Geen gewone puber; borderline en andere persoonlijkheidsproblemen tijdig herkennen

Tromp

Hoera, een boek over persoonlijkheidsstoornissen bij pubers!

‘Stel jij de diagnose persoonlijkheidsstoornis bij jongeren?’. Een vraag die mij de afgelopen jaren regelmatig werd gesteld en waaruit blijkt dat niet alleen jongeren en hun ouders, maar ook veel collega’s weinig weten over persoonlijkheidsstoornissen bij jongeren, of er niet in ‘geloven’.  

Noor Tromp, klinisch onderzoeker en beleidsmedewerker in de jeugdhulp en -psychiatrie, promoveerde op persoonlijkheidsstoornissen bij jongeren en wil haar kennis delen met het grote publiek. In het boek ‘Geen gewone puber; borderline en andere persoonlijkheidsproblemen tijdig herkennen’, geeft zij in 7 hoofdstukken een beeld van de ontwikkeling van de persoonlijkheid, wat daar voor problemen bij kunnen optreden en hoe je persoonlijkheidsproblemen herkent en kunt behandelen.

 

7 hoofdstukken

Al in het eerste hoofdstuk legt Tromp uit hoe een persoonlijkheidsstoornis vastgesteld werd in de DSM-IV en hoe er in de appendix van DSM-5 een nieuwe optie van trekspecifiek diagnosticeren van persoonlijkheidsstoornissen is toegevoegd. Misschien is die dimensionele manier van kijken naar een persoonlijkheidsstoornis voor jongeren wel veel bruikbaarder dan de huidige methode met vastgelegde diagnostische beelden. Daarin komen ze vaak kenmerken tegen die ze helemaal niet herkennen.

In het hoofdstuk over ontwikkeling van de persoonlijkheid volgen in vogelvlucht de ontwikkelingstaken en, in kaders, korte beschrijvingen van belangrijke theoretici als Bowlby en Piaget. Daarna wordt uitgelegd hoe de persoonlijkheidsontwikkeling normaal- ofwel gemiddeld, abnormaal- ofwel afwijkend, of verstoord- ofwel problematisch kan verlopen. Een beschrijving over de gebruikelijke manier van classificeren en de verschillende clusters en beschreven persoonlijkheidsstoornissen volgt. Het hoofdstuk waarin de verschillende dimensies, die onderdeel uitmaken van het alternatieve diagnostisch systeem in de appendix van DSM-5, is een wat saaie opsomming, maar kan voor jongeren en ouders misschien punten van herkenning geven. Dat deze dimensies ook onderdeel uit kunnen maken van een van de beschreven persoonlijkheidsstoornissen staat in kaders vermeld, maar door het ontbreken van een opsomming van de criteria voor die stoornissen eerder in het hoofdstuk, kan dat verwarring opleveren.

Met de beschrijving van het bio-psycho-sociale ontwikkelingsmodel als verklaring voor het ontstaan van persoonlijkheidsstoornissen, is er aandacht voor factoren als temperament, trauma en beschermende (omgevings)factoren. En voor het feit dat jonge pubers relatief de meeste kenmerken hebben van persoonlijkheidsstoornissen, die in de loop van de adolescentie verdwijnen. Het verschil met de groep persoonlijkheidsgestoorde pubers? Bij hen doven deze kenmerken niet zo gemakkelijk uit en kunnen ze voortduren tot in de volwassenheid.

En wat te doen als zich problemen voordoen in een gezin? Tromp geeft ouders mooie algemene adviezen als contact houden, complimenten geven en meeleven met emoties, ook al voel je ze zelf niet. Maar ook grenzen stellen, de zorg voor het gezin en loslaten komen aan de orde. En als dat niet voldoende is en de spanning blijft oplopen: hulp zoeken. Zodat een professional kan meedenken over de problematiek en hoe die te behandelen. In de laatste paar bladzijden worden specifieke therapieën waarvan de werkzaamheid in meer of mindere mate ook bij pubers is aangetoond, kort beschreven. Bijvoorbeeld dialectische gedragstherapie (DGT) en mentaliserend bevorderende therapie (MBT), maar ook gezinstherapie en medicatie worden aangestipt.

 

Beschouwing

In 200 bladzijden van kaft tot kaft, weet Tromp een heldere en vloeiende uiteenzetting te geven over de ontwikkeling van de persoonlijkheid van wieg tot late adolescentie en daarnaast een beeld te schetsen van hoe zo’n ontwikkeling verstoord kan raken en het functioneren kan belemmeren. Ze schetst het verschil tussen persoonlijkheidsstoornissen en andere psychiatrische problematiek en neemt ouders en verzorgers, die vaak ook direct aangesproken worden, aan de hand mee door haar kennis. Dat ze steeds opnieuw uitlegt wat waar beschreven zal worden, moet je dan maar op de koop toenemen en zien als de kracht van de herhaling.

De vignetten, veelal vanuit het perspectief van geïnterviewde ouders, illustreren de theorie op herkenbare en invoelbare wijze en beschrijven niet alleen jongeren met borderlineproblematiek, maar ook jongeren met meer teruggetrokken of angstige trekken die hun ontwikkeling verstoren en ouders tot wanhoop drijven.

Ik geloof in het zorgvuldig kijken naar de zich ontwikkelende persoonlijkheid van kinderen en jongeren en ook in het benoemen en behandelen van persoonlijkheidsstoornissen als die er zijn. Want een persoonlijkhheidsstoornis is niet per definitie voor het leven. Het boek van Tromp is primair gericht op ouders en verzorgers, maar ook prima te lezen voor behandelmedewerkers van leefgroepen en vormt een mooie basis voor psycho-educatie in de spreekkamer als het aangevuld wordt met een uitgebreidere uitleg over de gekozen therapievorm.

 

 

Bibliografie

Noor Tromp, 2017

Geen gewone puber; borderline en andere persoonlijkheidsproblemen tijdig herkennen

200 pagina’s

Uitgeverij Nieuwezijds

ISBN 9789057124464