Persisteren van de autismespectrumstoornis

De prevalentie van autismespectrumstoornissen (ASS) blijft wereldwijd toenemen en wordt momenteel geschat op 1 per 36 kinderen (1). De afgelopen 10 jaar is er nadruk gelegd op vroege diagnostiek (jonger dan 3 jaar) wat mogelijk deze toename deels verklaart. Het doel van vroegdiagnostiek is om op tijd toegang te kunnen krijgen tot bepaalde gedragsinterventies en daarmee langetermijnuitkomsten te optimaliseren (2). Vroege identificatie van ASS zou ook kunnen helpen om de stressvolle zoektocht die ouders voorafgaand aan een diagnose doormaken, te verkorten. 
Critici maken zich zorgen om overdiagnostiek waarbij de verschillen tussen personen met en zonder ASS steeds kleiner lijken te worden. In een meta-analyse uit 2019 werden recentere met oudere studies vergeleken waarbij gevonden werd dat effectgroottes van bepaalde psychologische en neurologische kenmerken van ASS (o.a. herkennen van emoties, Theory of Mind en hersengrootte) significant zijn afgenomen (3). Dit suggereert dat in de afgelopen decennia de gemiddelde ernst van symptomen onder ASS diagnoses op groepsniveau lijkt te dalen.

Gegeven de toenemende prevalentie en steeds vroegere diagnostiek werd in een kinderziekenhuis in Boston onderzocht in hoeverre een ASS diagnose voor het 3e levensjaar, later in de ontwikkeling persisteert.

 

Onderzoeksvraag

Wat is de frequentie van persisteren van een ASS diagnose op 5-7 jarige leeftijd bij kinderen die tussen 12 en 36 maanden oud zijn gediagnosticeerd met ASS?

 

Hoe werd dit onderzocht?

Tussen 2018 en 2022 werd bij 213 kinderen die tussen 12 en 36 maanden oud met ASS waren gediagnosticeerd opnieuw diagnostiek verricht tussen hun 5e en 7e levensjaar. De primaire uitkomstmaat was persisteren van ASS op basis van DSM-5 criteria, na uitgebreide diagnostiek bestaande uit het Autisme Diagnostisch Observatieschema (ADOS-2), het Autisme Diagnostisch Interview – Revisie (ADI-R) en testen van cognitief en adaptief functioneren.

In een multilevel logistiek regressiemodel werd onderzocht in hoeverre de volgende factoren het persisteren van ASS konden voorspellen: leeftijd bij initiële- en vervolgonderzoek, geslacht, opleidingsniveau moeder, verkregen interventies en niveau van cognitie, taal en adaptief functioneren.

 

Belangrijkste resultaten

Van de 213 deelnemers gediagnosticeerd met ASS bij de eerste diagnostische intake (gemiddelde leeftijd = 24,6 maanden; vrouw:man ratio = 1:6) voldeden 79 kinderen (37,1%) niet meer aan de diagnostische criteria voor ASS (niet-persisterende ASS) bij de vervolgafspraak (gemiddelde leeftijd =  74,3 maanden). Alle kinderen met niet-persisterende ASS hadden een IQ hoger dan 70. Alle kinderen ontvingen een vorm van interventie, voornamelijk toegepaste gedragsanalyse (Applied Behavior Analysis (ABA)). Het is niet duidelijk in hoeverre kinderen met niet-persisterende ASS verbeterden door individuele verschillen in hun ontwikkelingslijn of door de interventie die ze ontvingen. Er werd echter geen associatie gevonden tussen de duur van behandeling in de eerste 18 maanden na de diagnose en persisteren van ASS. De kans op niet-persisterende ASS was groter bij meisjes en bij kinderen met een hoger baseline adaptief functioneren, andere variabelen waren niet van invloed. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat bij meisjes sociaal-cultureel gezien meer nadruk wordt gelegd op het aanleren van sociaal-emotionele vaardigheden, wat zou kunnen resulteren in verbetering van symptomen door meer natuurlijke interventies (4). Verder zijn ASS-symptomen bij meisjes vaak subtieler aanwezig, wat de kans op het krijgen van een diagnose mogelijk verkleint. Daarentegen openbaren klachten van sociaal en adaptief functioneren bij meisjes met ASS zich mogelijk meer in de adolescentie (4)(5). Derhalve zou het interessant zijn om deze groep te vervolgen in de puberteit om recidief van ASS-symptomen te bepalen.

