Trauma bij ouderen: een ondergeschoven kindje

Dit stuk verscheen eerder in aangepaste versie in het Parool van 2 mei 2026

‘Ja, daar praatte je niet over.’ Het is even stil. ‘Je was blij dat de oorlog voorbij was. En dan door, hè.’

In mijn spreekkamer zit een vrouw van 80. Ze is naar mij verwezen vanwege angst en somberheid, hardnekkige klachten sinds haar man is overleden en haar dochter is verhuisd. Gesprekken bij de huisarts hielpen niet, wandelen en zwemmen niet, pillen niet, dus nu doet ze bij de psychiater haar verhaal. Na de gebruikelijke vragen over piekeren, sombere gevoelens en minder kunnen genieten, graven we dieper om te kunnen begrijpen waarom het overlijden van haar man haar al zo lang uit evenwicht haalt. Wat langzaam verschuift naar de vraag hoe ze überhaupt zo lang is blijven staan, uit de handen van de psychiater. 

Haar geboortejaar 1945 luidde het einde van de oorlog in, maar thuis sudderde hij voort. Haar vader kwam terug uit Duitsland, ze weet dat hij te werk was gesteld maar verder werd er gezwegen, over de oorlog en over de rest. Zij en haar moeder slopen om haar vader heen. Hij kon woedend en gewelddadig worden uit het niets, sloot zich op op zijn werkkamer, of bleef nachten weg. Ook haar moeder praatte niet. Als patiënte toch iets vroeg kreeg ze de opdracht om lief te doen en naar haar kamer te gaan. Vluchtend uit de benauwende en gewelddadige sfeer nam patiënte al heel vroeg baantjes aan, en als typiste verdiende ze genoeg om op haar 17e bij een hospita te huren in de grote stad. Daar ontmoette ze haar man, met wie ze is getrouwd, kinderen heeft gekregen, en een leven heeft opgebouwd dat ze omschrijft als veilig en stabiel.

Trauma’s uit de jeugd

De kindertijd van deze patiënte zouden we nu omschrijven als psychische verwaarlozing met fysiek en verbaal geweld in de vroege jeugd. Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een diagnose die vroeger was voorbehouden aan oorlogsslachtoffers en militairen, maar inmiddels weten we dat allerlei andere gebeurtenissen PTSS kunnen veroorzaken, waaronder een dergelijke jeugd. De lifetimeprevalentie PTSS in de niet-militaire bevolking wordt geschat op 2.3% – 5.5%, met een lagere prevalentie bij ouderen. Dit is opvallend omdat ouderen in hun jeugd vaak turbulente tijden hebben meegemaakt. Velen hebben een oorlog meegemaakt zoals de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog van Indonesië, anderen hadden ouders hadden die, getraumatiseerd door deze gebeurtenissen, kampten met ernstige psychische klachten. 

Vroegkinderlijk trauma is een risicofactor voor het ontwikkelen van andere psychiatrische klachten en werkt een leven lang door. Tegelijkertijd heeft de oudere generatie zich staande weten te houden zonder herkenning, zonder erkenning, zonder behandeling. De diagnose PTSS staat pas sinds 1980 in de DSM (versie III toen nog), en één van de belangrijkste behandelingen, eye movement desensitization and reprocessing (EMDR), is ontwikkeld in 1987. 

Mijn patiënte beschrijft haar leven als stabiel, waarbij haar huwelijk en gezin haar vangrails zijn geweest. Maar nu deze zijn weggevallen komen de klachten terug: niet evident als PTSS, maar vermomd als angst en depressie. 

De prognose van psychiatrische klachten is bij ouderen slechter dan bij jongere volwassenen (1,2). Vermoedelijk speelt onbehandeld trauma hier een rol in. Ook mijn patiënte bemerkte geen effect van de gebruikelijke behandelingen. Het natuurlijke beloop afwachten hielp ons ook niet, want waar een depressie bij jongere volwassenen na 6-12 maanden meestal weer verdwijnt, had zij al 2 jaar klachten. 

In verdere gesprekken werd duidelijk hoe knap zij een leven voor zichzelf had opgebouwd, maar ook hoe angstig en onveilig zij zich voelde nu het gezinsleven er niet meer was. Ze vond het echter moeilijk om te horen dat traumatherapie een optie was, want zelf was ze toch niet in Duitsland tewerkgesteld? En iedereen had toch dingen meegemaakt? Bovendien was het al zolang geleden, ze wist vast niet alles meer.

Maar bij de volgende afspraak gaf ze aan toch traumatherapie te willen proberen, na een stevig gesprek met haar dochter. Die zag patiënte zwoegen onder haar depressie en wilde dat haar moeder het patroon zou doorbreken van lijden en zwijgen, zoals patiëntes ouders tot hun dood hadden gedaan.

Levensverhaal

We begonnen met het opschrijven van patiëntes levensverhaal, en pasten een intensievere traumatherapie zoals EMDR toe bij de meest pijnlijke en levendige herinneringen. Intensieve traumatherapie zoals EMDR is even effectief bij ouderen als bij jongere volwassenen, en zelfs bij mensen met dementie of hersenletsel kan traumatherapie succesvol worden toegepast (3). Ook bij patiënte bleken de pijnlijke herinneringen nog levendig aanwezig. Het overlijden van haar man, die nooit meer thuiskwam van de boodschappen na een hartaanval op straat, riep bovendien herinneringen op aan de dagen die haar vader vroeger onaangekondigd wegbleef. Maar het lukte om deze herinneringen minder pijnlijk te maken, waardoor patiënte er bij stil durfde te staan en kon beginnen met rouwen. Rouwen om haar overleden man, en ook om de dingen die ze als kind had meegemaakt. Haar depressie maakte plaats voor verdriet.

Na een half jaar sloten we de behandeling af. Niet alle traumatische gebeurtenissen waren intensief behandeld, maar dat hoefde ook niet. Patiënte voelde zich sterk genoeg om zelf weer verder te gaan. 

Trauma bij ouderen wordt nog onvoldoende herkend, erkend, en behandeld. Traumaklachten zijn vaak vervormd tot angst en depressie en daardoor lastiger te herkennen. Ouderen zijn opgegroeid in een maatschappij waar je niet praatte maar doorging, en je niet moest aanstellen want anderen hadden het erger. Behandelaren kunnen huiverig zijn, zeker als er cognitieve problemen spelen zoals dementie of NAH. En vaak hebben mensen een manier gevonden om met, of om hun trauma heen te leven en hebben ze ook lang geen klachten gehad. Toch moet de herkenning omhoog. Want traumaklachten geven veel last, en kunnen ook de motor zijn achter andere psychische klachten. En minstens zo belangrijk: er is een effectieve behandeling en het is nooit te laat om hiermee te beginnen.

Bronnen:

  1. Penninx et al.: Two-year course of depressive and anxiety disorders: Results from the Netherlands Study of Depression and Anxiety (NESDA). Journal of Affective Disorders
  2. Volume 133, Issues 1–2, September 2011, Pages 76-85
  3. Schaakxs et al.: Associations between age and the course of major depressive disorder: a 2-year longitudinal cohort study. Lancet Psychiatry. 2018 Jul;5(7):581-590.
  4. Gielkens et al.: comparing intensive trauma-focused treatment outcome on PTSD symptom severity in older and younger adults. J Clin Med. 2021 Mar                          17;10(6):1246.

 

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!