Boekbespreking: “Taal grijpt altijd in – Op zoek naar woorden in de psychiatrie”

Hoe kan het dat de woorden die we gebruiken om over psychisch lijden te praten voor de één helpend kunnen zijn, maar een ander juist kan vastzetten of stigmatiseren? Een diagnose als autisme kan een enorme opluchting zijn, of een dergelijke classificatie wordt juist als schadelijk ervaren. Dit kan zelfs gelden voor dezelfde persoon op verschillende momenten. In “Taal grijpt altijd in – Op zoek naar woorden in de psychiatrie” schrijft psychiater en socioloog Bram de Ridder over de paradoxale werking van taal in de psychiatrie en de maatschappelijke impact hiervan. Het boek is gericht op “iedereen die beroepshalve of als hulpvrager zich bezighoudt met psychisch lijden” en is opgesplitst in twee delen. De Ridder breidt hierbij enkele van zijn eerder gepubliceerde werken verder uit en licht zijn ideeën toe met verschillende voorbeelden uit de praktijk.

 

Het eerste deel gaat over de valkuilen van het overmatige en soms misplaatste gebruik van ‘weettaal’ in de psychiatrie: taal die doet lijken alsof er maar één antwoord mogelijk is, waardoor er vaak ook een bepaalde handelingsrichting wordt afgedwongen. Bijvoorbeeld: “zij heeft een depressieve stoornis”. Deze constatering suggereert meteen (be)handelmogelijkheden, zoals psychotherapie, medicatie of ECT. Hoewel dit belangrijke aanknopingspunten kunnen zijn, maakt het ook dat er minder ruimte komt voor andere benaderingen van iemands klachten, met name factoren in de bredere context. Daarnaast heeft taal ook een invloed op hoe iemand zichzelf begrijpt en door haar omgeving begrepen wordt. De Ridder betoogt dat er binnen de psychiatrie meer gebruik zou moeten worden gemaakt van ‘zoektaal’, waarbinnen er meer ruimte is voor niet-weten en alternatieve ideeën over wat er aan de hand is. Bijvoorbeeld: “zij voelt zich een aantal weken somber”.

 

Het tweede deel van het boek gaat vooral over de gevolgen van het te veel gebruiken van ‘weettaal’ en het daaraan gerelateerde ‘stoornisme’. Als we psychisch lijden alleen begrijpen als een stoornis, is er minder of zelfs geen aandacht voor de bredere context, terwijl dit een enorm onderdeel vormt van iemands leven, en dus ook altijd onderdeel is van psychisch lijden. Met verschillende praktijkvoorbeelden illustreert De Ridder hoe dit kan leiden tot problemen rondom behandeling, tolerantie, zelfbegrip en begrip van de maatschappij. De Ridder schrijft hierover:

 

“Volgens mij is het belangrijk dat de taal waarmee we over psychisch lijden spreken lenig genoeg is om sociale en culturele grond- of medeoorzaken (zoals armoede, racisme, seksisme, een pandemie, oorlog, individualisering, sociale media, prestatiedruk, klimaatverandering) te kunnen incorporeren. Om zo niet alleen de individuele context, maar ook de context van deze context mee te kunnen nemen in ons begrip. Als de taal dit niet kan, kan het denken dit ook niet. Als het denken dit niet kan, blijft de taal stram.”

 

In het boek worden belangrijke, actuele en tegelijkertijd pijnlijke thema’s van het praten over psychisch lijden blootgelegd, die herkenbaar zullen zijn voor vrijwel iedereen die ervaring heeft met de geestelijke gezondheidszorg.

 

Op een kwetsbare en zelfbewuste manier zet De Ridder de lezer aan om na te denken over wat we nu eigenlijk zeggen wanneer we taal gebruiken om over psychisch lijden te praten en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn. Hoewel het boekje toegankelijk is in zijn formaat (het telt in totaal 96 pagina’s), is het op momenten wat minder toegankelijk qua taalgebruik. In zijn zoektocht naar woorden neigt De Ridder naar ingewikkelde formuleringen, wat misschien ook een weerspiegeling is van de complexe realiteit van psychisch lijden. Ik denk dat hier een belangrijke taak ligt voor jonge psychiaters: hoe kunnen zij bijdragen aan het toegankelijk vertalen van deze problemen en mogelijke oplossingen naar de dagelijkse praktijk van de psychiatrie? Ik zou het boek ten zeerste aanbevelen aan iedereen die psychisch lijden onder woorden probeert te brengen en mee opzoek wil naar een taal in de psychiatrie met meer ruimte voor verschillen tussen mensen en tegelijkertijd meer ruimte voor overeenkomsten tussen mensen. Zoals De Ridder schrijft: “Ik kan vandaag beginnen bij stil te staan bij wat ik eigenlijk zeg. Ik kan vandaag beginnen met anders praten.”

 

Referentie

Taal grijpt altijd in – Op zoek naar woorden in de psychiatrie
Bram de Ridder
Uitgever: ISVW Uitgevers, Leusden
ISBN: 978-90-834369-6-8
96 pagina’s

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!