In 1964 deed de anticonceptiepil (“de pil”) haar intrede in Nederland. Dit markeerde het begin van een duidelijke daling van het geboortecijfer, maar zorgde ook voor een fundamentele verandering van onze perceptie op seksualiteit en de positie van vrouwen in de samenleving (1-3). Inmiddels zijn er, naast de pil, meerdere vormen van hormonale anticonceptie (HA) op de markt, zoals de spiraal, injecties, pleisters en ringen. Wereldwijd maken miljoenen vrouwen gebruik van HA, waaronder ook veel adolescenten (4).
Hormonale anticonceptie is effectief voor het voorkomen van een zwangerschap en wordt ook vaak geassocieerd met positieve effecten, zoals een verbetering van (pre)menstruele klachten. Het lijkt ook beschermend te werken tegen eierstok-, baarmoeder- en darmkanker (5). Echter geeft een aanzienlijke groep vrouwen aan last te hebben van stemmingsgerelateerde bijwerkingen (prikkelbare stemming en depressieve- en angstklachten) tijdens het gebruik van HA (5-8). Dit kan voor sommigen een reden zijn om te stoppen of te switchen naar een ander anticonceptiemiddel.
De impact van hormonale anticonceptie op de psyche is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt, maar waar ook nog veel onduidelijkheid over bestaat. Steeds vaker klinkt de vraag of HA-gebruik tijdens de adolescentie (een periode van grote hormonale en neurocognitieve veranderingen) ook van invloed is op het krijgen van depressieve klachten op latere leeftijd. Depressie is een van de meest voorkomende psychische aandoeningen en vrouwen hebben er ongeveer twee keer zoveel kans hebben op als mannen. Omdat de adolescentie een cruciale periode is voor het ontstaan van psychische klachten op latere leeftijd, rijst de vraag of de synthetische hormonen in HA hier een rol bij spelen.
Wat is het doel van het onderzoek?
Deze kritische review buigt zich over de vraag wat de relatie is tussen hormonale anticonceptie en depressie bij adolescenten en waarom resultaten in de wetenschappelijke literatuur hierover zo wisselen. Komt dit mogelijk door de manier waarop we onderzoek doen? En hoe kunnen we een beter beeld te krijgen van het effect van hormonale anticonceptie, om de toekomstige generatie jongeren de juiste voorlichting te geven?
Hoe werd dit onderzocht?
Uit drie grote databases (PsychInfo, Web of Science, and PubMed) werden 28 artikelen gevonden waarin de relatie tussen HA en depressie werd onderzocht, gepubliceerd tussen 2013 en 2022. Voor elk van deze studies onderzochten de auteurs of de onderzoekers rekening hadden gehouden met anticonceptiegebruik in het verleden, bijvoorbeeld door nooit-gebruikers als referentiegroep te onderzoeken in plaats van huidige niet-gebruikers (bestaande uit nooit-gebruikers en voormalige gebruikers).
Wat zijn de belangrijkste resultaten?
Van de 28 onderzochte studies, vergeleken 9 studies HA-gebruikers met nooit-gebruikers. Deze studies laten een patroon zien dat het gebruik van HA – voornamelijk tijdens de adolescentie – een verhoogd risico op een depressie geeft, ook jaren nadat met HA is gestopt. Daarnaast analyseerden de auteurs nog drie datasets waar eerdere publicaties geen relatie of zelfs een verlaagd risico op depressie onder HA gebruikers concludeerden, en kwamen op een andere conclusie (9-11). Hieronder staat kort weergegeven hoe het kan dat andere conclusies worden bereikt bij heranalyse.
Cheslack-Postava et al. (2015) analyseerden de NHANES data, een Amerikaanse cohort studie onder 20-39 jarigen, en concludeerden dat HA mogelijk leidt tot verbeterde mentale gezondheid (9). De onderzoekers hielden echter geen rekening met de mogelijkheid dat HA zelfs na het stoppen nog een effect op somberheid kan hebben. Bovendien zijn huidige gebruikers waarschijnlijk vaker tevreden met HA, terwijl voormalige gebruikers waarschijnlijk minder tevreden waren. Uit de heranalyse concludeerden de auteurs dat vrouwen die HA in de adolescentie gebruikten op lange termijn iets meer risico op depressie hadden, vergeleken met vrouwen die nooit HA hadden gebruikt of er pas in de volwassenheid mee waren begonnen (12).
Keyes et al. (2013) analyseerden Add Health data, een Amerikaanse cohort studie onder 12-21 jarigen, en rapporteerden dat HA-gebruikers minder depressieve klachten hadden dan niet-gebruikers (11). Ook in deze analyse werd geen rekening gehouden met voormalig HA gebruik waardoor tevreden huidige gebruikers en ontevreden voormalige gebruikers oververtegenwoordigd zijn in respectievelijk HA gebruikers en niet-gebruikers. Uit de heranalyse bleek dat vrouwen die als adolescent HA hadden gebruikt als volwassenen iets vaker antidepressiva gebruikten dan vrouwen die als adolescent geen HA hadden gebruikt. Dit verband werd dus pas zichtbaar bij het meenemen van de volledige geschiedenis van HA gebruik in de analyse.
