Waarom dit onderwerp?
Stress is een normaal onderdeel van het dagelijks leven, maar vormt tegelijkertijd een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van psychische klachten1. De manier waarop ons lichaam en brein op stress reageren, is het resultaat van een complex samenspel tussen biologische, psychologische en sociale factoren. In de afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor de relatie tussen de menstruele cyclus en veranderingen in stemming en stressreacties. Toch is er nog relatief weinig bekend over de effecten van hormonale anticonceptie, zoals de anticonceptiepil of het spiraaltje, op stress.
Terwijl dat niet gek zou zijn: een cruciaal biologisch mechanisme in de stressrespons is de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as (HPA-as), die verantwoordelijk is voor de aanmaak van stresshormonen, zoals cortisol. Deze HPA-as is indirect betrokken bij de regulatie van geslachtshormonen, zoals oestrogeen en progesteron2. Door deze interactie kunnen hormonale schommelingen, bijvoorbeeld tijdens de menstruele cyclus, invloed hebben op de gevoeligheid voor stress3.
Onderzoeksvraag
Een nieuwe studie van Bürger et al (2025) onderzocht subjectieve en fysiologische stressreacties bij vrouwen met en zonder gebruik van hormonale anticonceptie, zowel in het laboratorium als in het dagelijks leven.
Hoe werd dit onderzocht?
De auteurs volgden drie groepen vrouwen: 27 vrouwen met een IUD (hormoonspiraal), 30 vrouwen met orale hormonale anticonceptie (OAC) en 29 vrouwen met een natuurlijke menstruele cyclus (NC). Deelnemers vulden vragenlijsten in en namen deel aan experimenten in het laboratorium om hun stressreactie te meten. Zij doorliepen een streng onderzoeksprotocol waarin ze 24 uur voor elke meting o.a. geen cafeïne mochten drinken, niet mochten sporten of alcohol gebruiken, om zo de invloed op de stressrespons te beperken. Binnen dit protocol namen zij onder andere deel aan de Maastricht Acute Stress Task, wat een gevalideerde laboratoriumtaak is om de stressreactie op te roepen. Na elke sessie vulden de deelnemers 7 dagen lang een digitaal dagboek in, waarin zij dagelijks rapporteerden over hun stemming, stress, angst en ervaren gebeurtenissen. Op deze manier konden de onderzoekers zien of de laboratoriumreacties in de periode erop nog doorwerkten in het dagelijks leven.
De onderzoekers gebruikten meerdere methodes om stress te meten in het lab, waaronder vragenlijsten (voor subjectieve stress en emoties), hartslag en huidgeleiding (als fysiologische maat) en cortisol in speeksel en bloed (als endocriene maat).
Belangrijkste resultaten
Alle deelneemsters waren vergelijkbaar in leeftijd, (baseline) depressie- en angstscores, en in de ervaring van chronische stress bij aanvang van het onderzoek. Eén verschil viel op: vrouwen met een IUD rapporteerden meer emotioneel belastende levensgebeurtenissen in het afgelopen jaar dan vrouwen met een NC.
De Maastricht Acute Stress Task veroorzaakte bij alle vrouwen een duidelijke stressreactie, vergeleken met placebo, met o.a. verhoogde cortisolwaarden (β = 103.23, p <0.001) en subjectieve stressniveaus (β = 40.07, p <0.001). Dit bevestigt de effectiviteit van de taak en hierdoor konden de groepen goed worden vergeleken met elkaar.
Het viel op dat vrouwen met een IUD enigszins meer subjectieve stress (β = 0.43, p <0.001, negatieve emoties (β = 13.28, p = 0.003) en angst (β = 7.40, p = 0.003), en iets minder positief affect (β = -0.31, p = 0.009) ervaarden dan vrouwen met een NC. Dit werd zowel gemeten direct na de stresstaak als in de week erna. Vrouwen met OAC vertoonden een afgevlakte cortisol- en cortisone respons, maar hadden over het algemeen een verhoogde hartslag (ongeacht de stress). In hun dagboek rapporteerden zij echter minder acute stress en negatieve emoties dan vrouwen met een IUD of NC (p < 0.023).
