The Well-Gardened Mind

Het principe is simpel: een gezellig groepje assistenten psychiatrie dat af en toe samenkomt om een boek te bespreken dat ze allemaal gelezen hebben. En dan liefst een boek met een psychiatrisch thema. 

Niet om nogmaals droge wetenschappelijke literatuur te moeten lezen, maar om van fictie, faction of een biografie te kunnen proeven en bespreken wat het met ons doet als persoon. In deze COVID-19 tijden waren we dan wel gebonden aan ons computerscherm en niet gezellig op café, maar dat hield ons niet tegen. 

Boek: The Well-Gardened Mind – Sue Stuart-Smith

 

 

 

Dit boek lag al een tijdje Tims ogen uit te steken op zijn alsmaar groeiende to-read boekenstapel, wachtend op een goed excuus om gelezen te worden. Dat goede excuus was natuurlijk onze gezellige boekenclub, die net een paar nieuwe leden heeft verwelkomd en klaar was om zich te wagen aan een non-fictie boek.

The Well-Gardened Mind is geschreven door een Britse psychiater en amateur-tuinierster die een breed exploratieve ode aan tuinieren schreef vanuit haar eigen psychoanalytische blik. Ze doet dit met een prachtig taalgebruik en kraakheldere zinnen en gebruikt haar 280 pagina’s om de lezers heel precies uit te leggen hoezeer tuinieren gelinkt is aan mentale gezondheid.

Onder de leden zaten verspreide meningen over het boek. Iedereen heeft het graag gelezen, maar verschillende mensen spraken over het moeizame lezen van een boek dat erg veel wetenschappelijke verwijzingen probeert te incorporeren om uitspraken te onderbouwen. Dit maakt dat het een erg informatief werk is, maar ook eentje waar je heel goed je aandacht bij moet houden.

Het spreekt dan weer wel heel mooi ons wetenschappelijk kantje aan, met verwijzingen naar Panksepp en Freud om de psychotherapeuten in wording te prikkelen en het belang van kynurenines om toch ook even de immunospychiatrie aan te raken. Een van onze leden was vooral gefascineerd door de psychoanalytische lens waardoor de auteur de wereld van het tuinieren bekijkt.

De auteur laat haar psychoanalytische kant goed zien wanneer ze vakkundige vrije associaties maakt tussen tuinieren en de menselijke geest. Ze demonstreert hoe mensen met een post traumatische stress stoornis een veilige plek kunnen vinden in de natuur. Hoe je in het midden van een depressie wat controle en voldoening kan vinden in het kweken en eten van je eigen groenten. Hoe het wroeten in de aarde je meer in verbinding kan brengen met je eigen lichaam en je geest tot rust kan brengen. Hoe die link met de natuur eigenlijk broodnodig is, zeker voor mensen wiens wereld zich volledig binnen een stad afspeelt.

Bijzonder was ook hoe verschillend het boek emotioneel resoneerde bij ieder van de leden. Verschillende mensen werden er nostalgisch van en dachten met plezier terug aan hun eigen fijne kinderherinneringen als mini-tuiniertje. Iemand anders werd er juist onrustig van, denkende aan haar eigen tuin waar ze maar geen tijd voor leek te vinden, hoewel ze zich al wel door het boek liet inspireren tot het aankopen van een hark. Let the rake be your weapon, zou de auteur zeggen. De andere persoon werd ook teruggeworpen naar het verleden, maar dan juist naar alle onaangename uren die ze onder lichte dwang van haar ouders in de tuin moest spenderen, en voelde vooral erg veel tegenoverdracht naar het boek toe. Sommige mensen hadden dan weer een eerder neutrale attitude naar tuinieren toe, maar konden zich wel laten inspireren door het boek.

Want eigenlijk is het boek vooral een liefdesverhaal dat wetenschap en geschiedenis en literatuur gebruikt om het lof van tuinieren te bezingen. De schrijfster gaat terug in de tijd naar het ontstaan van tuinieren en de rol die het heeft gespeeld door de geschiedenis. Ze deelt ook haar eigen ervaringen en die van haar familie op een manier die erg dichtbij komt. Ze vertelt ons met overduidelijke passie over tal van mooie initiatieven die tuinen gebruiken om mensen te helpen. Gedetineerden, vluchtelingen, mensen met een posttraumatische stress stoornis of depressie, kansarme jongeren, noem maar op. De natuur als grote gelijkmaker, als manier om mensen bij elkaar te brengen en tot zichzelf te laten komen.

Dat klinkt natuurlijk allemaal erg mooi, en ze schrijft het op zo’n manier dat je bijna niet anders kan dan het ermee eens zijn. Maar voor de leden, die het hobbelige landschap van mentale gezondheidszorg ondertussen al wel wat kennen, voelt het soms wat eenzijdig. Het is een pleidooi voor tuinieren, meer dan een zorgvuldige analyse van therapeutisch tuinieren op zich. Alle leden zijn het eens dat tuinieren voor sommige mensen veel mooie dingen zou kunnen betekenen, maar dat het veel belangrijker is dat iemand datgene vindt waar die affiniteit mee voelt. Want bezig zijn met iets waar je rustig van wordt, waar je voldoening en verbinding in vindt, dat is pas helend voor de geest.

 

Ter afsluiting reflecteerde iedereen op hun favoriete stuk in dit rijkgevulde boek:

Het deel van tuinieren tijdens de Eerste Wereldoorlog

De theorieën die werden uiteengezet over het ontstaan van tuinieren

Het deel over doodgaan en hoe het einde van het leven ons vaak terugbrengt naar de natuur

De linken die werden gelegd tussen de psychoanalyse en tuinieren

Het hele boek voelde een beetje aan als thuiskomen, terug in de natuur geraken

De tuin als rustgevende plek resoneerde sterk en was heel herkenbaar

De interpretatie van tijd hoe wij dit als mens ervaren en hoe het in de natuur bestaat

 

Boek: The Well-Gardened Mind – Sue Stuart-Smith
Aanwezigen: Aileen Doyle, Tim Gheysens, Katrien Skorobogatov, Gytha Slechten, Jonathan Maex, Anna Ceelen, Elise Wuyts