Zelfredzaamheid in de ggz. Een herkenbare term, maar heeft iedereen hetzelfde begrip van wat het inhoudt? En is zelfredzaamheid een voorwaarde voor psychische gezondheid of juist het resultaat daarvan? Hoe beter er naar zelfredzaamheid gekeken wordt, hoe meer vragen er ontstaan over dit centrale concept in de ggz. In zijn onderzoeksfellowship kijkt socioloog Almar Kok in vier jaar vanuit verschillende hoeken naar dit concept.
Zelfredzaamheid, het vermogen van mensen om zelfstandig vorm te geven aan hun leven, heeft de afgelopen decennia een centrale rol gekregen in het denken over preventie en behandeling van psychische problemen. Ook kenmerken zoals veerkracht en zelfmanagement worden vaak beschreven in relatie tot zelfredzaamheid. Hoewel het idee van zelfredzaamheid zowel positieve als negatieve gevoelens oproept, is er verrassend weinig bekend over hoe mensen het beleven en hoe het zich precies verhoudt tot psychische klachten. De vraag is ook of zelfredzaamheid bij iedereen positief uitpakt of dat het exemplarisch is voor de geïndividualiseerde maatschappij en schaarse zorgverlening.
Onderzoeksfellowship
Onderzoeker Almar Kok ontving in 2023 een ZonMw onderzoeksfellowship om in vier jaar het concept zelfredzaamheid in relatie tot psychische gezondheid uit te diepen. Als socioloog is Kok geïnteresseerd in de invloed van maatschappelijke omstandigheden op het denken over psychische problematiek, en als onderdeel daarvan ook in de sociale normen die besloten liggen in ggz-interventies. Zelfredzaamheid gaat over de mate waarin mensen persoonlijke doelen kunnen bereiken in het leven door actief gebruik te maken van hun vaardigheden en (sociale) hulpbronnen. ‘Sommige mensen zijn prima in staat tot zelfredzaamheid en plukken daar de vruchten van, maar het is in de afgelopen decennia een eigenschap geworden die tot norm verheven is voor iedereen’, aldus Kok. Zijn onderzoek moet inzicht geven in de vraag hoe mensen met psychische klachten verschillen in zelfredzaamheid en hoe het zich over de tijd ontwikkelt. Daaruit leidt hij profielen af die kunnen worden gebruikt in de ggz om meer gepersonaliseerd in te zetten op versterking van de zelfredzaamheid van patiënten – ook als dat betekent dat zelfredzaamheid soms juist niet het primaire doel moet zijn in een behandeling.
Zelfredzaamheid in de ggz
In de Nederlandse ggz zijn zelfredzaamheid en zelfmanagement namelijk stevig verankerd. Zo is er de Trimbos handreiking om patiënten met chronische psychiatrische aandoeningen te ondersteunen, en is er ook een Zorgstandaard Zelfmanagement die transdiagnostisch te gebruiken is. Het ggz-beleid van de laatste jaren, zoals het Integraal Zorgakkoord, gaat ook uit van een visie waarbij mensen waar mogelijk eigen regie voeren en zo min mogelijk gebruik (hoeven) maken van zorgverlening. Zelfredzaamheid is daarmee een universalistische waarde geworden die op allerlei lagen van beleid en behandeling gestimuleerd zou moeten worden.
Dynamic time warp
Met zijn onderzoeksgroep keek Kok via verschillende methoden naar het begrip zelfredzaamheid, en specifieker naar de ervaren zelfredzaamheid van ouderen met angst- en stemmingsstoornissen. In hun eerste artikel beschrijven ze hun innovatieve onderzoeksmethode. Zo verzamelden ze maten van zelfredzaamheid en psychische klachten op meerdere momenten in de tijd. Via dynamic time warp-analyse keken ze naar individuele ontwikkelingen over de tijd, waarna alle individuele paden samengevoegd werden tot patronen op groepsniveau. Deze methode stelde het team in staat om te zien hoe zelfredzaamheid en psychische klachten zich ontwikkelen, en elkaar mogelijk beïnvloeden, over tijd. Dit model vulde het team vervolgens aan met kwalitatief onderzoek. In het gehele project wordt nauw samengewerkt met ervaringsdeskundigen.
Dat zelfredzaamheid geen homogeen begrip is, bleek uit de analyses: de persoonlijke beleving én ontwikkeling over de tijd verschilden sterk. Dit maakt zelfredzaamheid geen concept dat op iedereen gelijk toegepast kan worden. Kok en collega’s wisten subgroepen te onderscheiden: zo waren er mensen die groei ervaarden na hun depressie en met meer zelfredzaamheid herstelden, maar waren er anderen die na een episode even veel (of even weinig) zelfredzaamheid ervoeren als ervoor. Bij sommige mensen werd een afname in zelfredzaamheid ervaren voordat zij een terugval van psychische klachten hadden en niet andersom. Dit gold vooral voor mensen met een hoger opleidingsniveau en een actiever sociaal leven.
Deze bevindingen laten volgens Kok zien dat zelfredzaamheid en psychische klachten geen eenduidige relatie hebben. Wel kan een focus op zelfredzaamheid mensen ondersteunen bij het werken aan zelfinzicht. Ervaringsdeskundigen in het project benoemen dat maximale zelfredzaamheid niet altijd de beste uitkomst is. Te veel zelfredzaamheid kan immers ook maskeren dat er psychische kwetsbaarheid bestaat. Liever ziet Kok dat mensen niet afhankelijk zijn van zelfredzaamheid als enige hulpbron, maar dat ze ook kunnen putten uit ondersteuning van anderen. Zijn onderzoek nodigt uit tot een kritische reflectie op hoe autonomie zich verhoudt tot maatschappelijke individualisering en op welke waarden de ggz gestoeld zou moeten zijn.




