Yoga tijdens opioïdontwenning: effectieve interventie of pure suggestie?

Waarom dit onderzoek?

Opioïden zijn verslavend en kunnen forse bijwerkingen geven. Toch laat recent onderzoek van het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) zien dat een aanzienlijke groep Nederlanders deze middelen langdurig gebruikt: bijna 35% van de 507.000 geregistreerde opioïdgebruikers gebruikt ze langer dan drie maanden [Instituut Verantwoord Medicijngebruik]. Hoe langer iemand opioïden gebruikt, hoe groter de kans op gewenning. Bij afbouwen of abrupt staken kunnen onttrekkingsklachten ontstaan, van onrust en slapeloosheid tot pijnverergering, angst en vegetatieve symptomen door onderliggende autonome ontregeling, wat mogelijk bijdraagt aan terugvalgevoeligheid. Ontwenning is daarom een cruciale, maar tegelijkertijd kwetsbare fase in de behandeling. Aangezien het beoefenen van yoga effecten laat zien in het verlagen van sympathische activiteit, met daarbij stress verlaging, ontstond de vraag of yoga effectief kan zijn bij patiënten waarbij sprake is van opioïdontwenning [1]. 

Onderzoeksvraag

Kan yoga als aanvulling op standaard buprenorfinebehandeling het herstel van opioïdontwenning versnellen, en de activiteit van het stress-systeem verlagen? 

Hoe werd dit onderzocht?

Een gerandomiseerde klinische trial op een verslavingsgeneeskundige opnameafdeling in India (Bengaluru). Patiënten bekend opioïdenmisbruik waren tussen de 18 en 50 jaar, met milde tot matige onttrekkingsverschijnselen (gemeten met de Clinical Opiate Withdrawal Scale (COWS) 4–24, waarbij het maximum van de schaal 48 punten is). 59 Deelnemers werden gerandomiseerd naar yoga  aanvullend op de buprenorfinebehandeling en naar enkel standaardzorg. De beoordelaars en data-analist waren geblindeerd.

De interventiegroep kreeg gedurende 14 dagen in totaal 10 begeleide yoga sessies van 45 minuten, naast standaard buprenorfinebehandeling. Het yogaprotocol bestond uit ontspanningsoefeningen, houdingen, en ademhalingstechnieken. De controlegroep ontving uitsluitend standaard buprenorfinebehandeling. Als co-primaire uitkomsten waren de tijd tot “withdrawal stabilization” (COWS <4) en hartslagvariabiliteit. Secundair werd gekeken naar angst gemeten middels de Hamilton Anxiety Rating Scale (HAM-A), slaaplatentie en pijn. Metingen vonden plaats op dag 1 en dag 15. 

Belangrijkste resultaten

Van deelnemers werden er 30 gerandomiseerd naar yoga en 29 naar de controlegroep. Opvallend is dat de steekproef volledig uit mannen bestond, met een gemiddelde leeftijd van 25,6 jaar. De yogagroep herstelde sneller dan de controlegroep. De onderzoekers beschrijven dat de kans om te stabiliseren 4,4 keer hoger (HR 4,40; 95% BI 2,40–8,07; P < .001) was, met een mediane stabilisatietijd van 5 dagen (95% BI 4–6) versus 9 dagen (95% BI 7–13) in de controlegroep. 

Daarnaast verbeterde de hartslagvariabiliteit significant in de yogagroep. In mediatie-analyse leek toegenomen HRV ongeveer 23% van het behandelingseffect op herstel te verklaren. Verder liet de yogagroep een significant grotere afname in angst zien op de HAM-A schaal (yogagroep: een afname van 17.21 naar 1.93 vs controle groep: 16.43 naar 8.16, P<.001). Ook waren de verbeteringen in slaaplatentie (gemiddeld 61 minuten reductie; P = .008) en pijn (P = .004) zichtbaar tussen de twee groepen. 

Hoe zal dit onderzoek ons vak veranderen?

De bevindingen dat yoga naast buprenorfine niet alleen subjectieve uitkomsten (angst, slaap, pijn), maar ook het stress-systeem verbetert, suggereert in ieder geval dat we gedurende een detox misschien meer moeten doen dan enkel symptomen dempen. 

Tegelijk vraagt dit artikel om een kritische blik. Er zitten namelijk haken en ogen aan de gekozen studie opzet, de uitkomsten en de conclusies die vanuit daar zijn getrokken.

