De GGZ vernieuwt meer dan we denken! DJP-redacteur en impact leader Tim van de Grift selecteerde zes projecten die zijn gefinancierd vanuit het ZonMw onderzoeksprogramma GGZ. Hij spreekt de mensen achter het project én beleidsmakers op deze thema’s. De projecten maken stuk voor stuk het verschil binnen belangrijke maatschappelijke en psychiatrische thema’s. Hier volgt deel 2 van de serie.
In veel gevallen hangen psychische klachten samen met sociale factoren, zoals armoede of problemen met huisvesting. Vaak biedt de GGZ dan geen duurzame oplossing. Het kan helpen om in de eerste lijn al breder te kijken dan alleen vanuit de medische blik en patiënten actief te begeleiden naar initiatieven buiten de GGZ. Een Amsterdamse huisartsenpraktijk onderzocht de uitkomsten van zo’n brede blik gecombineerd met structurele begeleiding vanuit een GGZ casemanager.
Hoe ga je het beste om met psychische zorgvragen in een huisartsenpraktijk waar veel mensen tegelijkertijd kampen met gezondheidsachterstanden en sociale problematiek? Deze vraag was het startpunt van het onderzoeksproject van Femkje Jonker, huisarts en onderzoeker in Amsterdam Noord. Jonker en collega’s merkten dat GGZ behandelingen regelmatig niet goed aansloten bij de problematiek van patiënten in hun praktijk, en dat er onvoldoende aandacht was voor de onderliggende sociale problemen.
Krachtige basiszorg
Het team ontwikkelde een alternatieve werkwijze vanuit het principe van de Krachtige basiszorg: een integrale werkwijze waarbij ogenschijnlijk medische hulpvragen standaard verbreed worden om ook niet-medische oorzaken op tafel te krijgen. Ze implementeerden standaard gebruik van het 4D-model, waarbij psychische hulpvragen werden geëxploreerd op somatisch, psychisch, sociaal en maatschappelijk vlak. Hoewel mensen met een vraag voor een doorverwijzing naar de GGZ soms overtuigd moesten worden van zo’n gesprek, bleek in het project dat patiënten zich meer gehoord voelden en meer inzicht kregen in de invloed van sociale factoren op hun psychische gezondheid.
Casemanagement
Deze bredere blik op psychiatrische problematiek vraagt ook om een andere manier van zorgverlening in de eerste lijn. Volgens Jonker: ‘Onze POH-Diabetes kent de diabetespopulatie binnen onze praktijk beter dan de huisarts. Zo’n overzicht is er niet van de mensen met complexere psychiatrische problematiek.’ De implementatie van een integrale benadering van psychiatrische hulpvragen is daarom ook afhankelijk van goed casemanagement in de huisartsenpraktijk. Casemanagers helpen mensen met lagere gezondheidsvaardigheden om goed aan te komen bij ondersteuning in het sociaal domein, bijvoorbeeld door bij een eerste afspraak aan te sluiten.
Actieonderzoek
Jonker en collega’s ontwikkelden deze werkwijze via praktijkgericht actieonderzoek, een gestructureerde methode waarbij de belangrijkste gebruikers actief betrokken werden in de ontwikkeling en evaluatie van de interventie. Patiënten en zorgverleners werden in verschillende rondes geïnterviewd over hun behoeften en ervaringen met zowel de integrale aanpak als het casemanagement. Ook werd via dossieronderzoek gekeken naar de invloed van de interventie op het aantal verwijzingen naar de GGZ versus het sociaal domein.
In de loop van het project bleek het in Jonker’s praktijk het meest passend om het casemanagement onder te brengen bij de POH-GGZ. Dit is een uitbreiding van de taken van de POH, die in de regel voornamelijk kortdurende, gefocuste zorg biedt. ‘Dat er een coördinerende taak bij komt, moet passen bij de POH’, aldus Jonker.
Projectuitkomsten
Uit het dossieronderzoek bleek dat van de 71 patiënten die vóór de nieuwe werkwijze naar de GGZ verwezen zouden zijn, uiteindelijk nog maar 37% verwezen werd. De overige mensen hadden voldoende baat bij begeleiding binnen de huisartsenpraktijk of via het sociaal domein. Andere uitkomsten waren minder no shows en een structureler contact tussen de huisartsenpraktijk en het sociaal domein. In de ervaring van Jonker is de angst van huisartsen dat deze nieuwe benadering leidt tot meer werk onterecht: door het effectief samenwerken wordt de huisartsenpraktijk netto ontlast en houdt de huisarts diens poortwachterfunctie.Vervolgonderzoek moet deze tijdswinst verder onderbouwen met cijfers.
Een uitdaging van praktijkonderzoek in een buurt waar veel mensen met meervoudige problematiek wonen, is het verzamelen van kwantitatieve data. De drempels om aan onderzoek deel te nemen zijn hoog en mensen zijn moeilijk in te delen in standaardhokjes, waardoor actieonderzoek en kwalitatieve data extra waardevol zijn. De komende tijd wordt de werkwijze van Jonker breder geïmplementeerd in Amsterdam Noord in het kader van het Integraal Zorgakkoord.
| Visie vanuit de POH-GGZ |
| De huisartspraktijk is vaak de plek waar mensen die zich kwetsbaar voelen komen en geholpen kunnen worden om een eerste stap te zetten richting herstel. Een motto in het functie- en competentieprofiel van de POH-GGZ is: ‘Zie de mens, niet het etiket.’ Instrumenten als het 4D-model en het spinnenweb van positieve gezondheid worden in de praktijk gebruikt om samen een goed beeld te scheppen van die mens in zijn of haar leefwereld. De POH-GGZ is bij uitstek een netwerkspeler: het bevorderen van samenwerking tussen professionals (binnen en buiten de huisartspraktijk) en het optimaal benutten van expertise elders zijn belangrijk in de functie. Er is dus veel overlap met de functie casemanager GGZ. Het lijkt logisch om de coördinerende rol expliciet bij de POH-GGZ te beleggen.
Belangrijk is hier samen met de professionals in de praktijk richting aan te geven: wie ligt dit al goed en wie heeft hier juist nog iets te leren? Is er voldoende tijd om hier invulling aan te geven? Als het tot een gemiddeld langere consultduur leidt, zou er een financiële barrière voor de huisartspraktijk weggenomen moeten worden. De POH-GGZ is een functie, geen beroep. Verschillende achtergronden (vooral maatschappelijk werk, psychologie en verpleegkunde), i.c.m. 2 jaar werkervaring in de GGZ geven toegang tot de functie. Dat geeft diversiteit in de praktijk. Onze vereniging zet zich er daarom voor in juist de vaardigheden en kennis te versterken die nodig zijn om een nog betere netwerkspeler te worden en de hulpvrager onbevooroordeeld met aandacht voor diens leefwereld tegemoet te treden. |
| Tessa van der Valk, directeur Landelijke Vereniging POH-GGZ |



