Ervaren discriminatie is een risicofactor voor suïcidaliteit, blijkt uit een analyse van de HELIUS-studie.

Depressie Verdriet Triest

Jaarlijks overlijden er wereldwijd zo’n 700.000 personen aan suïcide en het wordt door de WHO dan ook gezien als een belangrijk gezondheidsprobleem. Mensen denken vaak aan een depressie als oorzaak van suïcidale gedachten, maar doodsgedachten hebben een complexe etiologie en kunnen ook onafhankelijk van een depressie ontstaan. Eén van de mogelijke oorzaken van suïcidaliteit is ervaren discriminatie: de hinder die iemand dagelijks ondervindt doordat diegene ongelijk wordt behandeld op basis van diens huidskleur of achtergrond. Dit kan overduidelijke oorzaken hebben zoals pesten of racistische uitsluiting van werk, maar ook subtielere vormen zoals verkeerscontroles op basis van uiterlijke kenmerken of wantrouwen van overheidsinstanties, denk aan de toeslagenaffaire, kunnen een chronische stressor zijn en een hogere mate van ervaren discriminatie veroorzaken. Inmiddels hebben meerdere studies een verband weten te leggen tussen ervaren discriminatie en suïcidaliteit, maar deze studies zijn allemaal gedaan in Amerika, en de Amerikaanse en Nederlandse socio-economische context liggen ver uiteen. De hier beschreven studie, waarvan één van ons eerste auteur is, onderzoekt de relatie tussen suïcidaliteit en ervaren discriminatie in de Nederlandse context.

 

De auteurs includeerden vanuit de HELIUS-studie, een groot multi-etnisch cohort in Amsterdam waarin 25.000 deelnemers met een Nederlandse, Surinaamse, Marokkaanse, Turkse en Ghanese achtergrond zijn meegenomen. Omdat deze studie specifiek over ervaren discriminatie ging, werden witte mensen van Nederlandse afkomst geëxcludeerd. Deelnemers werden geïncludeerd in de analyses van het besproken artikel als ze vragenlijsten in hadden gevuld met betrekking tot ervaren discriminatie (Everyday Discrimination Scale) en suïcidale gedachten (Vraag 9 op de Patient Health Questionnaire-9). Depressieve symptomen werden gescoord met vraag 1 tot en met 8 van de Patient Health Questionnaire 9. Deelnemers scoorden positief op suïcidaliteit als ze de twee weken ervoor een paar dagen of meer de gedachte hadden gehad dat ze niet meer wilden leven of om zichzelf iets aan te doen. Een andere uitkomstmaat die de onderzoekers meenamen was die van ‘mastery’ (in dit stuk onvertaald omdat er geen gebruikelijk Nederlands equivalent voor is), gedefinieerd als het de mate waarin iemand het gevoel heeft controle te hebben over hun eigen leven. Dit, omdat uit eerder onderzoek gekomen is dat discriminatie samen kan hangen met een verminderd gevoel van autonomie en controle over het eigen leven. ‘Mastery’ werd in kaart gebracht aan de hand van een gevalideerde vragenlijst (de Pearlin-Schooler Mastery Scale). De auteurs namen depressieve klachten, leeftijd, gender, sociaaleconomische status, en burgerlijke staat mee als confounder, net als het zijn van niet-Nederlandse afkomst. Dat laatste werd gedefinieerd als niet geboren zijn in Nederland en één niet-Nederlandse ouder hebben, of wel in Nederland zijn geboren met twee niet-Nederlandse ouders.

 

De onderzoekers includeerden 17000 deelnemers. Na correctie van confounders bleek er een significante, kleine associatie te bestaan tussen ervaren discriminatie en suïcidale gedachten (OR 1.068, 95% CI 1.059-1.077). Etniciteit had geen significant effect op deze uitkomst. Mastery had geen modererend effect op de relatie tussen ervaren discriminatie en suïcidale gedachten. Maar los van ervaren discriminatie bleek ‘mastery’ wel negatief geassocieerd te zijn met het hebben van suïcidale gedachten, wat overeenkomt met de resultaten van eerdere studies De invloed van het hebben van depressieve klachten op de bevindingen was minimaal, wat suggereert dat discriminatie ook onafhankelijk van depressie bijdraagt aan suïcidaliteit.

 

Deze studie geeft nieuwe inzichten in de relatie tussen ervaren discriminatie en suïcidale gedachten en de rol van etniciteit en mastery. Door het gebruik van zelfrapportage vragenlijsten is er een goed beeld geschetst van het perspectief van de respondent, wat erg belangrijk is bij deze gevoelige onderwerpen. Daarbij komt het feit dat dit onderzoek is uitgevoerd in een grote onderzoeksgroep die representatief is voor etnische minderheidsgroepen in Nederland. Uiteraard zijn er ook zaken op te merken aan de uitgevoerde studie en kunnen deze verbeterd worden in vervolg onderzoek. Er valt in deze studie helaas niets te zeggen over causaliteit, aangezien het een cross-sectionele studie was. Toekomstig onderzoek zou naar de richting van de onderzochte variabelen kunnen kijken. Daarbij moet in dit onderzoek in het achterhoofd worden gehouden dat het gaat om het gevoel gediscrimineerd te worden en niet om discriminatie volgens wet- en regelgeving. Verder werden depressieve symptomen en suïcidaliteit gescoord met een korte zelfrapportage, wat mogelijk geen recht doet aan het klinische beeld. Suïcidaliteit werd breed gedefinieerd en door de opzet van de studie kon er geen onderscheid worden gemaakt tussen verschillende vormen zoals actieve suïcidaliteit met plannen of passieve doodsgedachten, waarvan we weten dat ze relatief veel voorkomen maar waarvan onduidelijk is hoe ze in relatie staan tot het doen van een daadwerkelijk poging of een geslaagde suïcide. Ook werden de psychiatrische voorgeschiedenis en eerdere suïcidepogingen niet meegenomen. Ondanks deze beperkingen ondersteunt deze studie de bestaande theorieën over de negatieve rol van ervaren discriminatie op (mentale) gezondheid, ook in de grootstedelijke Nederlandse setting. Verder lijkt een hoger gevoel van mastery gepaard te gaan met minder suïcidale gedachten, wat mastery tot een potentiële target maakt voor interventies ter preventie van zelfdoding. Naast het feit dat discriminatie een sociaal probleem is, lijkt het tenslotte wel degelijk invloed te hebben op suïcidale gedachten, ook onafhankelijk van depressieve klachten. Omdat het gaat om een klein effect, blijft het echter sterk de vraag in hoeverre het gaat om een klinisch relevante bevinding. Om dit verder te verhelderen, moet de rol van discriminatie bij mentale klachten verder te onderzocht worden. Ook zouden clinici kunnen overwegen om ervaren discriminatie van niet-Witte Nederlanders vaker in kaart te brengen wanneer zij hen zien op hun spreekuur.

 

Besproken artikel:

Willemen FEM, Heuschen CBBCM, Zantvoord JB, Galenkamp H, de Wit MAS, Zwinderman AH, Denys DAJP, Bockting CLH, Stronks K, Lok A. Perceived ethnic discrimination, suicidal ideation and mastery in a multi-ethnic cohort: the HELIUS study. BJPsych Open. 2023 Jan 20;9(1):e21. doi: 10.1192/bjo.2022.640. PMID: 36660955; PMCID: PMC9885336.

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!