Geen psychiatrie zonder antiracisme?

Auteurs: Sem Cohen, Junus van der Wal

 

Racisme en discriminatie in onze samenleving vormen een reële bedreiging voor de psychische (en ook lichamelijke) gezondheid van minderheidsgroepen die hiermee geconfronteerd worden. Dit maakt het herkennen en bestrijden van de maatschappelijke factoren en structuren die dit in de hand werken van groot belang. Hier ligt ook een taak voor onderzoekers en zorgverleners in de psychiatrie, zo luidt de boodschap van een recente review in de American Journal of Psychiatry.1 De auteurs, Hankerson et al., beschrijven hoe maatschappelijke structuren, specifiek structureel racisme en cumulatief trauma, in de Amerikaanse context een negatieve impact hebben op de psychische gezondheid van opeenvolgende generaties. Wat kunnen we leren van hun uiteenzetting, en hoe laat deze zich vertalen naar de Nederlandse context? In dit stuk richten wij ons specifiek op structureel racisme en geven wij een samenvatting met enkele aanbevelingen.

 

Structureel racisme

Om te beginnen: wat is structureel racisme? Hankerson et al. houden een brede definitie aan, die van Alvirez en Tabor (2021) (let op, het is een hele mond vol):
Onder structureel racisme en discriminatie vallen alle maatschappelijke omstandigheden die kansen, middelen en welzijn beperken van bevolkingsgroepen, op basis van etniciteit of afkomst. Hierin moeten bijkomende invloeden van factoren worden meegenomen zoals gender, seksuele geaardheid, het hebben van een beperking, sociale klasse en sociaaleconomische status, religie, woonplaats en leefomgeving, migratiestatus, beperkte taalvaardigheid, uiterlijke kenmerken of gezondheidstoestand.”


Structureel racisme, ook wel institutioneel racisme genoemd, kenmerkt zich ook door verminderde toegang tot maatschappelijke instituties zoals de gezondheidszorg, het juridische systeem, overheidsinstanties, de woningmarkt of het onderwijs. In Nederland wordt de term vooral gebruikt in de context van discriminatie op basis van etniciteit en/of culturele achtergrond. Hankerson en collega’s gebruiken dus een bredere definitie, die recht doet aan de complexiteit waarop verschillende sociale systemen invloed uitoefenen op iemands kwaliteit van leven en gezondheid. Denk bijvoorbeeld aan de negatieve impact van discriminatie in het onderwijs of op de arbeidsmarkt, wat vervolgens weer impact heeft op de sociaaleconomische positie in het latere leven.

 

Impact op psychische gezondheid: voorbeelden uit de VS

Meerdere studies hebben een verband aangetoond tussen het behoren tot een etnische minderheidsgroep en psychiatrische klachten. Een voorbeeld wat door Hankerson et al. wordt aangehaald is een studie die gedurende een lange periode de psychische gezondheid van twee groepen Puerto Ricaanse tieners (n = 1863) volgde. Eén groep groeide op in een Amerikaanse buurt, waar ze tot een minderheidsgroep behoren, en de andere groep groeide op in Puerto Rico zelf. Er werd na tien jaar een grotere toename op de Depression and Anxiety Scale gezien in de Puerto Ricaanse jongeren die in Amerika opgroeiden.2 Dezelfde auteurs laten tevens zien dat culturele stress sterk voorspellend was voor het ontwikkelen van depressie in de Amerikaanse groep, ook als gecorrigeerd wordt voor demografische factoren.

Een ander Amerikaans voorbeeld wat Hankerson et al. prominent aanhalen in het kader van structureel racisme, zijn de strenge drugswetten en hoge gevangenisstraffen die vanaf de jaren ’70 in de VS gelden. Deze wetten zijn notoir omdat ze voornamelijk zwarte Amerikanen treffen. Tel daar de slechte gevangenisomstandigheden, gebrekkige mogelijkheden tot re-integratie en tekortschietende sociale steun voor de omgeving bij op, en het risico op psychische problemen schiet omhoog.3 Hier kan een zichzelf versterkend effect ontstaan dat zich zelfs over generaties heen kan manifesteren: wie eenmaal getroffen wordt door een psychische aandoening of opgroeit met ouders met psychische problemen, heeft door bijvoorbeeld baanverlies of gezinsproblemen een grotere kans op sociale tegenvallers, en daardoor weer meer risico op ontwikkelen van mentale klachten. Dit maakt het moeilijk om uit de negatieve spiraal te breken. Systemische veranderingen, zoals het aanpassen of minder strikt naleven van wetten met een disproportioneel negatieve impact op minderheden, kunnen daarom in potentie een grote impact hebben op het verminderen van psychische klachten. Een recent voorbeeld van een dergelijke verandering is de door president Biden afgekondigde gratieverlening voor overtreders van marihuana wetgeving.

 

Naar de Nederlandse context

Wat weten we in Nederland over de impact van structureel racisme op psychische gezondheid? Onderzoek naar de invloed van structureel racisme komt voornamelijk uit de Verenigde Staten, maar ook in West-Europa zijn diverse epidemiologische studies uitgevoerd die etnische verschillen in psychische gezondheid blootleggen.4-6 In Nederland was structureel racisme lange tijd geen noemenswaardig onderwerp van maatschappelijke discussie, ondanks de aandacht die sommige sociale wetenschappers zoals Philomena Essed of Gloria Wekker ervoor vroegen. De laatste jaren is die discussie juist sterk verhevigd, neem bijvoorbeeld de zwartepietendiscussie of de erkenning van structureel racisme bij overheidsorganen als de Belastingdienst of de politie. De term heeft zich inmiddels genesteld in het Nederlandse maatschappelijke debat en haar aanwezigheid in Nederland is nauwelijks nog te ontkennen. Zo onderzocht de Groene Amsterdammer structureel racisme op de woningmarkt en concludeerde dat het discrimineren op basis van migratieachtergrond wijdverbreid is. Een ander voorbeeld is een CPB rapport waaruit naar voren komt dat jongeren van ouders met een migratieachtergrond gemiddeld een lager inkomen hebben dan Nederlandse jongeren zonder migratieachtergrond, ook als deze ouders uit dezelfde inkomensgroep komen. Deze voorbeelden laten zien dat er structurele mechanismen in onze samenleving aanwezig zijn die mensen met een migratieachtergrond disproportioneel kunnen benadelen.

