De therapeut en Anna

Jaap Wijkstra

Jaap Wijkstra, psychiater en ex-opleider heeft het boek De therapeut & Anna geschreven. Het boek beschrijft het beloop van een inzichtgevende psychodynamische psychotherapie die hij gaf aan Anna, een kunstenares. ****

Toen ik net begon te lezen bleef 1 vraag maar in mijn hoofd rondzingen: Hoe kan het zijn dat een psychiater die altijd in de ‘biologische’ psychiatrie heeft gewerkt (het UMC Utrecht van René Kahn) een boek schrijft over psychodynamische psychotherapie? Doen ze dat ‘daar’ eigenlijk wel? Is er niet volgens de Utrechtse school overal een neurobiologische verklaring voor en wordt daar niet de neus opgehaald voor het gedachtegoed van Freud of iedere, andere vorm van psychotherapie?

Na het lezen van de therapeut en Anna denk ik daar iets anders over. Wijkstra is het gelukt om het biologische juk af te werpen en een heldere langdurige, succesvolle, psychoanalytische psychotherapie met Anna te beschrijven. Dat werd vergemakkelijkt door de hoofdpersoon zelf. Anna is een perfecte casus voor de beschrijving van zijn psychotherapeutisch deskundigheid. Ze heeft het zogeheten YAVIS-syndroom. Een syndroom dat door therapeuten is bedacht om de ideale patiënt te beschrijven. (YAVIS is een acroniem en staat voor Young, Attractive, Verbal, Intelligent, Sociable).

Kort de therapielijn; Anna is een kunstenares die worstelt met zichzelf. Ze is een dochter van een vader die psychiater is en een moeder die (volgens Anna) vroeger meer liefde kon geven aan haar jongere broertje. Ze heeft altijd het gevoel gehad dat ze moest passen in het perfecte plaatje van haar ouders. Anna heeft het gevoel dat ze daarom vroeger nooit een eigen identiteit heeft ontwikkeld. Volgens Wijkstra heeft ze haar ‘true self’ (een begrip uit de object relatie theorie, zie hier) en haar aangepaste ‘self’ al in haar vroege jeugd moeten scheiden. Als ze in contact staat met haar ‘true self’, dan voelt ze dat ze stroomt en kan ze geweldig schilderen. Als ze aangepast is en zich gedraagt zoals Anna denkt dat haar ouders willen dat ze zich gedraagt, dan raakt ze verstrikt in haar eigen gevoelens. En dan kan ze geen kunst maken.

Door middel van (psychotherapeutische) interventies die Wijkstra toepast leert hij Anna hoe ze zichzelf beter kan beschermen. Hoe ze beter naar haar ‘true self’ kan luisteren en hoe ze haar aangepaste zelf naast zich neer kan leggen. En dit gaat met horten en stoten, zeker in het begin van de therapie. Als de therapie haar kookpunt bereikt, is Anna suïcidaal en wantrouwend naar de hulpverlening en wordt ze tijdelijk opgenomen in het ziekenhuis van Wijkstra. Daarna passeren vele gevoelens de revue waarin Anna een breed pallet aan emoties laat zien die zij koestert voor Wijkstra. Ze beschrijft angst, woede, verliefdheid, steun, teleurstelling. En Wijkstra reageert daar zo veilig op, reflectief, onderzoekend, vertrouwen gevend en veiligheid biedend. Een genot om de therapeut, zijn gedachten en gevoelens van zo dichtbij mee te maken. Het gevolg? De lange therapie (100+ sessies) heeft effect. Anna komt steeds dichter bij haar ware verlangens en kan daar beter naar luisteren; ze maakt weer kunst, is succesvol en heeft exposities in New York; de stad waar ze ook een nieuwe liefde vindt.

Het boek geeft geweldige inzichten en vergezichten en is wat mij betreft een mooie aanvulling in (leer)boeken over psychodynamische psychotherapie. Het leest gemakkelijk en bewijst hoe belangrijk langdurige therapieën zijn om iemand te kunnen helen door open wonden vakkundig en met geduld te kunnen verbinden. Het laat zien dat compassie, vertrouwen, ervaring en oprechte steun effectieve therapie oplevert.

Over ervaring gesproken; vroeger toen ik jong was dacht ik dat ervaring niet zo belangrijk is, maar dat is niet helemaal waar. In psychotherapie moet je vertrouwen op ervaring en intuïtie. Dan wil je niet schrikken van suïcidaliteit, niet schrikken als patiënten verliefd op je worden en niet schrikken als je patiënt woedend op je is. Dat moet je verdragen. Ook moet je als therapeut het lef, ervaring, zelfreflectie en inzicht hebben om anderen om supervisie te vragen. Je moet niet schrikken als een patiënt tegen je schreeuwt. Jij moet blijven zitten. Je moet hard en doortastend kunnen zijn naar een vader die tevens collega is en die je niet bekwaam vindt. Kortom, ervaring is essentieel om je patiënt op een goede manier te helpen en zelf niet in paniek te raken.

Het boek maakt ook nieuwsgierig. Want wie is die Anna eigenlijk? Bestaat ze wel? Heeft ze het boek zelf gelezen en waar in New York hangt haar kunst? Anna heeft zelf een van haar schilderijen True Self genoemd. Dat kan voor psychiaters ook een heel bijzonder schilderij zijn om te zien en te ervaren.

Toch zijn er ook een aantal minpunten in het boek. Allereerst is Wijkstra geen geboren schrijver. Dat maakt voor de inhoud van het boek niet uit, maar een grondige redacteur van een erkende uitgever had hem hier mogelijk bij kunnen helpen (Wijkstra geeft het uit bij een online uitgever). Daarnaast zou een verklarende begrippenlijst helpen om de interventies en afweermechanismes die Wijkstra beschrijft ook voor leken toegankelijk te maken.

Ook is het jammer dat Wijkstra op een aantal punten niet ingaat. Wat betekent het voor de patiënt om deze succesvolle behandelingen op te schrijven? Waarom is er in de literatuur nauwelijks aandacht voor mislukte therapieën? Zouden die ons als psychiaters/psychologen niet meer kunnen leren over onze patiënten? Hoe groot is de invloed van het wederzijds idealiseren van arts en patient? Wat betekent het voor een therapeut om een boek te schrijven over een succesvolle therapie? Is het dan een ideale therapeut, een geïdealiseerde therapie en/of een ideale patiënt?

En ik vind het een gemiste Freudiaanse kans om haar verliefdheid niet in verband te brengen met haar vader, die ook psychiater is en hele andere gedachten over de behandeling en de verliefdheid had. Met andere woorden; heeft het een betekenis dat Anna verliefd wordt op Wijkstra, terwijl haar vader ook een psychiater is?

Samenvattend, Wijkstra heeft een heel mooie beschrijving geschreven van een effectieve, bijzondere langdurige psychodynamische therapie. Een boek waar eens te meer de meerwaarde van onze psychotherapeutische kwaliteiten blijkt en waarin wordt geïllustreerd dat een langdurige therapie uiterst effectief is. In de therapie laat Wijkstra zien hoe belangrijk een goede, ervaren therapeut is voor het slagen van de therapie. Een therapie waarin Wijkstra zich als een veilige vader ontfermt over zijn patiënten. Zo’n therapeut zou je iedereen toewensen.