5 Vragen aan.. Shatha Al Rawi

(Leestijd: 3 - 5 minuten)
Shatha al Rawi

Na het verschijnen van ‘De Psychiater-Thermometer’ zagen we er heil in de ‘5 vragen aan..’ nieuw leven in te blazen! In deze rubriek antwoordt een (jonge) psychiater of AIOS 5 dezelfde vragen over zijn blik op de psychiatrie en de psychiater. We interviewen psychiaters (i.o.) die elk op zijn of haar manier bezig zijn om op een positieve manier bij te dragen aan ons vak. Dat kan zijn doordat hij of zij ontzettend goede patiëntenzorg levert, iets te vertellen heeft over een (eind)referaat of onderzoek, een boeiend maatschappelijk evenement (mede) organiseert of een origineel idee heeft over de richting waarin de psychiatrie zich idealiter zou kunnen of moeten ontwikkelen. 

Nadat Yolande de Kok de spits heeft afgebeten, gaf zij het stokje door aan Shatha al Rawi, die ons wat mee kan geven op het vlak van de ouderenpsychiatrie, maar ook duidelijk put uit haar eigen levenservaring, daar zij opgroeide in Irak, er geneeskunde studeerde en haar eerste jaren als arts werkte. 

 5 vragen aan… Shatha Al Rawi

 

1. Vertel eens, waar ben je allemaal mee bezig?

Ik werk als ouderenpsychiater bij het team Ambulant ouderen van GGZ Delfland. Ik behandel voornamelijk ouderen met psychiatrische problematiek. Ook komt het voor dat ik jongere patiënten behandel als er sprake is van complexe somatische co-morbiditeit, zoals de ziekte van Parkinson of dementie met gedrags- of psychiatrische problematiek. Vanuit mijn rol word ik in consult gevraagd door onder andere verpleeghuizen. Ook is er veel samenwerking met andere specialisten. Het mooie daarvan is dat een ieder vanuit zijn expertise en invalshoek een bijdrage kan leveren aan de behandeling. Echter, niet alleen interprofessionele samenwerking is essentieel om goede patiëntenzorg te kunnen bieden, ook de samenwerking met de omgeving en naasten van de patiënt is ontzettend belangrijk. Dit maakt het werk leuk en afwisselend. 

Ik ben geboren en opgegroeid in Irak en heb daar geneeskunde gestudeerd. Destijds werkte ik veel op de spoedeisende hulp en kwamen er regelmatig crisissituaties voor. Het was een moeilijke tijd, omdat er een oorlog gaande was. Tevens heb ik een tijd gewerkt als arts in Jemen. 

In Nederland heb ik hard moeten werken om mijn leven weer op te bouwen. Deze ervaringen hebben mij weerbaar en stressbestendig gemaakt, maar ook mijn inlevingsvermogen vergroot. Ik realiseer me des te meer dat de gevoelens van mensen universeel zijn; we kampen allemaal met dezelfde gedachten en zorgen. We kennen allemaal gevoelens van liefde, angst, blijdschap en verdriet. We lijken meer op elkaar dan we in eerste instantie denken en hebben elkaar nodig. Als we focussen op overeenkomsten in plaats van op verschillen, wordt de wereld een mooiere plek. 

 

2. Dat is heel wat! En waar ben jij trots op? 

Wat mij het meest trots maakt als psychiater, zijn de goede resultaten die behandelingen opleveren. De lijdensdruk wordt daarbij minder, niet alleen voor de persoon zelf maar ook voor het systeem om de patiënt heen. Soms speelt een probleem al levenslang en wordt het pas behandeld op oudere leeftijd. 

In de familie waren de medisch specialisten van de generaties boven mij, van kleins af aan, mijn rolmodellen. Mijn neef en oom, beide psychiaters, hebben mij geïnspireerd om me te specialiseren in de psychiatrie. Ik vind het nog steeds een heel mooi vak.

 

3. Heb je vertrouwen in de toekomst van de psychiater?

Ik heb zeker vertrouwen in de toekomst van de psychiater. Psychiatrische problemen blijven bestaan en psychiatrie als wetenschap blijft in ontwikkeling. Er zijn tegenwoordig steeds meer mogelijkheden voor de behandeling van meerdere ziektebeelden, op een veilige en effectieve manier. Wat ik jammer vind, is dat er, wereldwijd, nog een stigma heerst ten aanzien van psychiatrische problemen. Dit leidt tot vertraging, of, in sommige gevallen, tot niet behandelen, waardoor de gevolgen enkel groter worden. 

 

4. Tot slot nog een laatste opmerking? 

Ik hoop dat we samen bruggen kunnen bouwen, om elkaar te proberen begrijpen, als artsen maar ook als mensen. Als wij de tijd nemen om de levensverhalen van de anderen te horen, dan begrijpen we vaak waarom het gaat zoals het nu gaat.

Over mijn ervaring wat betreft de zorg in Irak: in Irak zijn het sociale netwerk en het geloof sterk, wat vaak bescherming biedt. Maar als iemand echt behandeling nodig heeft, dan is er een stigma. Dan is de stap om hulp te zoeken en te accepteren groot. Die angst speelt ook als een persoon van een andere cultuur hier in Nederland woont en psychiatrische hulp nodig heeft. Het maakt een groot verschil als de psychiater de angst van de patiënt begrijpt en een vertrouwensband probeert op te bouwen, bijvoorbeeld door een paar zinnen in de moedertaal van de patiënt te gebruiken. 

Toen ik zelf nog niet lang in Nederland was, bezocht ik een keer een arts vanwege hoofdpijn. Ik kreeg direct paracetamol mee, zonder uitleg waarom. Vanuit mijn cultuur wilde ik de oorzaak van mijn hoofdpijn weten, en ik besloot dan ook toen geen paracetamol te nemen. Wat ik met dit voorbeeld mee wil geven: probeer je als arts echt te verplaatsen in de denkwijze en de cultuur van je patiënt.

 

5. En aan wie wil jij het stokje doorgeven en waarom?

Ik wil het stokje doorgeven aan Ebtisam El Filali. Zij is psychiater bij PsyQ Den Haag, in het team bipolaire stoornissen. Ze is, voordat ze de opleiding tot psychiater deed, gepromoveerd op het gebied van aangeboren leverziektes, en wilde eerst kinderarts worden. Ik ben benieuwd hoe ze de psychiatrie ervaart en of ze haar eerdere ervaring in haar huidige vak kan gebruiken. 


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy