Over de ‘besmettelijkheid’ van psychische stoornissen

“Is een psychische stoornis besmettelijk?” “Nee hoor, gelukkig niet”, is mijn automatische reactie. Gelukkig niet, want zo’n aanname zou het stigma rond psychische stoornissen alleen maar versterken. Toch publiceerde JAMA Psychiatry een artikel met de titel: “Transmission of Mental Disorders in Adolescent Peer Networks” [1]. Toegegeven, ‘transmission’ is niet hetzelfde als ‘besmettelijkheid’. Je vertaalt het eerder als ‘overdracht’ of ‘overbrenging.’ Maar ook dat suggereert een oorzakelijk verband. In het artikel werd stevige taal gesproken over een hypothese van ‘contagion’, oftewel besmettelijkheid. Is de onderbouwing ook zo stevig?

 

De studie

Het doel van deze Finse cohortstudie was om te onderzoeken of psychische stoornissen overgedragen worden binnen peergroepen, bestaande uit schoolklassen. De onderzoeksvraag was voorzichtiger geformuleerd: is er een associatie tussen het hebben van een klasgenoot met een psychische stoornis en het later zelf gediagnosticeerd worden met een psychische stoornis?

 

Methode

De peergroepen werden gevormd door adolescenten die bij elkaar in de laatste klas van de middelbare school zaten (± 16 jaar oud). Inclusie vond plaats vanuit het Finse bevolkingsregister: alle Finnen geboren tussen 1985 en 1997 kwamen in aanmerking voor de studie, mits voldoende gegevens over demografie, gezondheid en school beschikbaar waren. Exclusiecriteria waren onder andere: recente verhuizing naar een andere stad, immigratie naar Finland na aanvang van de basisschool en uitzonderlijk kleine of grote schoolklassen (<10 of >40 leerlingen). Ruim 700.000 deelnemers werden geïncludeerd. De Finnen, met een totale bevolking van 5,6 miljoen (alle geboortejaren) [2], hebben hun registers indrukwekkend goed op orde.

De follow-up begon aan het einde van het schooljaar (voor de eerste lichting in 2001) en eindigde in 2019, tenzij eerder sprake was van een psychische stoornis, emigratie of overlijden. Psychische stoornissen werden vastgesteld in de eerste of tweede lijn op basis van ICD criteria. Persoonlijkheidsstoornissen en ontwikkelingsstoornissen werden buiten beschouwing van de studie gelaten.

Met behulp van een cox-regressie werd berekend of de adolescenten een hoger risico hadden op een latere psychische diagnose als zij 1 of >1 klasgenoot hadden met een psychische stoornis, ten opzichte van 0 klasgenoten met een psychische stoornis. De berekeningen werden gecorrigeerd voor een reeks aan variabelen: geslacht, geboortejaar, kenmerken van de gemeente (stedelijkheid, werkloosheid, gezondheid en opleidingsniveau inwoners), aantal leerlingen op school en in de klas en kenmerken van de ouders (opleidingsniveau, inkomen, psychiatrische voorgeschiedenis). Verschillende sensitiviteitsanalyses werden verricht, onder andere met afzonderlijke diagnosegroepen.

 

Resultaten

Follow-up duurde gemiddeld 11,1 jaar en in deze periode werd een psychische stoornis vastgesteld bij 25,1% van de deelnemers at risk. Het risico op een latere psychische diagnose was niet verhoogd bij deelnemers die 1 klasgenoot hadden met een psychische stoornis, maar bij meerdere (>1) klasgenoten werd wel een kleine toename gezien (hazard ratio 1,05; 95% betrouwbaarheidsinterval 1,04-1,06). Bij 1 of >1 klasgenoten met een angst-, stemmings- of eetstoornis werd een relatief hoger risico gevonden op de corresponderende stoornis. Dit effect was het sterkst bij >1 klasgenoten met een stemmingsstoornis (HR 1,10 (1,07-1,14) of eetstoornis (HR 1,29 (1,03-1,63). Schizofreniespectrumstoornis of stoornis in middelengebruik bij een klasgenoot gaf geen verhoogd risico op de corresponderende stoornis. Het risico op een diagnose was het sterkst verhoogd in het eerste jaar van de follow-up.

 

Discussie

De auteurs concluderen dat ‘blootstelling aan een klasgenoot met een psychische stoornis geassocieerd is met een verhoogd risico op latere psychische stoornissen.’ Zij beschrijven drie mogelijke verklaringen voor dit fenomeen:

(1) Psychische stoornissen in de peergroep zouden maken dat deelnemers eigen psychische problemen eerder opmerken en eerder hulp zoeken. Er waren dus niet méér stoornissen, maar ze werden eerder of beter herkend (selectiebias).

