Deze column verscheen eerder in nummer 6, 2026 van De Psychiater.
Lang voordat we spraken over ervaringsdeskundigheid waren er al mensen met ervaring. Sommige mensen verwerkten hun ervaringen met psychisch lijden in romans en verhalen. En die staan, met al hun ervaringskennis, gewoon nog in de boekenkast. Volgens mij moeten we die boeken wat vaker uit de boekenkast halen.
Een van mijn favoriete verhalen is Keefman van Jan Arends. Het verhaal, dat in 1972 verscheen, is een lange tirade van hoofdpersoon Keefman tegen zijn psychiater. Het begint zo: ‘Vriend, hoe vaak heb ik je al niet gezegd dat ik mij geheel wil inzetten voor de psychiatrisch gestoorde mens. En dan zit jij maar te lullen en met je hand over je kin te wrijven. Dat is zeker een tik van je?’
Jan Arends putte uit eigen ervaring. Hij werd herhaaldelijk opgenomen in psychiatrische klinieken, onder meer bij hoogleraar Piet Kuiper in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Die ervaringen klinken door in Keefman. Voor mij laat Keefman zien hoeveel ervaringskennis er in romans en verhalen besloten kan liggen.
Het verhaal geeft bijvoorbeeld inzicht in wat het kan betekenen om woedend te zijn op je behandelaar. Want dat Keefman woedend is, is direct duidelijk. Een terugkerend aspect van die woede is de manier waarop hij de behandelrelatie met zijn psychiater ervaart: als een machtsverhouding en zelfs een machtsstrijd. Hij zegt: ‘Mensen als ik moeten naar beneden getrapt worden. Dat is jullie enige kracht. Mij naar beneden trappen. Want als je daarmee ophoudt is het allemaal niet meer waar en dan ben jij geen dokter meer. Dan kun je niet langer de grote mijnheer uithangen.’ Voor Keefman is zijn psychiater iemand die hem belet een normaal leven te leiden.
Keefman verzet zich tegen de macht van de psychiater, maar wil tegelijkertijd dat diezelfde psychiater zijn problemen oplost. Als de psychiater hem wil ontslaan uit de kliniek, zegt hij: ‘Jij hebt mij zelf gedwongen hier te komen en nou maak je mij beter of ik blijf hier mijn hele leven ook al lig ik in het buis.’ En: ‘Keefman verzet geen stap voordat al zijn problemen zijn opgelost. […] Jij staat er niet genoeg bij stil hoe machtig jij bent met je dokterstitel.’
Het verhaal laat zien hoe iemand in opstand kan komen tegen zijn behandelaar, terwijl die tegelijkertijd afhankelijk is van diezelfde behandelaar. En hoe een machtsverhouding tussen patiënt en behandelaar kan omdraaien: uiteindelijk dwingt Keefman de psychiater om naar hem te luisteren. Woede wordt daarmee zowel een uiting van verzet als van afhankelijkheid.
Op deze manier kan literatuur de betekenis van individuele ervaringen zichtbaar maken – ook al is het verhaal verzonnen. Arko Oderwald, emeritus hoogleraar literatuur en geneeskunde, beschrijft in zijn oratie dat verhalen een vehikel kunnen zijn om inzicht te krijgen ‘in de ambiguïteit en het symbolische karakter van de medische praktijk’. Keefman geeft inzicht in de paradox van afhankelijkheid en verzet, en in de psychiater als symbool van macht.
In de boekenkast staan – naast Keefman – dus talloze romans en verhalen waarin ervaringskennis doorklinkt. Ze bieden niet alleen inzicht in psychisch lijden, maar ook in de psychiatrische praktijk en onze eigen rol daarin. Ik zeg daarom: laat de leerboeken en JAMA af en toe liggen en pak een roman.




