De spreekkamer van de toekomst

Deze column werd voorgedragen tijdens PSYience Live op 29 juni 2022.

Het is woensdagochtend, 29 juni 2032. Het is al lekker weer buiten en je spreekuur gaat zo beginnen. Je kijkt je spreekkamer rond. Je hebt een nieuw schrijfblok klaarliggen, vakliteratuur in de kast en naast het zitje ligt de VR bril klaar. De VR bril wordt standaard gebruikt bij diagnostiek, behandeling en preventie tegen deze tijd. Voor menig psychiater zal dit laatste een wenkbrauw doen optrekken, maar kan de spreekkamer van de toekomst wel zonder VR bril?

Laten we kijken naar de huidige stand van zaken. Wanneer we nu diagnostiek verrichten, hebben we geen bloedtesten of scans die een ziekte vaststellen. Het enige wat we nu tot onze beschikking hebben is zelfrapportage en observatie in de spreekkamer.
We praten over wat iemand heeft meegemaakt en kijken naar wie we voor ons zien, maar we zijn er nooit bij als het gaat om problemen in het dagelijks leven van de patiënt. Met de huidige diagnostiek wordt gemakkelijk een bias geïntroduceerd door factoren zoals het geheugen en de stemming. Hetgeen vaak verstoord is in psychiatrische ziektebeelden.

Kan virtual reality ons in staat stellen om de realiteit van de patiënt scherper in beeld te krijgen dan de bestaande diagnostiek? Met virtual reality kunnen we realistische, sociale omgevingen recreëren. Vanuit onderzoek weten we dat deze voor patiënten levensecht voelen. In deze virtual reality omgevingen kunnen we dan waarnemen of er inderdaad sprake is van bepaalde moeizaamheden of gebreken.

Ten aanzien van diagnostiek, zien we dat het mogelijk is om op basis van reacties op VR-omgevingen, patiënten al tot op zekere hoogte onderscheiden van gezonde controlegroepen.

Voorbeelden hiervan zijn dat patiënten met angststoornissen meer spanning ervaren in virtuele sociale scenario’s, dat patiënten met een psychotische stoornis in een objectieve en neutrale VR-omgeving meer paranoïde ideaties hebben en dat patiënten met verslavingsproblematiek een sterkere fysiologische reactie hebben bij het zien van virtuele karakters die drugs gebruiken, ten opzichte van gezonde controlepersonen. Ook is het voorstelbaar dat we in VR nieuwe indicatoren van psychopathologie op het spoor gaan komen. Echter concludeert een review uit 2022 van Geraets en anderen terecht dat er nog een weg te gaan is om virtual reality diagnostiek bruikbaar te maken in de praktijk. Studiepopulaties zijn veelal klein en er is bijvoorbeeld nog geen goed zicht op de mate van correlatie tussen gedrag in virtual reality en gedrag in de echte wereld.

Naast diagnostische doeleinden kan virtual reality ook de kans bieden om dichter bij de patiënt te staan. De patiënt krijgt de mogelijkheid om, in VR, situaties na te bootsen en dit te delen met de therapeut. Zo ontstaat er een gedeelde realiteit. Dat steunt en vergroot de betrokkenheid in de behandelrelatie. In die zin is virtual reality een empathie vergrotende technologie.

Virtual reality kan ook een aantal interessante voordelen bieden bij behandelingen in de psychiatrie. Naast de mogelijkheid om te oefenen met een scala aan realistische situaties in de spreekkamer, kunnen we ook dingen doen die alleen in de virtuele realiteit mogelijk zijn. Zo kan de therapeut de stem en belichaming van een hallucinatie naspelen, en de patiënt helpen zich zelfverzekerder te voelen in het omgaan met diens stemmen. Bij exposure therapie kunnen we op een veilige manier de notie uitdagen dat een persoon overdreven voorzichtig moet zijn in sommige situaties, zoals bij hoogtes. In virtual reality is het namelijk geen enkel probleem om eens van een hijskraan af te springen en te ervaren dat je wel degelijk controle hebt over de keuze om iets wel of niet te doen.

Uit onderzoek blijkt dat virtuele exposure therapie ongeveer even effectief is als reguliere exposure therapie. Virtuele therapie zou daardoor het voordeel kunnen opleveren dat het minder manuren kost dan de reguliere therapie. Met behulp van virtual reality kan zelf-geleide therapie een grotere rol krijgen in de GGZ en daarmee bijdragen aan het vergroten van de reikwijdte en toegankelijkheid van psychiatrische zorg die nu ernstig onder druk staat.

Wat echter een valkuil is bij virtuele therapie, is dat wij patiënten vaardigheden aanleren die zij in de virtuele wereld leren beheersen, maar die zich niet vertalen naar beter functioneren in de echte wereld. Een goed voorbeeld hiervan is VR-vaardigheidstraining in het herkennen en begrijpen van emoties voor mensen met een psychotische stoornis. Deelnemers werden wel beter in het uitvoeren van de VR-taak, maar het sociaal functioneren in het echte leven verbeterde niet.

Als laatste wordt VR ook ingezet als preventieve tool. Dat is het onderwerp waar ik zelf als onderzoeker stappen in voorwaarts in hoop te zetten. Zo weten we bijvoorbeeld dat blootstelling aan milde beheersbare stress in de kindertijd bijdraagt aan de weerbaarheid later in het leven. Maar hebben volwassenen deze capaciteit ook nog? In stressvolle werkomgevingen zoals politie en defensie worden regelmatig zogenaamde stress-inoculatie trainingen gegeven.

Het doel van deze trainingen is het voorkomen van psychische klachten middels blootstelling aan gecontroleerde stressvolle situaties. Van deze trainingen zien we dat ze effectief zijn in het versterken van de stress-regulatie vaardigheden en het accuraat functioneren verhogen. Mijn onderzoek richt zich erop of wij deze type trainingen ook kunnen aanpassen aan de context van onze patiënten. In deze training genaamd Bounce Back willen wij gebruik gaan maken van stressvolle virtual reality scenario’s. Deze scenario’s bevatten sociale stressoren en worden qua intensiteit en inhoud aangepast aan de patiënt. Echter zijn sociale interacties complex en multidimensionaal en ligt de uitdaging erin om die vaardigheden te trainen die het verschil maken in het echte leven.

Concluderend kan virtual reality in de toekomst een belangrijke rol spelen bij diagnostiek, behandeling en preventie. Virtual reality is een empatogene techniek, het maakt het onmogelijke mogelijk en verbreedt de toegang tot de GGZ. Maar de vraag om beducht op te blijven is: kijken we naar een virtuele realiteit of krijgen we de realiteit juist scherper in beeld door virtual reality? In het laatste geval is een VR bril in spreekkamer van psychiater zo gek nog niet.

De auteur

Catheile van Driel

Catheile van Driel

Meer van deze auteur

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang wekelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!