Niet willen leven of dood willen: (g)een verschil?

In deze rubriek pakken de redactieleden van De Jonge Psychiater om beurten de pen op om hun persoonlijke visie op de psychiatrie te ontvouwen. Deze keer is dat David Brouwer, arts in opleiding tot psychiater in het Amsterdam UMC. Naast geneeskunde studeerde hij ook filosofie.

Bent u een jonge psychiater (in opleiding) en wilt u zelf graag publiceren in deze rubriek? Stuur dan uw idee naar [email protected].

 

Als arts zeg ik weleens: hij wilde niet dood, hij wilde vooral niet meer voelen. Of: niet meer leven. Ik hoor collega’s dat ook vaak zeggen. In een interview met NRC maakt hoogleraar en psychiater Damiaan Denys een interessante opmerking over de tweedeling die we allemaal gebruiken: ‘De wens om niet te willen leven mag je niet gelijkstellen aan de wens om dood te zijn.’

 

Blijkbaar maken we bij mensen met de wens te overlijden vaak een onderscheid: een groep met een positieve motivatie (de dood wel willen), en een groep met een negatieve motivatie (het leven niet willen). Ik vraag me af of we dit onderscheid op een betekenisvolle manier kunnen maken. Of biedt het vooral een kunstmatig houvast in het nadenken over complexe vraagstukken rondom een zelfgekozen levenseinde? Dit alles leest als een taalspel, maar taal is nou eenmaal de kern van ons vak. De titel van het recent verschenen essayboek van psychiater Bram de Ridder zegt het mooi: Taal grijpt altijd in. Hij beschrijft hoe de woorden en categorieën die wij gebruiken niet vrijblijvend zijn, maar de werkelijkheid vormgeven en ons denken bepalen.

 

Het onderscheid tussen mensen die niet willen leven en mensen die dood willen, voelt intuïtief aan. We kunnen makkelijk voorbeelden bedenken waarvan je denkt: ja, deze persoon wilde inderdaad niet meer leven, maar niet per se dood. Denk aan iemand met een psychose die zich opgejaagd voelt door de duivel en geen andere uitweg ziet dan uit het raam te springen. Of aan iemand die overmand wordt door wanhoop na een relatiebreuk. Situaties waarin het leven zo ondraaglijk wordt, dat iemand geen andere uitweg ziet.

 

Ik kan daarentegen geen voorbeeld bedenken van iemand die dood wil – zonder iets te zeggen over diens leven en het lijden daarin. Misschien komt dat doordat de dood ons per definitie onbekend is. Hoe kan je verlangen naar iets dat je niet kent? De dood heeft op zichzelf weinig inhoud en wordt juist gezien als tegengestelde van het leven. Een doodswens lijkt dus altijd voort te komen uit het leven en is daarmee ook noodzakelijk een wens om niet te leven. In de spreekkamer kan het onderscheid tussen niet willen leven en dood willen functioneel zijn. Deze categorieën bieden taal in een situatie van twijfel en verwarring: ze kunnen overzicht scheppen en geruststelling bieden. En waarschijnlijk bieden ze ons als hulpverleners ook houvast.

 

Tegelijkertijd ben ik bang dat deze tweedeling de complexiteit van ‘willen overlijden’ tekort doet. Als we werkelijk gaan geloven dat de wens om te overlijden op te delen is in twee categorieën, kunnen deze begrippen een helder gesprek in de weg komen te staan. Er zijn natuurlijk genoeg andere manieren om betekenisvol onderscheid aan te brengen – bijvoorbeeld door te kijken naar de duurzaamheid van het verlangen. Ik denk aan de woorden van psychiater en dichter Yasmin Namavar, ook aangehaald door Bram de Ridder: taal is ‘zowel vehikel als obstakel’. Laten we, ook bij onderwerpen zoals de dood, stilstaan bij hoe taal niet alleen helderheid biedt, maar ook gelaagdheid kan verhullen.

 

Zie ook het interview met Bram de Ridder in De Psychiater editie 2, 2025.

Geschreven door:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang maandelijks een update over de nieuwste artikelen van De jonge psychiater

Gerelateerde artikelen
Opmerking
Opmerking
Hoe zou je deze pagina willen beoordelen?
Heb je een opbouwende opmerking?
Volgende
Laat je e-mailadres achter als we contact met je mogen opnemen over je feedback
Terug
Inzenden
Bedankt voor het achterlaten van je opmerking!