Achter de littekens

Als iemand tijdens een nascholing verzucht: ‘Dit onderwerp komt helemaal niet aan de orde in de opleiding tot psychiater’ wekt dit enige ergernis op bij mij. Mijn, misschien even ergernisopwekkende, antwoord is: ‘Wat houdt je tegen om jezelf er in te verdiepen? Lees er een boek over?’ 

In het geval van zelfbeschadiging heb ik mijn eigen tip ter harte genomen. Het boek ‘Achter de littekens’ van Meike Grol en Nienke Kool gaat over zelfbeschadiging. Typisch een onderwerp dat weinig aan bod komt in de opleiding tot psychiater. De auteurs stellen dat veel hulpverleners geneigd zijn zelfbeschadiging zo te zien als ze ooit geleerd hebben van een ervaren supervisor. Dit geeft een risico om contraproductieve overtuigingen (bijvoorbeeld: ‘wees neutraal’, ‘geen aandacht aan besteden’ of ‘verbied zelfbeschadiging tijdens klinische opname’) als waarheid te gaan zien. Juist bij een onderwerp als zelfbeschadiging, dat negatieve emoties oproept, en daardoor de neiging te willen simplificeren, rationaliseren of afstand te houden, is gedegen inhoudelijke kennis essentieel. 

 Deze inhoudelijke kennis wordt gegeven in ‘Achter de littekens’. Het is het eerste Nederlandstalige boek dat ingaat op vele facetten van zelfbeschadiging. Hoe kan je zelfbeschadiging begrijpen? Wat kan je doen als hulpverlener? Moet je eerst zorgen dat het zelfbeschadigen stopt of moet je de onderliggende problematiek behandelen? Wat is een werkzame aanpak? Welke dynamiek kan in groepsbehandelingen, op internetfora of klinische afdelingen ontstaan? 

 

Het negeren van zelfbeschadiging of neutraal reageren werd lang als goede strategie gezien. Hier maken de auteurs korte metten mee: neutraal reageren is een comfortabele positie. Er lijken weinig fouten gemaakt te kunnen worden: de hulpverlener zit in een veilige positie van niet hoeven voelen. De patiënt is echter op zichzelf terug geworpen door het gebrek aan echt contact. Bovendien is het verwarrend als een hulpverlener zo reageert. Vooral als je een patiënt niet zelf kent, bijvoorbeeld in een dienst, herken ik het risico van een wat rationele, soms zelfs cynische houding aan te nemen. De auteurs zetten uiteen hoe je als hulpverlener gevoelens van ongeloof, afschuw, boosheid, teleurstelling, machteloosheid, medeleven et cetera constructief zou kunnen uiten naar een patiënte in een crisissituatie of in het behandelproces. 

 

Grol is verpleegkundige en schijft zowel vanuit professioneel en ervaringsdeskundig perspectief. Kool is verpleegkundige en onderzoeker naar zelfbeschadiging. In het boek staan veel korte vignetten met uitspraken van zowel patiënten als professionals. De auteurs hebben op een gelijke wijze begrip voor ervaringen van patiënten en hulpverleners, zonder hen te betuttelen. Verder is het prettig dat ze niet pretenderen in alle gevallen de waarheid in pacht te hebben. In zulke gevallen geven ze wel richting, bijvoorbeeld door onderzoek naar patiëntervaringen aan te halen. Het wetenschappelijk en ervaringsdeskundig perspectief zijn in balans. Het boek lees je niet in een zucht uit, kan hier en daar zelfs wat langdradig zijn, maar dit komt vooral door het streven naar volledigheid en nuance, en door uitleg over (bekende) algemene psychiatrische begrippen en therapievormen. Het boek is dan ook op een veel breder spectrum van hulpverleners toegespitst dan alleen de psychiater, maar ook verpleegkundigen, SEH-artsen etc. Kortom: warm aanbevolen voor wie ook ‘niets heeft gehad tijdens de opleiding over zelfbeschadiging’. 

 

 

Referentie:

‘Achter de littekens. Hulpverlenen bij zelfbeschadiging’

Meike Grol & Nienke Kool. Uitgeverij SWP, 2019

ISBN 9789088507908, 184 pagina's.