Het geheime leven van het tienerbrein - een verklaring voor de zorgen van en rond jongeren? 

(Leestijd: 3 - 5 minuten)
Het geheime leven van een tienerbrein

De coronamaatregelen veranderen ieders wereld. Pubers en adolescenten hebben het zwaar. ‘Voor hen voelt het als járen isolement’ schrijft NRC op 25 april. Want hun leven gaat razendsnel, hun interacties met anderen zijn divers en uitgebreid. Zij komen in de anderhalve meter maatschappij misschien onvoldoende toe aan hun ontwikkelingstaak: jezelf worden door je te verhouden tot anderen die níet je ouders zijn. Hoe valt deze zwaarte voor jonge mensen te snappen? Misschien is het boek dat al even op de plank lag om te bespreken voor DJP ineens ontzettend actueel.

 

Van de hand van hoogleraar Sarah-Jayne Blakemore verscheen het boek Het Geheime leven van het Puberbrein; hoe we onszelf uitvinden. Zij bespreekt een waaier aan wetenschappelijk onderzoek naar het zich ontwikkelende brein. Waarom de vertalers ervoor kozen de oorspronkelijke titel en ondertitel om te draaien, in het Engels is het boek uitgegeven als Inventing Ourselves: The Secret Life of the Teenage Brain, is mij een raadsel. Wat mij betreft doet de Engelste titel meer recht aan hoe brede ontwikkeling (of ontdekking) en hersenen zich tot elkaar verhouden.

 

 

 

 

De auteur is een voorvechtster van ‘puberrechten’ zo blijkt al uit haar inleiding en tegelijk doen de stereotypen van breinloze, bespottelijke types zoals zij pubers maatschappelijk ziet weggezet, mij wat gedateerd aan. Dat hetzelfde adolescentengedrag (bijvoorbeeld risico’s nemen, zelfbewustzijn en sociaal beïnvloedbaar zijn) in vele culturen voorkomt, ook in de dierenwereld wordt gezien en bovendien in de geschiedenis verankerd is, maakt voor Blakemore duidelijke dat de adolescentie een biologische ontwikkelingsperiode is. Bovendien hebben psychiatrische stoornissen (in een apart hoofdstuk besproken) hun oorsprong vaak in deze levensfase en is het belangrijk het zich ontwikkelende brein beter te doorgronden. 

 

In elk hoofdstuk presenteert Blakemore verschillende onderzoeken rond een thema in de ontwikkeling van het adolescentenbrein. Zelfbewustzijn ontwikkelt zich al vanaf jonge leeftijd, maar in de adolescentie wordt het steeds relevanter en ontwikkelt het zich met name in relatie met en onder invloed van leeftijdgenoten (en níet van ouders). Voor het verwerken van emoties en geven van reacties zijn ze nog meer afhankelijk van directe informatie uit hun omgeving dan volwassenen, die kunnen putten uit met levenservaring opgebouwde ‘scripts’. Delen en spiegelen, in het echt en op sociale media, daar leren pubers van.. Interessant is dat de netwerken die betrokken zijn bij mentaliseren door de ontwikkeling op een andere manier worden gebruikt door adolescenten dan door volwassenen. Adolescenten leren niet alleen in de context van hun peers, maar nemen daar ook vooral risico’s, die ze alleen niet zouden nemen. In het nemen van risico’s licht de auteur de theorie toe van een volledig ontwikkeld limbisch systeem, dat nog niet ondersteund wordt door een uitgerijpte prefrontale cortex die in dit soort situaties zouden moet zorgen voor remming en regulatie.  Zo legt Blakemore stapsgewijs uit dat het zich ontwikkelende brein iets is om te ‘begrijpen, verzorgen en vieren’. Ze wil dan ook graag gebruik maken van de creativiteit van de adolescent om tot communicatie te komen over deze wonderlijke ontwikkelingen met de doelgroep zelf en vraagt begrip en zorg van volwassenen. 

 

Als ze schrijft over dat het ontwikkelende brein ingangen kan geven voor vruchtbare vormen van onderwijs (de auteur vergelijkt in een ander boek onderwijskundigen met tuinmannen), waarschuwt ze ook voor simplistische theorieën die een op een gedrag kunnen verklaren en ontkracht ze diverse ‘breinmythes’. Een kernzin voor het hele boek is ‘Het is van cruciaal belang om te begrijpen dat de wetenschap geen feiten produceert, ze produceert bevindingen- en deze bevindingen kunnen worden weerlegd door verder onderzoek’.  Het is dan ook vrijwel nooit mogelijk de bevindingen van één onderzoek naar hersenontwikkeling te vertalen naar een beleidskeuze. 

 

 

Blakemore verliest in haar boek nooit de nuance tijdens haar uitleg over de diverse onderzoeken, waarbij ze uitgebreid de ruimte neemt uit te legen hoe de experimenten die over complexe (sociale) situaties gaan, zijn opgezet en uitgevoerd. Met tekst en illustraties krijgt de lezer echt een beeld van de manier waarop de ontwikkeling van het adolescente brein consciëntieus in kaart gebracht worden. Blakemore maakt haar eigen uitspraak ‘Er is vrij veel bewijs dat velen van ons neurowetenschappelijk bewijs disproportioneel overtuigend vinden’ waar en geeft geen hele concrete adviezen op basis van haar onderzoek. De bereidheid een adolescent serieus te nemen en verschillende fases in de ontwikkeling te verdragen en omarmen, zal bij ouders, leraren en beleidsmakers zeker toenemen. Net als het belang van passende communicatie en optimalisatie van vroeginterventie en preventie. 

 

Terug naar Corona en hoe ontwikkelingen in de adolescentie zich verhouden tot de genomen maatregelen. Adolescenten hebben hun peers nodig in hun dagelijks leven en moeten daar een vorm voor vinden, ook in Coronatijd. Ouders moeten misschien een beetje verdragen dat de puber vooral op de bank hangt en nadenken over hoe ze communiceren en verantwoordelijkheid geven of delen in plaats van opdrachten te verstrekken. Zoek liever naar korte termijn voor- of nadelen om een gesprek te openen dan verre of abstracte zaken aan te voeren. En waardeer ze een beetje om wie ze zijn. Of zoals Eveline Crone zegt in NRC (15 mei 2020) ‘Jongeren willen impact hebben, respect en waardering. Geef ze iets te doen waar we als maatschappij wat aan hebben.’ En daar sloot Rutte dan weer goed op aan in zijn laatste persconferentie.  

 

 

Referentie:

Het geheime leven van het tienerbrein; hoe we onszelf uitvinden (2018, vertaling 2019)

Uitgeverij Nieuwezijds, Amsterdam

ISBN 978905712514