Dagboek van een Psychiater: Peter van Harten

(Leestijd: 4 - 8 minuten)
Peter van Harten

Wat doen psychiaters eigenlijk de hele dag? Het doen en laten van psychiaters wordt door de niet-psychiater vaak omgeven met een zekere mystiek. In deze rubriek Dagboek van een Psychiater wil DJP laten zien wat psychiaters drijft door een psychiater (in opleiding) aan het woord die zijn/haar (gemiddelde) dag beschrijft

 

If you want something done, ask a busy person

Jurriaan Strous, redacteur van de Jonge Psychiater, vroeg me om een typische dag uit mijn werkzame leven te beschrijven als start voor de nieuwe rubriek ‘Dagboek van een Psychiater’. Als argumentatie gaf hij dat ik een nogal gevarieerd takenpakket heb, psychiater, hoogleraar, expert in bewegingsstoornissen in de psychiatrie, hoofd wetenschappelijk onderzoek, hoofdredacteur van psychiatrienet.nl en bezig met de Pro Justitia-opleiding voor rapporteur. Dat was meteen het dilemma want met zoveel taken is het vaak beter om nieuwe voorstellen niet aan te nemen. Maar hij vroeg het zo aardig en ik vond het ook een leuke vraag dus ik bevestigde de uitspraak van Benjamin Franklin, ‘If you want something done ask a busy person’.

Vanwege de verschillende taken heb ik de dagen van de week daarop ingericht en de dinsdag is een beetje van alles wat. Dus laat ik die dag nemen. In de ochtend werk ik meestal thuis voor mijn hoogleraarschap. Sinds 2010 heb ik de leerstoel met als opdracht ‘Bewegingsstoornissen bij Psychosen’. Ik ben bezig met het beoordelen van een stuk van Charlie Mentzel die in oktober 2017 promoveert. Voor haar promotie heeft ze gebruik gemaakt van de data van de Curaçao Extrapyramidal Syndromes Study. Deze studie heb ik in 1992 samen opgezet met Glenn Matroos, psychiater en directeur van de Capriles kliniek (nu Klinka Capriles). Wijbrand Hoek (co-promotor), en René Kahn (promotor) verbonden zich aan dit onderzoek. Daarmee hadden we een goed team. Glenn stimuleerde het enthousiasme in de instelling en zat vol nieuwe ideeën. Wijbrand zag als psychiater/epidemioloog meteen de grote waarde in van een epidemiologische studie in de toenmalige Nederlandse Antillen. Alle opgenomen psychiatrische patiënten in een afgegrensd gebied in de onderzoekspopulatie en de mogelijkheid om die jarenlang te volgen. Het eiland is niet groot dus patiënten zijn gemakkelijk terug te vinden ook als ze elders verblijven dan in Klinika Capriles, het enige psychiatrisch ziekenhuis op Curaçao. René heeft een feilloos gevoel wat belangrijk was en het focus werd van een publicatie, en vooral ook wat er uit moest.

De studie loopt nu 25 jaar en is uiterst succesvol. Er zijn tot nu toe 13 Engelstalige artikelen gepubliceerd (genummerd als the Curaçao Extrapyramidal Syndromes Study I-XIII) en er zijn drie promoties uit voorgekomen. In 1998 promoveerde ik op de baseline data, in 2009 is Asmar Al Hadithy gepromoveerd op genetische bepalingen en nu promoveert Charlie Mentzel op de follow-up data. Het is heel boeiend om te zien hoe een promovendus uit de data die we al die jaren verzameld hebben weer geheel nieuwe inzichten vindt.

 

Subsidieaanvragen en het Gewicht van de afdeling

Aan het eind van de ochtend ben ik even bezig met de subsidieaanvragen. GGz Centraal is een oud open Ankh lid (toenmalige zorgcoöperatie) en deze stichting heeft een zorgondersteuningsfonds opgericht waar wij onderzoeksprojecten voor in kunnen dienen. Na aanvankelijk wat weinig reactie uit de organisatie is het nu ineens dringen geblazen. Er zijn nu voor de indieningsdatum van 1 september een viertal projecten. Als hoofd wetenschappelijk onderzoek bemoei ik overal mee, en bij drie projecten ben ik direct betrokken. Een dergelijk proces is uiterst inspirerend. Het verbaast me altijd hoeveel originele en constructieve ideeën er komen als je met een paar mensen tegelijk aan een project werkt, breinen die elkaar ontmoeten!

Middags ben ik op de onderzoeksafdeling van GGz Centraal en heb een overleg met de coördinator wetenschappelijk onderzoek, Anne Willems over beveiliging van de data, een hot topic vanwege de meldplicht datalekken die per 1 januari 2016 is ingegaan. Anne is een steunpilaar voor het wetenschappelijk onderzoek en kent alle details. Daarnaast is ze ook nog aan het promoveren en we hebben het even over de lijn in de artikelen van haar proefschrift. Ze gebruikt voor een artikel de data van de Curaçao study. De andere artikelen gaan ook over bewegingsstoornissen maar bij patiënten met andere diagnoses dan psychose, of bij patiënten die nog niet psychotisch zijn. Een heel boeiend gebied.

