ECT effectiever dan ketamine bij depressie: een meta-analyse

Wikimedia - Psychonaught

Waarom dit onderzoek?

Ketamine is een relatief nieuwe behandeloptie voor therapieresistente depressie, met veelbelovende effecten. Electroconvulsietherapie (ECT) is de gouden standaard bij therapieresistente depressie, maar wordt relatief weinig toegepast vanwege zorgen over bijwerkingen en stigma. De rol van ketamine bij de behandeling van therapieresistente depressie ten opzichte van ECT is nog onduidelijk. Er zijn vergelijkende studies gedaan, maar die zijn relatief klein. Door meta-analyse kunnen deze kleine studies gecombineerd worden, wat een betere schatting geeft van de effectiviteit, verdraagzaamheid en veiligheid van ketamine vs. ECT.

 

Onderzoeksvraag

Wat is de effectiviteit en veiligheid van ketamine ten opzichte van ECT bij therapieresistente depressie?

 

Hoe werd dit onderzocht?

Door middel van een systematische search werd in verschillende databases gezocht naar klinische trials die het antidepressieve effect en de veiligheid van ketamine en ECT vergeleken bij patiënten met depressie. Door middel van meta-analyse werd een schatting gemaakt van de gecombineerde effecten.

 

Belangrijkste resultaten

Er werden zes klinische trials gevonden, waarvan 5 gerandomiseerd, met in totaal 340 patiënten. Vijf includeerden alleen patiënten met een unipolaire depressie, één ook patiënten met een bipolaire depressie. ECT leidde tot meer afname in depressieve symptomen dan ketamine, SMD=−0.69 (95% CI, −0.89 tot −0.48). Suïcidale ideatie en cognitie werden maar door 1 studie als uitkomst onderzocht, dus deze resultaten werden onvoldoende robuust geacht. Slechts vier van de zes studies rapporteerden adverse events. Er werd geen verschil gevonden in serious adverse events inclusief suïcidepogingen. Wel hadden ketamine en ECT allebei hun eigen bijwerkingenprofiel. Ketamine leidde tot minder hoofd- en spierpijn maar meer dissociatie, visusklachten en duizeligheid. Er werden geen significante moderatie effecten gezien van variabelen zoals unilaterale vs. bilaterale ECT en psychotische kenmerken. De kwaliteit van de studies was laag tot moderate, er werden geen aanwijzingen voor publicatiebias gezien.

 

Hoe zal dit onderzoek ons vak veranderen?

Deze eerste meta-analyse die ketamine met ECT vergelijkt bij therapieresistente depressie geeft informatie over de voor- en nadelen die de keuze van behandeling kunnen ondersteunen. Het is daarbij belangrijk om te realiseren dat het hier om het racemische mengsel (R,S)-ketamine gaat (intramusculair dan wel intraveneus toegediend), en niet om het geïsoleerde recent geregistreerde intranasale esketamine. Studies die esketamine met ECT vergelijken worden momenteel uitgevoerd. Waar ECT in deze meta-analyse effectiever is dan ketamine, hebben beide behandelingen een eigen bijwerkingenprofiel wat kan helpen bij het maken van een gedeelde en gepersonaliseerde keuze. De snelheid van het antidepressieve effect kan daarbij ook van belang zijn, dit werd echter niet meegenomen in de huidige meta-analyse. Ook langetermijneffecten zijn klinisch van belang, qua terugval en onderhoudsbehandeling, en behoeven verder onderzoek. Vervolgonderzoek kan verder ingaan op de verschillende toedieningsvormen van (es)ketamine en ECT (pulsbreedte, lateraliteit) en zoeken naar voorspellers van differentieel effect, bijvoorbeeld met individuele patiëntendata meta-analyse, om zo de keuze voor behandeling van therapieresistente depressie verder te personaliseren. Methodologie van de meta-analyse (fixed vs. random effects, weging van het bewijs middels GRADE) verdient daarbij aandacht. Nieuwe ontwikkelingen zoals (es)ketamine, rTMS en DBS bij therapieresistente depressie bieden hoop en perspectief, er dient wel voor gewaakt te worden dat ze niet onterecht de – toch al beperkte – toepassing van ECT verder verdrukken.

 

Referentie

Efficacy and Safety of Ketamine vs Electroconvulsive Therapy Among Patients With Major Depressive Episode: A Systematic Review and Meta-analysis. Rhee TG, Shim SR, Forester BP, Nierenberg AA, McIntyre RS, Papakostas GI, Krystal JH, Sanacora G, Wilkinson ST. JAMA Psychiatry. 2022 Oct 19. doi: 10.1001/jamapsychiatry.2022.3352. Online ahead of print. PMID: 36260324

De auteur

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang wekelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!