Ten eerste, zijn er aanwijzingen dat HRV afhankelijk is van emotioneel welbevinden [2] en dat ademhalingsoefeningen HRV kunnen beïnvloeden [3]. Dit wil echter niet zeggen dat emotioneel welbevinden en ademhaling iets met elkaar te maken hebben. De vraag blijft ook wat de klinische relevantie is van HRV binnen een groep die aan het onttrekken is, het wetenschappelijk bewijs is immers beperkt, wat veel vraagtekens oproept bij de gekozen primaire uitkomstmaat. De interpretatie van de andere primaire uitkomstmaat (tijd tot stabilisatie) blijft onduidelijk vanwege het gebruik van een analyse middels een cox proportional hazards, waar ook bupronorfine gebruik wordt meegenomen. Het is in ieder geval duidelijk dat men de bevindingen niet moet interpreteren als 4,4 keer hogere kans op een succesvolle detox. 

Bovendien is dit geen dubbelblinde studie. De deelnemers wisten immers of ze yoga kregen en behandelaren wisten dat ook. Verder blijft in de huidige studie opzet het risico op placebo effecten of suggestie bestaan. Extra aandacht, structuur en verwachtings-effecten kunnen op zichzelf al leiden tot sneller stabiliseren, minder angst en betere slaap, zeker bij uitkomsten die deels subjectief zijn. Een deel van het gevonden effect zou aan yoga toe te schrijven kunnen zijn, maar het blijft onduidelijk welk deel aan niet-specifieke factoren zoals begeleide ademhaling, ontspanning, dagstructuur, of simpelweg meer therapeutische contacttijd toegeschreven kan worden. Een actieve controlegroep (bijvoorbeeld stretching, ontspanningstraining of een even lange begeleide sessie zonder yogacomponenten) zou die vraag wél kunnen beantwoorden. 

Dee generaliseerbaarheid in de huidige studie opzet ontbreekt. De steekproef was klein, in één centrum en volledig mannelijk, met een relatief jonge gemiddelde leeftijd. Het is op zijn zachts uit te drukken dat het écht niet meer van deze tijd is om uitspraken te doen op basis van studies waar enkel mannen worden geïncludeerd, waarbij het tegelijkertijd ook nog eens gaat om de groep met lichte onttrekkingssymptomen. De gemiddelde detox in Nederland geeft immers veel ernstigere symptomen van onttrekking. Dat maakt extrapolatie naar vrouwen, oudere patiënten en mensen met comorbide psychiatrische klachten ingewikkeld. Daarbij is de follow-up relatief kort: we zien positieve effecten binnen twee weken, maar de vraag blijft aanwezig of dit klinisch relevant is ten aanzien van vermindering in terugval en functioneel herstel op de langere termijn. Hiermee hebben de onderzoekers de belangrijkste vragen bij een onttrekkingsstudie niet beantwoord.

Kortom, yoga als aanvullende therapie binnen de fase van opioïden ontwenning is een veilige interventie en lijkt samen te gaan met objectieve verschuivingen in het stress-systeem, maar het is zeer de vraag dat de bevindingen klinisch relevant zijn. De studie opzet laat ruimte voor meer waarschijnlijke verklaringen, en de resultaten vragen om replicatie met grotere aantallen, een actieve controleconditie, inclusie van vrouwen, en vooral langere follow-up en klinisch relevante uitkomstmaten zoals terugval. Als vervolgonderzoek dit bevestigt, kan yoga (of een vergelijkbare mindfulness of ontspanningsinterventie) uitgroeien tot een waardevolle aanvullende therapie binnen detox, om de stress te verminderen in de kwetsbare fase waarin terugval steeds op de loer ligt.

Besproken artikel

Goutham S, Bhargav H, Holla B, Mahadevan J, Nagendra RP, Jasti N, Narasimha VL, Mehta UM, Varambally S, Venkatasubramanian G, Chand P, Gangadhar BN, Hill KP, Keshavan M, Murthy P. Yoga for Opioid Withdrawal and Autonomic Regulation: A Randomized Clinical Trial. JAMA Psychiatry. 2026 Jan 7:e253863. doi: 10.1001/jamapsychiatry.2025.3863. 

Referenties

  1. Pascoe MC, Bauer IE. A systematic review of randomised control trials on the effects of yoga on stress measures and mood. J Psychiatr Res. 2015 Sep;68:270-82. doi: 10.1016/j.jpsychires.2015.07.013. 
  2. Cattaneo LA, Franquillo AC, Grecucci A, Beccia L, Caretti V, Dadomo H. Is Low Heart Rate Variability Associated with Emotional Dysregulation, Psychopathological Dimensions, and Prefrontal Dysfunctions? An Integrative View. J Pers Med. 2021 Aug 31;11(9):872. doi: 10.3390/jpm11090872. 
  3. Laborde S, Allen MS, Borges U, Dosseville F, Hosang TJ, Iskra M, Mosley E, Salvotti C, Spolverato L, Zammit N, Javelle F. Effects of voluntary slow breathing on heart rate and heart rate variability: A systematic review and a meta-analysis. Neurosci Biobehav Rev. 2022 Jul;138:104711. doi: 10.1016/j.neubiorev.2022.104711. 

 

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!