Daarna komt de promovendus Jeroen Deenik voor supervisie. Hij heeft een leefstijlonderzoek opgezet bij langdurige zorgpatienten. Ik heb een zwak voor die doelgroep en vind het heel mooi hoe hij samen met verpleegkundigen, behandelaren, en met cliënten dit onderzoek gestart is. Cliënten zijn zeer actief, en spelen een cruciale rol. Het bord op de afdeling met ‘Gewicht van de afdeling’, vind ik een super vondst. Daar wil je als cliënt je steentje wel aan bijdragen. We bespreken de positieve reviews van het artikel. Deze publicatie gaat lukken.

 

Het corvee van de dag

Na deze afspraak moet ik even bezig met, zoals mijn vroegere mededirecteur, Frits Liefferink zei ‘het corvee van de dag’. Er moeten in verschillende softwareprogramma’s nog wat mutaties en declaraties verwerkt worden, en de mail moet nog doorgenomen worden. In de mail zit een vraag van een collega die (geanonimiseerd) een patiënt voorlegt met recidiverende oculogyre crisen. Die mail eerst maar even. Hij vraagt zich af of dit beeld niet psychogeen is omdat het telkens optreedt als patiënt geëmotioneerd is. Meestal is dat niet zo, oculogyre crisen is een vorm van acute dystonie die een uitzondering vormt op de regel dat een acute dystonie altijd ontstaat in de eerste vier dagen na het starten of verhogen van een dopamine blokkerend middel. Oculogyre crisen kan ook ontstaan bij een stabiele spiegel vaak onder emotie.

Het is bijna zes uur en mooi weer en ik besluit om met een omweg naar huis te fietsen, mijn vrouw heeft late dienst dus ik heb alle tijd. Ik woon ongeveer 5 kilometer van de locatie Zon en Schild maar er is een prachtige route door het bos. Laan 1914, Dodeweg en dan het bos in door de Treek en het Zeisterbos. Bos afgewisseld met grote heidevelden en je komt er nauwelijks iemand tegen. 18 km later ben ik thuis en daar staat Bobby, de hond al te kwispelen. Even met de hond naar zijn favoriete veldje.

Tijdens het eten zit ik wat in het nieuwe Tijdschrift voor Psychiatrie te bladeren. Ik ben daar elf jaar hoofdredacteur van geweest en vond dat een leuke maar ook arbeidsintensieve taak. Het is een Nederlands Vlaams tijdschrift en ongeveer een derde van de redactie bestaat uit Vlamingen. De samenwerking met hen was heel inspirerend, ze zijn vaak heel beschouwend en Vlamingen hebben zulke prachtige uitdrukkingen. ‘Ik blijf op mijn honger zitten’ vond ik een van de mooiste, en vooral ook de verbazing dat wij Nederlanders die schone uitdrukking niet kenden.

 

Een tweede mening

‘s Avonds besteed ik wat tijd aan de voorbereiding van de woensdag, de dag van de second opinion poli in het Symfora Meander centrum voor psychiatrie in Amersfoort. Ik zie patiënten voor second opinion meestal twee keer, de eerste keer diagnostisch en de tweede keer een adviesgesprek. Ik heb me aangewend om bij het adviesgesprek de ontslagbrief voor te lezen. Dat werkt heel goed, patiënten kunnen dan nog iets wijzigen en het geeft hen een gevoel dat er aandacht aan besteed is. Ik neem veel tijd voor het advies en geef bijna altijd (als het kan) meerdere mogelijkheden. De meeste patiënten stellen dat op prijs, sommige vragen wat mijn voorkeur heeft maar anderen geven aan dat ze er over na willen denken en het met hun behandelaar zullen bespreken. Voor een van de intakes van morgen is er uitgebreide correspondentie mee gekomen. De neuroloog vermoedt een psychogene bewegingsstoornis. Er is een veelheid aan klachten, onder meer schokken in het hele lijf. Dergelijke casuïstiek vind ik vaak lastig. De tweede intake lijkt eenvoudiger, een waarschijnlijk door antipsychotica geïnduceerde torticollis die niet reageert op botulinetoxine. Maar soms lijkt het eenvoudig en ligt het als de patiënt komt toch weer heel anders.

 

De patiënt is betrokken(e)

Ik kijk nog even wat er gelezen moet worden voor vrijdag, de lesdag van de opleiding tot forensisch rapporteur. Het valt deze keer mee, dat lukt woensdagavond wel. Deze opleiding geeft veel verdieping. Niet alleen qua kennis maar ook inzicht in de rolwisseling van hulpverlener naar rapporteur. Als hulpverlener sta je achter je patiënt, is er vaak een gezamenlijk doel, verminderen van symptomen en verhogen van de kwaliteit van leven of van het welzijn. Als rapporteur is de rol essentieel anders. Het gaat om beoordelen van toerekeningsvatbaarheid en een advies voor behandeling om herhaling van het delict te voorkomen. Betrokkene (want het is hier geen patiënt) kan weleens hele andere belangen hebben. Het zet me vaak aan het denken.

 

Op zijn Beethovens

Ik heb nog een artikel toegezegd aan Psyfar, de deadline is halverwege zoals de mail van vandaag meldde. Ik heb het wel in mijn hoofd maar om het op te schrijven kost altijd veel tijd. Ik geef al jaren een tweedaagse cursus ‘Schrijf een wetenschappelijk artikel’. In een van de literatuurbronnen staat dat er Beethoven en Mozart schrijvers zijn. Beethoven schreef en herschreef en herschreef terwijl Mozart het in een keer opschreef. Ik ben een Beethoven type. Ook dit ‘Dagboek van een psychiater’ is meerdere keren ‘herwerkt’ zoals de Vlamingen zeggen.