Tenslotte analyseerden de Wit et al. (2020) de TRAILS data, een cohort studie onder 16-25 jarigen in Groningen, en rapporteerden geen verschil in depressieve klachten tussen HA-gebruikers en niet-gebruikers wanneer alle leeftijdsgroepen werden samengevoegd (10). Maar een heranalyse van deze data gericht op langetermijneffecten laat een verband zien tussen HA-gebruik tijdens de adolescentie en een klein risico op een depressieve stoornis tot zes jaar later (13). In beide studies werd het verband tussen HA en depressierisico alleen gevonden wanneer specifiek gekeken werd naar HA gebruik tijdens de adolescentie.
Wat betekent dit onderzoek voor de praktijk en toekomstig onderzoek?
Deze drie voorbeelden illustreren hoe onderzoekers, ondanks dezelfde overkoepelende onderzoeksvragen, toch tot verschillende conclusies kunnen komen bij het analyseren van dezelfde data. Veel van de schijnbare inconsistenties in de literatuur kunnen worden verklaard door het wel of niet rekening houden met eerder HA gebruik, met name tijdens de adolescentie.
Hormonale anticonceptie is een van de meest effectieve methoden om zwangerschap te voorkomen. De keuze om hiermee te beginnen of het te gebruiken, is – net als bij andere medicatie – een beslissing die gebaseerd moet zijn op individuele afwegingen. Daarbij is het wel van belang dat potentiële gebruikers een eerlijk en volledig beeld krijgen van de mogelijke (lange-termijn) effecten. Deze review laat zien dat het gebruik van hormonale anticonceptie tijdens de adolescentie mogelijk samenhangt met een licht verhoogd risico op depressieve klachten op latere leeftijd. Clinici en onderzoekers zouden kritischer moeten kijken naar de rol van hormonen op mentaal welzijn. Toekomstig longitudinaal onderzoek moet onderscheid maken tussen voormalige gebruikers en mensen die nooit hormonale anticonceptie hebben gebruik, en daarbij ook oog houden voor de timing en duur van het gebruik. Zo kunnen we zorgvuldige voorlichting bevorderen rond het voorschrijven van hormonale anticonceptie aan adolescenten.
Besproken artikel
Chen, F. S., Zareian, B., Nelson, M. A., Edwards, N., & Anderl, C. (2025). Research Review: Are sampling biases masking long-term effects of hormonal contraceptive use in adolescence on risk for depression?. Journal of child psychology and psychiatry, and allied disciplines, 10.1111/jcpp.14180. https://doi.org/10.1111/jcpp.14180
Referenties
- Ketting E. Contraception and fertility in the Netherlands. Fam Plann Perspect. 1983;15(1):19-25.
- Ketting E. De invloed van orale anticonceptie op de maatschappij. Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:283-6.
- Benagiano G, Bastianelli C, Farris M. Contraception: a social revolution. Eur J Contracept Reprod Health Care. 2007;12(1):3-12.
- Verenigde Naties, 2019
- Brant AR, Ye PP, Teng SJ, Lotke PS. Non-Contraceptive Benefits of Hormonal Contraception: Established Benefits and New Findings. Curr Obstet Gynecol. 2017;6(2):109-17.
- Gierisch JM, Coeytaux RR, Urrutia RP, Havrilesky LJ, Moorman PG, Lowery WJ, et al. Oral contraceptive use and risk of breast, cervical, colorectal, and endometrial cancers: a systematic review. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2013;22(11):1931-43.
- Havrilesky LJ, Moorman PG, Lowery WJ, Gierisch JM, Coeytaux RR, Urrutia RP, et al. Oral contraceptive pills as primary prevention for ovarian cancer: a systematic review and meta-analysis. Obstet Gynecol. 2013;122(1):139-47.
- Karlsson T, Johansson T, Hoglund J, Ek WE, Johansson A. Time-Dependent Effects of Oral Contraceptive Use on Breast, Ovarian, and Endometrial Cancers. Cancer Res. 2021;81(4):1153-62.
- Cheslack-Postava K, Keyes KM, Lowe SR, Koenen KC. Oral contraceptive use and psychiatric disorders in a nationally representative sample of women. Arch Womens Ment Health. 2015;18(1):103-11.
- de Wit AE, Booij SH, Giltay EJ, Joffe H, Schoevers RA, Oldehinkel AJ. Association of Use of Oral Contraceptives With Depressive Symptoms Among Adolescents and Young Women. JAMA Psychiatry. 2020;77(1):52-9.
- Keyes KM, Cheslack-Postava K, Westhoff C, Heim CM, Haloossim M, Walsh K, Koenen K. Association of hormonal contraceptive use with reduced levels of depressive symptoms: a national study of sexually active women in the United States. Am J Epidemiol. 2013;178(9):1378-88.
- Anderl C, Li G, Chen FS. Oral contraceptive use in adolescence predicts lasting vulnerability to depression in adulthood. J Child Psychol Psychiatry. 2020;61(2):148-56.
- Anderl C, de Wit AE, Giltay EJ, Oldehinkel AJ, Chen FS. Association between adolescent oral contraceptive use and future major depressive disorder: a prospective cohort study. J Child Psychol Psychiatry. 2022;63(3):333-41.



