Eerste hulp bij psychiatrische euthanasieverzoeken

Vraagteken

Dit stuk geeft praktische adviezen voor psychiaters wanneer een patiënt verzoekt om euthanasie of wanneer een collega je benadert voor een second opinion. Geen tijd om het helemaal te lezen? Download dan alvast de conceptbrief voor de onafhankelijke 2nd opinion.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

Hoewel psychisch lijden al decennia een legitieme grond is voor euthanasie in Nederland, is het ook jarenlang zeer zeldzaam geweest en was het daarom nauwelijks een thema binnen de geestelijke gezondheidszorg. Het afgelopen decennium is daar een einde aan gekomen, patiënten vragen steeds vaker om euthanasie en worden hierin ook vaker gehoord. In 2020 kregen in Nederland 88 mensen euthanasie op basis van psychisch lijden en daarachter gaan waarschijnlijk minimaal tien keer zoveel serieuze verzoeken schuil. Dit alles betekent niet dat elke psychiater euthanasie moet uitvoeren, het is en blijft bijzonder medisch handelen. Het betekent wel dat psychiaters enige kennis moeten opbouwen over dit onderwerp, omdat ze in de praktijk te maken kunnen krijgen met een verzoek of een vraag om een second opinion.

 

Op basis van jurisprudentie, maar ook omdat het ingewikkeld is om te bepalen wanneer psychisch lijden ondraaglijk en uitzichtloos is, wordt er van psychiaters verwacht dat ze terughoudend omgaan met euthanasieverzoeken. Hoe dit zorgvuldig te doen is beschreven in de richtlijn Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis’. De richtlijn deelt de hele procedure op in verschillende fasen, die overzichtelijk staan weergegeven in een bijgevoegd stroomschema. Voor veel psychiaters zullen de verzoekfase en de beoordelingsfase het meest relevant zijn. De twee daarna volgende fasen, de consultatiefase en de uitvoeringsfase, worden relevant als de euthanasie daadwerkelijk in zicht komt en worden hier niet verder besproken.

 

 

Verzoekfase

Zo goed als elke psychiater in Nederland zal op enig moment te maken krijgen met een euthanasieverzoek. In de richtlijn wordt dit gezien als het begin van de verzoekfase. Het is uiteraard aan patiënt en psychiater om te bepalen hoe ze hier precies vorm aan geven, maar enkele algemene adviezen kunnen zeker gegeven worden. Allereerst is het van belang dat je als psychiater ruimte maakt om het verzoek te bespreken, als dat niet direct lukt, is het goed om hier op korte termijn een aparte afspraak voor in te plannen. Ten tweede, is het in deze fase raadzaam om een onderscheid te maken tussen (acute) suïcidaliteit en een euthanasiewens. Als je je zorgen maakt om (acute) suïcidaliteit is het belangrijk om een goede beoordeling te doen met aandacht voor wilsbekwaamheid en impulsiviteit. Ten derde, is het ook goed om direct een eerlijke tijdslijn te schetsen: euthanasie voor psychisch lijden is vaak een lange en intensieve procedure waarvan de uitkomst niet van tevoren vast te stellen is. Ten slotte, is het belangrijk om je eigen belemmeringen te kennen rondom het meewerken aan euthanasie voor psychisch lijden, zowel principieel als persoonlijk. Geen enkele arts in Nederland hoeft euthanasie uit te voeren. Als je belemmeringen ervaart is het raadzaam om deze direct kenbaar te maken. Het is helaas nog een veelvoorkomend misverstand: de patiënt denkt dat de psychiater open staat voor euthanasie als aan alle eisen is voldaan, terwijl de psychiater dit niet wil of hier nog helemaal niet over na heeft gedacht. Dit leidt in de regel tot teleurstelling en verontwaardiging. Dat kan en moet voorkomen worden door transparantie in de verzoekfase.

 

 

Beoordelingsfase

Als het een consequent en serieus euthanasieverzoek betreft en als je als psychiater in principe bereid bent om te helpen bij de zelfdoding beland je in de beoordelingsfase. In deze fase onderzoek je samen met de patiënt de zorgvuldigheidseisen voor euthanasie, met name of het verzoek weloverwogen en vrijwillig is, of het lijden ondraaglijk en uitzichtloos is en of er geen redelijke andere oplossingen zijn. Hierbij betrek je in principe ook de naasten. Wederom geeft de richtlijn praktische adviezen over deze fase. Hier bespreken we vooral de verplichte 2nd opinion door een onafhankelijke psychiater.

 

Deze 2nd opinion is momenteel een knelpunt bij psychiatrische euthanasieprocedures met vertraging als gevolg. Het uitvoeren van deze beoordeling lijkt weerstand op te roepen bij psychiaters. Hiervoor zijn verschillende redenen. Ten eerste is het goed mogelijk dat psychiaters deze beoordeling uit de weg gaan vanwege de ervaren complexiteit van het onderwerp en procedure. Ten tweede hebben psychiaters het vaak al druk met reguliere zorg en kan het lastig zijn om ruimte te vinden voor een extra onafhankelijke beoordeling. Ten slotte lijkt het idee te bestaan dat psychiaters met een onafhankelijke beoordeling groen licht geven aan een euthanasie waar ze mogelijk principieel niet achter staan.

 

Vooral deze laatste reden berust nogal eens op verkeerde veronderstellingen. De richtlijn is hierin namelijk zeer helder: het doel van de 2nd opinion is niet om toestemming te geven voor euthanasie maar om te kijken naar zeer specifieke eisen. De onafhankelijk psychiater vormt zich een mening over de eventueel resterende behandelopties en de wilsbekwaamheid ten aanzien van de doodswens. De uiteindelijke weging van de zorgvuldigheidseisen zoals uitzichtloosheid en ondraaglijkheid is aan de uitvoerend arts en wordt ook nog beoordeeld door een SCEN-arts in de consultatiefase. Wat betreft de complexiteit: het klopt dat het vormen van een onafhankelijke tweede mening in het kader van een euthanasieproces uitdagend kan zijn. Hierbij kan het helpen om de richtlijn goed te lezen voor goede praktische handvatten. Maar ook kun je hier een conceptbrief vinden die als leidraad kan gelden voor de beoordeling en verslaglegging.

 

 

Conclusie

Euthanasie is inmiddels een vast onderdeel van de Nederlandse psychiatrie. Niet elke psychiater hoeft expert te worden op dit vlak, maar een psychiater moet op zijn minst adequaat kunnen reageren op een euthanasieverzoek. Daarbij is het van belang dat voldoende psychiaters meewerken aan de 2nd opinions, zodat patiënten toegang krijgen tot de onafhankelijke beoordeling van de resterende behandelopties en de wilsbekwaamheid. Hoewel het bespreken van hulp bij zelfdoding altijd een intensieve aangelegenheid zal blijven, kunnen de beoordelingen overzichtelijk worden uitgevoerd met behulp van de richtlijn en de conceptbrief.

 

Graag dank ik prof. dr. Guy Widdershoven voor het meelezen.

Denk je aan zelfmoord? Praat erover. Bel 0800-0113 of chat via 113.nl. 24/7 open, anoniem en vertrouwelijk.


Twitter

Nieuwsbrief

Disclaimer/Privacy