Toch wordt in de Nederlandse literatuur nog betrekkelijk weinig aandacht besteed aan de impact van structureel racisme op het ontwikkelen van psychische aandoeningen. Wel zijn er epidemiologische studies die wijzen op etnische verschillen in het vóórkomen van psychische klachten en aandoeningen, ook in Nederland.6-7 Daarnaast zijn er enkele Nederlandse studies die zich richten op de associatie tussen perceived ethnic discrimination (een maat voor hoe vaak iemand zich gediscrimineerd voelt op basis van etnische achtergrond) en psychische klachten. Ook hieruit blijkt dat ervaren discriminatie in de Nederlandse context geassocieerd is met depressieve symptomen bij migranten van zowel de eerste als de tweede generatie.8,9

 

Beken kleur: uitdagingen voor de psychiatrie

Hoewel bovengenoemde Nederlandse studies belangrijke inzichten verschaffen over de mogelijke invloed van discriminatie op depressieve klachten, is het in navolging van het betoog van Hankerson en collega’s even belangrijk om meer aandacht te besteden aan de impact van structureel racisme op psychische gezondheid. We zouden hiervoor een aantal dingen kunnen doen. Ten eerste: een specifieke onderzoeksagenda van waaruit verschillende disciplines, van de psychiatrie tot sociale wetenschappen, samenwerken om structureel racisme in onze samenleving én de impact daarvan op psychische gezondheid verder bloot te leggen. Dit zou moeten gaan om longitudinale studies die verbanden kunnen aantonen tussen geconfronteerd worden met verschillende soorten racisme en het ontwikkelen van psychiatrische klachten, maar andersom ook de mogelijke gezondheidseffecten kunnen bemeten van beleidsmaatregelen die structureel racisme tegen moeten gaan (zoals recente beleidsvoornemens om stagediscriminatie in het MBO te bestrijden). Ook zou er meer aandacht moeten zijn voor diversiteit in onze effectstudies, bijvoorbeeld over de invloed van etnische achtergrond op medicatierespons of onderzoek naar optimale vormen van psychotherapie (b.v. laagdrempeliger of cultuursensitief).

Verder zouden we als beroepsgroep kunnen nadenken over hoe we dit thema, naast inzetten op onderzoek, ook concreet uit kunnen dragen. Dit zou kunnen betekenen dat we ons actiever mengen in het publieke debat, en dat we deze thema’s laten terugkomen in richtlijnen voor de klinische praktijk. Daarnaast zouden we onze aandacht ook meer kunnen richten op het vertalen van wetenschappelijke inzichten naar concrete aanbevelingen voor de politiek. Dit vraagt om een erkenning van het belang van dit thema en een wil om hier gezamenlijk onze verantwoordelijkheid voor te nemen. Het feit dat de NVVP op hun voorjaarscongres in 2022, met nota bene ‘diversiteit’ als een van de genoemde centrale onderwerpen, nauwelijks aandacht heeft besteed aan de rol van (structureel) racisme op onze patiënten is dan ook een gemiste kans. Dit alles kost natuurlijk tijd en geld, maar het zijn wat ons betreft noodzakelijke investeringen als we streven naar een toegankelijke, gelijkwaardige geestelijke gezondheidszorg – en maatschappij in het algemeen.

 

Besproken artikel:

1. Hankerson, S. H. et al. The Intergenerational Impact of Structural Racism and Cumulative Trauma on Depression. Am. J. Psychiatry 179, 434–440 (2022).

Andere referenties:

2. Alegria, M. et al. The effect of minority status and social context on the development of depression and anxiety: a longitudinal study of Puerto Rican descent youth. World Psychiatry 18, 298–307 (2019).

3. Wildeman, C. & Wang, E. A. Mass incarceration, public health, and widening inequality in the USA. Lancet 389, 1464–1474 (2017).

4. Selten, J. P., Van Der Ven, E. & Termorshuizen, F. Migration and psychosis: A meta-analysis of incidence studies. Psychol. Med. 50, 303–313 (2019).

5. Mindlis, I. & Boffetta, P. Mood disorders in first- and second-generation immigrants: Systematic review and meta-analysis. Br. J. Psychiatry 210, 182–189 (2017).

6. de Wit, M. A. S. et al. Depressive and anxiety disorders in different ethnic groups. Soc. Psychiatry Psychiatr. Epidemiol. 43, 905–912 (2008).

7. Schrier, A. C., Hogerzeil, S. J., de Wit, M. A. S. & Beekman, A. T. F. Depression and anxiety in Turkish and Moroccan minorities in the Netherlands: prevalence, symptoms, risk factors and protective factors A systematic review. Tijdschr. Psychiatr. 59, 30–39 (2017).

8. Ikram, U. Z. et al. The contribution of perceived ethnic discrimination to the prevalence of depression. Eur. J. Public Health 25, 243–248 (2015).

9. Stronks, K. et al. Higher prevalence of depressed mood in immigrants’ offspring reflects their social conditions in the host country: The HELIUS study. PLoS One 15, e0234006 (2020).

De auteur

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang wekelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!