Al met al blijkt uit deze studie dat vrouwen met verschillende vormen van anticonceptie uiteenlopende stressreacties vertoonden.
Beperkingen van het onderzoek
Hoewel deze studie sterke methodologische aspecten kent, zoals herhaalde metingen, stikte protocollen en een zorgvuldig gecontroleerde laboratoriumopzet, zijn er ook enkele aandachtspunten. Met in totaal 86 deelnemers bleef de steekproefgrootte relatief klein, wat lastig maakt om subtiele effecten of verschillen tussen subgroepen betrouwbaar vast te stellen. De deelneemsters waren voornamelijk gezonde jonge vrouwen, zonder psychiatrische of gynaecologische aandoeningen, wat de generaliseerbaarheid beperkt. Ook was de follow-up kort en werd stress gemeten in een kunstmatige setting, die niet volledig het dagelijks leven weerspiegelt. Daarnaast is niet altijd duidelijk voor welke achtergrondfactoren is gecorrigeerd, zoals sociaal economische status of eerdere stressvolle ervaringen.
Toch biedt dit onderzoek waardevolle inzichten in hoe hormonale anticonceptie samen kan hangen met stressverwerking. Het benadrukt het belang van verder onderzoek naar de interactie tussen hormonale, psychologische en sociale factoren. Daarmee draagt deze studie bij aan het groeiende bewustzijn rondom hormoon sensitieve gezondheidszorg, wat een belangrijk thema is binnen zowel de wetenschap als klinische praktijk.
Toekomstig onderzoek zou meer aandacht kunnen hebben voor niet alleen het gebruik van ecologisch valide meetmethoden, zoals langere follow-up en ambulante stressmetingen, maar ook voor het corrigeren voor psychosociale en contextuele factoren. Dit zou helpen om beter onderscheid te maken tussen hormonale en andere (psychosociale) invloeden op stressrespons.
Conclusie
Deze studie suggereert dat het gebruik van hormonale anticonceptie (zowel IUD en OAC) in een nagebootste stresssituatie samenhangt met verschillen in fysiologische, endocriene en subjectieve reacties. Vrouwen met een IUD vertoonden gemiddeld hogere emotionele stressgevoeligheid, zowel in het lab als in dagelijkse zelfrapportages. Of dat betekent dat exogene hormonen een causaal verband hebben met stress, is nog te vroeg om te stellen. Kortom: er is nog veel te ontdekken en verder onderzoek is nodig, maar deze studie brengt ons stap dichter bij het begrijpen van hoe hormonale anticonceptie en stress samenhangen.
Besproken artikel
Bürger Z, Kordowich C, Kübbeler J, Müllerschön C, Kimmig AS, Su M, Lämmerhofer M, Sacher J, Henes M, Comasco E, Derntl B, Kogler L. Subjective, behavioural and physiological correlates of stress in women using hormonal contraceptives. Br J Psychiatry. 2025 Jun;226(6):392-400. doi: 10.1192/bjp.2025.7. Epub 2025 Jun 13. PMID: 40511505; PMCID: PMC12257283.
Referenties
- Heck AL, Handa RJ. Sex differences in the hypothalamic–pituitary–adrenalaxis’ response to stress: an important role for gonadal hormones. Neuropsychopharmacology 2019; 44: 45.
- Spencer RL, Deak T. A users guide to HPA axis research. Physiol Behav 2017; 178: 43–65.
- Kirschbaum C, Kudielka BM, Gaab J, Schommer NC, Hellhammer DH. Impact of gender, menstrual cycle phase, and oral contraceptives on the activity of the hypothalamus-pituitary-adrenal axis. Psychosomat Med 1999; 61: 154–62.




