Deontologisch advies van de VVP omtrent de farmaceutisch industrie

De verhouding tussen geneeskunde en de farmaceutische industrie is regelmatig een besproken onderwerp, niet alleen in medische kringen (Orde van geneesheren; beroepscode van de NVvP) maar ook bij het algemene publiek (Eos, Bad Pharma). Opvallend genoeg word de psychiatrie vaak aangehaald als “slecht voorbeeld” hoewel enige evidentie dat psychiaters zich echt meer laten beïnvloeden dan andere artsen naar mijn kennis afwezig blijft. Het lijkt een algemeen probleem van de geneeskunde te zijn. Nochtans bestaat de perceptie dat psychiaters meer pillen voorschrijven voor zogenaamd onbestaande ziektes en dat de oorzaak daarvan onze “innige band” met de farmaceutische industrie is. Over elk onderdeel van vorige zin kan men oneens zijn en hoewel deze auteur niet van mening is dat de psychiatrie echt in een “ziek farmaceutisch bedje” ligt, moeten we misschien al wel iets doen aan deze perceptie.

Het Tijdschrift voor Psychiatrie heeft in zijn laatste nummer (April 2015) een deontologisch advies van de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP) gepubliceerd over de mogelijke belangenconflicten met de farmaceutische industrie. Het advies is bedoeld om psychiaters bewuster te maken van hun eigen belangenconflicten, deze beter te kunnen detecteren bij anderen en hun praktisch advies te geven in hun omgang met deze belangenconflicten en dus met de farmaceutische industrie. Om maar meteen netjes te blijven vermeld ik dat even mijn belangenconflict: namelijk dat deze DJP’er co-auteur van dit advies is.

Dat artsen belangenconflicten hebben is niet zo vreemd. In de eerste plaats zijn wij er voor de zorg van de patiënt en komt dit steeds op de eerste plaats. Alleen is een arts, onder andere, ook een wetenschapper die ervoor moet zorgen dat er vooruitgang geboekt word in de medische wetenschap waardoor betere behandelingen mogelijk gemaakt worden. Hiervoor moeten er soms belangen afgewogen worden ten opzichte van elkaar. In de wetenschap gebeurt dit veelal door ethische comités die studieprotocollen op voorhand nakijken om te zien of het ene belang niet al te veel in gedrang komt ten voordelen van het andere. Het is ook een feit dat vele studies alleen mogelijk geweest waren met de steun van de farmaceutische industrie. Bepaalde therapieën zouden nooit ontwikkeld kunnen zijn of we zouden geen evidentie opgebouwd hebben over hun (neven)effecten. Als arts-onderzoeker is het bij een uitvoeren van een onderzoek met de farmaceutische industrie dus belangrijk om het belang van de vooruitgang van de wetenschap (en het verkrijgen van betere medicatie) af te wegen ten opzichte van het belang van de individuele zorg van de patiënt/deelnemer van de studie.

Als arts-clinicus primeert het belang van de patiënt natuurlijk en moet elk belangenconflict met de farmaceutische industrie tot een minimum gereduceerd worden. Tot een minimum, want hoewel je er steeds goed bewust van moet zijn, belangenconflicten kan je nooit volledig vermijden. Belangenconflicten vermijden kan je natuurlijk proberen aan te pakken door alle contacten met farmaceutische industrie extreem te gaan mijden (geen medische vertegenwoordigers op je dienst, geen sponsoring van events of nascholing, geen congressen bijwonen, geen vakliteratuur die gesponsord is lezen etc..) maar of dat de juiste oplossing is, is maar de vraag. Tenslotte zijn er ook nog vele andere belangenconflicten mogelijk met andere partijen (therapeutische scholen, patiëntenorganisaties, je eigen promotiekansen, etc.) en wil je daar ook mee rekening houden dan wordt het wel heel eenzaam werken..

Een deel van het antwoord ligt volgens dit advies in transparantie. Als alle belangenconflicten duidelijk benoemd worden dan kan ieder voor zichzelf uitmaken in welke mate er een belangenvermenging aan de orde is. Transparantie is dus het sleutelwoord in het advies van de VVP.

Concreet geeft het deontologisch advies een algemeen advies over welk soort belangenconflicten je zou moeten vermelden bij publieke optredens of publicaties maar ook adviezen specifiek voor psychiater-onderzoekers, opleiders/stagemeesters en arts-assistenten zijn geformuleerd. Gezien het advies vanuit de VVP werd geschreven hebben ze ook op hun website vermelding gemaakt van hun belangenconflicten zodat alles mooi transparant is ;)

Hieronder een lijst van de belangrijkste vermeldingen die je volgens het advies zou moeten maken bij publieke optreden of geschriften:

  1. Lezingen gegeven op vraag van een farmaceutisch bedrijf en/of waarvoor de psychiater een financiële of andere tegemoetkoming ontvangen heeft van dit bedrijf. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen gesponsorde voordrachten die de psychiater als onafhankelijke spreker heeft gedaan, en lezingen op vraag van een farmaceutisch bedrijf. Als de psychiater éénzelfde presentatie meermaals heeft gegeven op vraag van een farmaceutisch bedrijf dient hier specifiek melding van gemaakt te worden.
  2. Participatie aan een scientific board van een farmaceutisch bedrijf.
  3. Betaalde participatie aan congressen, cursussen en workshops, met inbegrip van inschrijvings-, transport- en verblijfskosten.
  4. Het bezitten van aandelen bij een medische firma door de psychiater zelf of zijn naaste familieleden.
  5. De psychiater-onderzoeker moet melding maken van ontvangen onderzoeksfondsen of andere vormen van substantiële ondersteuning alsook van actieve participatie aan onderzoek verbonden met de farmaceutische industrie.

Een stap in de juiste richting maar is het wel voldoende? Zelfs bij volledige openheid en transparantie blijven biasen bestaan. Daarom ook het belang om dit thema aandacht te blijven geven; te starten vanaf de medische opleiding, tijdens je vervolgopleiding als psychiater en dat je hele loopbaan door. Ondanks enige evidentie dat begeleiding hierin werkt, wordt er in de praktijk weinig werk van gemaakt. 

Dit advies zal binnen drie jaar voor de eerste keer geëvalueerd worden. Alle commentaren en praktische belemmeringen die naar boven komen zullen dan ook geïntegreerd worden in een volgende versie. Het is dus aan jou om van repliek te geven als je het hier niet mee eens bent of juist nog veel verder zou willen gaan. Via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. bereik je de voorzitter van de werkgroep Belangenvermenging.

Worden we voldoende opgeleid of begeleid om hiermee bewust van te worden en hiermee om te gaan? Je kan het natuurlijk ook vergelijken met Amerikaanse toestanden zoals weergegeven in een aflevering van John Oliver “Marketing Doctors” en dan valt het waarschijnlijk in België en Nederland goed mee ;). 

Het advies kan je vinden via Tijdschrift voor Psychiatrie