Een beperking van deze studie is dat er een verschil was in diagnostiek tussen de initiële afspraak voor het 3e levensjaar (diagnose op basis van consensus in team, geen ADI-R) en de vervolgafspraak (diagnose door solo onderzoekspsycholoog).

 

Wat betekent dit voor de praktijk?

Vroege diagnostiek naar problemen in de ontwikkeling is belangrijk om op tijd met de juiste interventie te kunnen starten. Het is echter essentieel dat ontwikkelingsdiagnostiek – ten tijde van een levensfase waarin grote variatie zit in ontwikkelingsmijlpalen – wordt vervolgd, en herhaald, om te voorkomen dat kinderen rond blijven lopen met een diagnose waar niet meer aan wordt voldaan. Indien een gedegen follow-up en behandeling niet gewaarborgd kan worden, dan is voorzichtigheid geboden met het geven van een (definitieve) ASS diagnose.

 

 

De afbeelding bij dit artikel is AI-gegenereerd.

Besproken artikel

Harstad E, Hanson E, Brewster SJ, DePillis R, Milliken AL, Aberbach G, Sideridis G, Barbaresi WJ. Persistence of Autism Spectrum Disorder From Early Childhood Through School Age. JAMA Pediatr. 2023 Nov 1;177(11):1197-1205. doi: 10.1001/jamapediatrics.2023.4003. PMID: 37782510; PMCID: PMC10546296.

 

Referenties

1. Maenner MJ, Warren Z, Williams AR, Amoakohene E, Bakian AV, Bilder DA, Durkin MS, Fitzgerald RT, Furnier SM, Hughes MM, Ladd-Acosta CM, McArthur D, Pas ET, Salinas A, Vehorn A, Williams S, Esler A, Grzybowski A, Hall-Lande J, Nguyen RHN, Pierce K, Zahorodny W, Hudson A, Hallas L, Mancilla KC, Patrick M, Shenouda J, Sidwell K, DiRienzo M, Gutierrez J, Spivey MH, Lopez M, Pettygrove S, Schwenk YD, Washington A, Shaw KA. Prevalence and Characteristics of Autism Spectrum Disorder Among Children Aged 8 Years – Autism and Developmental Disabilities Monitoring Network, 11 Sites, United States, 2020. MMWR Surveill Summ. 2023 Mar 24;72(2):1-14. doi: 10.15585/mmwr.ss7202a1. PMID: 36952288; PMCID: PMC10042614.

2. Zwaigenbaum L, Bauman ML, Stone WL, Yirmiya N, Estes A, Hansen RL, McPartland JC, Natowicz MR, Choueiri R, Fein D, Kasari C, Pierce K, Buie T, Carter A, Davis PA, Granpeesheh D, Mailloux Z, Newschaffer C, Robins D, Roley SS, Wagner S, Wetherby A. Early Identification of Autism Spectrum Disorder: Recommendations for Practice and Research. Pediatrics. 2015 Oct;136 Suppl 1(Suppl 1):S10-40. doi: 10.1542/peds.2014-3667C. PMID: 26430168; PMCID: PMC9923897.

3. Rødgaard EM, Jensen K, Vergnes JN, Soulières I, Mottron L. Temporal Changes in Effect Sizes of Studies Comparing Individuals With and Without Autism: A Meta-analysis. JAMA Psychiatry. 2019 Nov 1;76(11):1124-1132. doi: 10.1001/jamapsychiatry.2019.1956. PMID: 31433441; PMCID: PMC6704749.

4. Lai MC, Szatmari P. Sex and gender impacts on the behavioural presentation and recognition of autism. Curr Opin Psychiatry. 2020 Mar;33(2):117-123. doi: 10.1097/YCO.0000000000000575. PMID: 31815760.

5. Pender R, Fearon P, St Pourcain B, Heron J, Mandy W. Developmental trajectories of autistic social traits in the general population. Psychol Med. 2023 Feb;53(3):814-822. doi: 10.1017/S0033291721002166. Epub 2021 Jun 22. PMID: 34154678.

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!