(2) Sommige psychische stoornissen, zoals eetstoornissen, zouden kunnen ontstaan door sociale beïnvloeding van de peergroep. Dit houdt in dat leden van dezelfde peergroep gedrag van elkaar overnemen, onder andere door groepsnormen en doordat zij veel tijd samen doorbrengen. Het komt ook voor bij ziektegedrag [3].

(3) Interpersoonlijke ‘besmetting’: langdurige blootstelling aan een depressief persoon zou kunnen leiden tot depressieve symptomen via mimicry en spiegelneuronen. Volgens deze theorie zijn mensen automatisch geneigd tot mimicry, oftewel nabootsing van anderen, in bijvoorbeeld spraak, gezichtsuitdrukking en lichaamshouding. Tijdens dit proces worden spiegelneuronen geactiveerd, waardoor een empathie kan ontstaan en je ook het gevoel (bijv. somberheid) van de ander kunt gaan meevoelen [4]. Een illustratie van dit fenomeen is een studie uit 1994 waarin studenten meer kans hadden op depressieve symptomen als zij gingen samenwonen met een depressieve medestudent [5]. Er zijn geen recentere of methodologisch betere experimentele studies over gepubliceerd.

 

Reflectie

Onderzoek naar de overdracht van aandoeningen binnen peergroepen wordt bemoeilijkt door ‘homophily,’ de neiging om je meer op je gemak te voelen met mensen die op je lijken en daar dus ook een peergroep mee te vormen. In de huidige studie is daarom slim gekozen voor schoolklassen, die willekeuriger zijn. De onderzoekspopulatie was behoorlijk compleet (en dus representatief) voor de gehele Finse populatie van deze leeftijd, en voor een aantal belangrijke confounders, zoals familieanamnese en inkomen, werd gecorrigeerd. Er zijn echter nog wel meer oorzaken te bedenken voor de geobserveerde clustering van psychische aandoeningen, zoals genetische kenmerken of andere stressoren in de leefomgeving, maar deze zijn niet meegenomen. Daarnaast beschrijven de auteurs terecht dat selectiebias de resultaten mogelijk vertekent. Als een psychische stoornis in de peergroep leidt tot betere herkenning (en behandeling) van psychische problematiek bij de peers, zou het juist beschermend kunnen zijn voor verergering van deze problematiek. De beschreven associatie in deze studie hoeft dus niet te betekenen dat het gaat om een oorzakelijk verband, zoals het wordt neergezet door de auteurs, maar kan ook gaan over een eerdere herkenning van een al bestaand probleem.

Stel je voor dat psychische stoornissen werkelijk besmettelijk zijn, wat zou dit betekenen? Kunnen patiënten dan maar beter niet met elkaar samenwonen, of juist wel? Wat betekent het voor opnameafdelingen? En zou dit ook van toepassing zijn op psychiaters met een diagnose specifieke patiëntenpopulatie? Een interessante – maar ook radicale – hypothese met een hoop potentiële gevolgen. Of je er op basis van de huidige studie een uitspraak over kunt doen, valt te betwisten. De studie test een associatie, niet een causaal verband, en het gevonden effect is klein. Waarom kiezen de auteurs dan voor de term ‘transmission’? Het artikel staat deze maand bovenaan in ‘most views’. Misschien is ook JAMA Psychiatry niet immuun voor de besmettelijkheid van kijkcijferkoorts.

 

Referenties

1:  Alho J, Gutvilig M, Niemi R, et al. Transmission of Mental Disorders in Adolescent Peer Networks. JAMA Psych. 2024; Published online May 22, 2024. doi:10.1001/jamapsychiatry.2024.1126

2: https://nl.wikipedia.org/wiki/Finland

3: Montgomery SC, Donnelly M, Bhatnagar P, Carlin A, Kee F, Hunter RF. Peer social network processes and adolescent health behaviors: a systematic review. Prev Med. 2020;130:105900. doi:10.1016/j.ypmed.2019.105900

4: Paz LV, Viola TW, Milanesi BB, et al. Contagious depression: automatic mimicry and the mirror neuron system—a review. Neurosci Biobehav Rev. 2022;134:104509. doi:10.1016/j.neubiorev.2021.12.032

5: Joiner, T.E., 1994. Contagious depression: existence, specificity to depressed symptoms, and the role of reassurance seeking. J. Pers. Soc. Psychol. 67, 287–296. doi:10.1037/0022-3514.67.2.287

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!