Een slimme app om terugval van angst en depressie bij jongeren te voorkomen (StayFine)


De GGZ vernieuwt meer dan we denken! DJP-redacteur en impact leader Tim van de Grift selecteerde zes projecten die zijn gefinancierd vanuit het ZonMw onderzoeksprogramma GGZ. Hij spreekt de mensen achter het project én beleidsmakers op deze thema’s. De projecten maken stuk voor stuk het verschil binnen belangrijke maatschappelijke en psychiatrische thema’s. Hier volgt deel 6 van de serie.



Veel psychiatrische problemen gaan gepaard met periodes waarin klachten terugkeren. In het StayFine project kijken onderzoekers van meerdere instellingen voorbij de kortetermijnuitkomsten van behandeling. Het resultaat? Een gerandomiseerd onderzoek naar de effectiviteit van een slimme app én ondersteuning van ervaringsdeskundigen.

Veel jongvolwassenen krijgen in hun leven te maken met een angststoornis en/of depressie. Hoewel er veel effectieve behandelingen beschikbaar zijn, is een rechte lijn naar duurzaam herstel niet vanzelfsprekend. Er zijn schattingen dat meer dan de helft van de jongeren na herstel terugval meemaakt. Dit kan natuurlijk grote gevolgen hebben in een fase van levensbepalende keuzes op het gebied van werk of relaties, maar ook voor de kijk op jezelf. Uit een meta analyse uit 2023 blijkt dat interventies gericht op psychologische terugvalpreventie de kans op terugval kunnen halveren ten opzichte van care as usual. De kwaliteit van het onderzoek bij jongeren was echter nog matig of ontbrak volledig.

StayFine

In feite houdt deze care as usual in de praktijk vaak in dat behandeling afgerond wordt, en de patiënt wordt uitgeschreven. ‘Terugvalpreventiezorg is zorg waar GGZ-behandelaren zich verantwoordelijk voor zouden moeten voelen’, aldus Claudi Bockting, die vanuit het Amsterdam UMC betrokken is als één van de projectleiders van StayFine. Binnen het project wordt gekeken naar duurzaam herstel, zonder terugval, bij jongeren tussen de 13 en 21 jaar die gebruik maakten van de StayFine app. In de StayFine app monitoren jongeren zichzelf via ecological momentary assessment: ze vullen geregeld data in over hun psychische welzijn, eventueel aangevuld met informatie van wearables. Op basis van deze informatie, waaronder uit individuele netwerken, en gedeelde besluitvorming krijgen ze vervolgens gepersonaliseerd maximaal 5 eHealthmodules aangeboden uit de ‘supermarkt van digitale interventies’ die het StayFine team creëerde. De interventies zijn gebaseerd op evidence-based behandelingen vanuit Preventieve Cognitieve Therapie (PCT), aangevuld met interventies uit de Gedragstherapie. Het onderzoeksteam koos er specifiek voor om de modules (ook) op positieve gevoelens, ervaringen, en fantasie-overtuigingen te richten zoals al eerder onderzocht in het kader van PCT. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het activeren van positief affect en positieve overtuigingen ondersteunend is bij terugvalpreventie. Bijzonder aan StayFine is dat jongeren naast de interventie-app ook toegang hebben tot begeleiding door getrainde ervaringsdeskundigen die hen kunnen ondersteunen bij het programma.

Langetermijn samenwerkingen in GGZ-onderzoek

Dat StayFine gerandomiseerd en in een groot consortium onderzocht wordt op langetermijn effectiviteit is geen vanzelfsprekendheid. Bockting en ook haar collega’s Maaike Nauta (Rijksuniversiteit Groningen) en Yvonne Stikkelbroek (Universiteit Utrecht) bouwden een groot onderzoeksconsortium met hulp van jongeren, behandelaren, ervaringsdeskundigen, Mind, bestuurders en onderzoekers. Dat betekende dat ook groepen die elkaar wellicht beconcurreren op subsidieaanvragen gingen samenwerken. De subsidie van ZonMw stond hen toe om naar de langetermijnuitkomsten van hun interventie te kijken, voorbij de horizon van 2 tot 3 jaar van veel huidige subsidies. Deze werkwijze stelt het consortium in staat om jongeren drie jaar te volgen na herstel en na het krijgen van de gepersonaliseerde Stayfine app, en te vergelijken met jongeren die reguliere zorg ontvangen. De onderzoeksgroep verwacht in 2028 meer inzicht te hebben in de effectiviteit van de gepersonaliseerde interventie-app, en in welke mechanismen een rol spelen bij veerkracht en terugval. Voor Bockting en collega’s heeft StayFine alvast een belangrijke bijdrage geleverd aan een samenwerkingsstructuur die kennis over terugval te vergroot.

Terugval

Kwetsbaarheid voor terugkerende psychische klachten is geen exclusief probleem voor jongeren met angst of depressie: terugval komt bij veel psychiatrische aandoeningen voor. Doordat StayFine gebruik maakt van evidence-based interventies is het in potentie een schaalbare tool. De slimme app met monitoring en gepersonaliseerde modules zal na aanpassing mogelijk ook bruikbaar zijn voor mensen met andere aandoeningen. Voor de werkzaamheid van ondersteuning door ervaringsdeskundigen bestaat ook al de nodige wetenschappelijke onderbouwing. 

Het StayFine team denkt al voorbij de definitieve resultaten in 2028 en ziet mogelijkheden voor brede implementatie in de eerste lijn, bij de POH en in wijkteams. Het team hoopt ook dat hun onderzoek bijdraagt aan een stevige verankering van terugvalpreventiezorg in de GGZ. Dát deze zorg geleverd moet worden, staat al in de richtlijnen; een mooie aanvulling zou zijn als de GGZ-zorgstandaarden ook beschrijven hóe deze zorg er uit zou moeten zien.

 

Visie vanuit De Nederlandse ggz
Ik word hier enthousiast van, daar waar zorginhoud en technologie elkaar vinden, is where the magic happens. Inzet van technologie kan de ggz toegankelijk en betaalbaar houden. Ook spreekt mij aan dat door het gebruik van wearables inzicht verkregen wordt in psychisch welzijn – ik verwacht dat dit gebruik van wearables de komende jaren veel gaat bijdragen aan inzichten in welke interventies werken en welke minder – en dus veel impact kan krijgen op de leercyclus van de ggz.

De casus laat ook zien dat een gebundeld innovatiebeleid tot betere resultaten kan leiden dan een gefragmenteerd [innovatiebeleid]. Waar projecten elkaar eerst beconcurreren om een subsidietje versterken ze elkaar nu. Budgetten voor onderzoek naar technologie in de ggz zijn beperkt, dat geeft aan bundeling nog meer urgentie. De onderzoeksagenda voor de ggz van ZonMW is daarvoor een goede eerste stap.

Jaap Schrieke, strategisch adviseur Informatiebeleid bij De Nederlandse ggz

 

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!