornissen. Een mooie naam, omdat zeker bij eetstoornissen het gevoel van eigenwaarde verbonden is geraakt aan een ongezond lichaamsgewicht. Eigenwaarde staat in de psychiatrie vaak onder druk. Bij patiënten en ook bij behandelaars. Voor patiënten is een forse aanslag op hun gevoel voor eigenwaarde, dat er zoveel misverstand is over de aard van psychische problematiek. Een psychische aandoening wordt nog vaak gezien als iets wat je doet in plaats van iets wat je overkomt. Maar it’s a disease, not a decision.

Voor professionals is het belastend, dat de psychiatrie zo vaak negatief in het nieuws komt. Psychiatrie is de geneeskunst van de ziel en dat klinkt natuurlijk prachtig. Maar we worden niet alleen gezien als zielen-artsen, maar ook als zielenknijpers. Want het roept ook weerstand op, dat iemand anders jou gaat vertellen wat er mis is met je gedrag en beleving. Mensen vereenzelvigen zich vooral met hun beleving en het daaruit voortkomende gedrag, veel meer dan met hun nierfunctie of spijsvertering. Problemen in lichamelijke functies worden beleefd als iets wat je hebt, in psychische functies als iets wat je bent. Dat iemand anders daarover iets te zeggen heeft is moeilijk te verdragen.

 

Psychiatrie houdt zich inderdaad bezig met deze ultieme intieme kant van iemand  en dat verplicht ons zeker er heel zorgvuldig mee om te gaan. Eenvoudig is dat niet altijd, want de grens tussen gezonde beleving en het ziekelijke is niet strikt en ook nog eens afhankelijk van maatschappelijke opvattingen. Ik vraag me bij jongeren die het vermogen van plannen en vooruitzien volledig missen wel eens af of ik levenskunst niet classificeer als ADD. Toch kan zo’n blijmoedig alleen in het hier en nu leven wel degelijk lijden teweeg brengen, zeker als je niet bijstuurt. Het is een illustratie van hoe ingewikkeld het kan zijn te bepalen wat tot ons domein behoort en wat niet. Het uitgangspunt moet natuurlijk altijd te zijn dat er sprake is van lijden. Psychiatrie mag nooit gebruikt worden om je gelijk te halen in een verschil in opvatting. Boeiend, maar complex.

Ook boeiend maar complex  in de psychiatrie is het voortdurend bewegen op het snijvlak van het psychische en materiële. Het is geen strikt onderscheid en psychische invloeden kunnen leiden tot materiële veranderingen en andersom. Toch worden psychische invloeden pas wezenlijk door de betekenis die eraan wordt verleend. Hoe komt die betekenisverlening tot stand? Beleving en bewustzijn hebben natuurlijk veel te maken met functies van het brein, maar is er ook nog ruimte voor zingeving, vrijheid, verantwoordelijkheid? Dat zijn ook de vraagstukken van de filosofie en religie. Ik vind het een groot voordeel in deze complexe vraagstukken deskundig te zijn op het terrein van de belevingen in de ziel. De ziel als toneel tussen lichaam en geest. Op het terrein van het lichaam is er meer zekerheid, valt er meer vast te stellen met metingen; op het terrein van de geest is er meer overtuiging en geloof. Wij zitten daar net tussenin. Werken op dat vlak is ingewikkeld, maar uitermate boeiend en dankbaar. En dat verveelt nooit, ook na 35 jaar niet.

 

Er wordt nogal eens gesproken over een crisis waarin de psychiatrie zich bevindt. Ik weet dat niet zo. Misschien is het wel inherent aan het vakgebied, dat het altijd veel emoties oproept. Ik vind, dat er in de jaren dat ik meeloop beslist op veel terreinen vooruitgang is geboekt. Toen ik begon werd schizofrenie nog wel aan de ouders geweten. Sowieso is het blaming parents duidelijk verminderd onder meer door de toename van kennis over en bekendheid met ontwikkelingsstoornissen, zoals ADHD en ASS, de laatste jaren ook in de volwassenenpsychiatrie. Ook het blaming patiënts is verminderd mede dankzij meer aandacht voor de biologische aspecten van ons vak. Is die grotere aandacht voor het biologische ten koste gegaan van de diepgang en de betekenisverlening? Ik vind dat daar nog wel ruimte voor is, maar het is zeker belangrijk er alert op te blijven, dat dat niet in de knel komt. Wat ik veel bedreigender vind is de enorme toename van de regelzucht en controledwang, de doorgeschoten bureaucrazy. Ik hoop, dat het tij hierin snel keert, want dat is wel nodig.

Het verbaast me, dat er mensen zijn, die nu al het gevoel hebben dat beeldvorming, genetica en dergelijke ons niks zullen brengen. Ik verwacht daar wel veel van, maar dat duurt wat langer dan a decade of the brain. Ook de aandacht voor andere neurotransmitters dan dopamine, serotonine en noradrenaline vind ik veelbelovend en ook voor de diverse vormen van hersenstimulatie. Voor mij alle reden te betreuren dat ik de ontwikkelingen niet nog 35 jaar zal meemaken, tenzij ik 97 wordt.

 

Met proud to be psy bedoelde ik niet alleen psychiaters, maar ook psychologen en ook mensen met een psychische aandoening. Het hebben van een psychische aandoening is niet direct iets om trots op te zijn, maar alle extra moeite die je moet opbrengen om daarmee om te gaan mag dat wel zijn. Ik heb daar veel respect voor, want wat kan een psychische aandoening een zware last zijn. Ik denk dat we patiënten helpen als ook wij trots uitstralen; dat we mensen die de pech hebben door een psychische aandoening te zijn getroffen mogen bijstaan. En dat we dat proberen zo te doen, dat de ongelijke relatie niet ongelijkwaardig wordt. Het zou niet nodig moeten zijn om van cliënt te spreken om aan die gelijkwaardigheid uitdrukking te geven. We spreken ook niet van niercliënt of hartcliënt. Een patiënt is iemand die lijdt en daar is niks minderwaardig aan. Ook onze classificatie verdient meer waardering. Het is een erkenning en geen vonnis zolang we het maar op de juiste manier hanteren met kennis van de waarde en de beperkingen ervan. Hetzelfde geldt ook voor de psychofarmaca.

Met trots zijn stralen we ook hoop uit. Als er iets belangrijk is in ons vak is dat de moed erin houden en hoop speelt daarbij een belangrijke rol. Geen valse hoop, maar ook geen valse hopeloosheid. Natuurlijk kunnen we nog lang niet bieden wat we graag zouden willen, maar we kunnen ook veel wel bieden. Er zijn beperkingen maar dat geldt voor de hele geneeskunde. Kortom: Het hoofd rechtop en de kin naar voren, zonder naast onze schoenen te gaan lopen. Dat is goed voor onszelf, maar ook voor onze patiënten.

 

 

9 maal 5 vragen

5 vragen aan.. Anouck Visscher

5 vragen aan.. Christiaan Vinkers

5 vragen aan.. Joeri Tijdink

5 vragen aan.. Jeroen van Waarde

5 vragen aan.. Jeroen Zoeteman

5 vragen aan.. Erik Rozing

5 vragen aan.. Andrea Ruissen

5 vragen aan.. Mario Braakman

5 vragen aan.. Laura Castellanos-Cruz